Inhoudsopgave

Kerkopbouw in een veranderend relieus landschap

I. Probleemstelling:

1. Situatieschets: individualisering, secularisatie: van volkskerk naar vrijwilligheidskerk. Vergrijzing priesterbestand.  Nieuwe lekenambten.
2. Structuren aanpassen of de boodschap?

II. Zoeken naar antwoorden:

1. De boodschap? Hermeneutische vertolking.
2. Inwijden: mystagogische pastoraal.
3. Visie: missionaire kerkgemeenschappen.  En wat hoort daar bij: koinonia, diaconia, mystagogia, martyria ...
4. Hoe geef je dat gestalte in een nieuwe tijd?

III. Vragen voor de toekomst:

1. Niet reactief, maar proactief.
2. Lerende gemeenschappen, wat is dat?
3. Nieuwe ambten? Terug naar de primitieve tijd?

Verklaring van de Belgische bisschoppen over mensen zonder papieren

Zeebeving Azië: Hoe kan God dit toelaten?
Samen naar het diepe varen

Dooppastoraal vandaag

1. Een nieuwe visie op sacramentenpastoraal
2. Aanbevelingen voor de praktijk van de nieuwe dooppastoraal.

Terreur in Amerika
Conclusies uit de dekenale conferentie van juni over interparochiale samenwerking
Op liturgisch vlak leren samenwerken binnen een interparochiale zone
Vitalisering van geloof en kerk in Aalst

Met het oog op de toekomst van geloof en kerk in Aalst

Ons vertrekpunt
Anticiperend te werk gaan
Onze basisfilosofie
Enkele casussen ter illustratie
Een ontwerp van indeling van het dekenaat Aalst in interparochiale zones
Het dekenaat als 'een dienst' van ondersteuning en als een factor van eenheid
De dekenale ploeg
Het dekenaal beleidsplan als leidraad
Naar een samenwerking in een klimaat van openheid en broederlijkheid

Om de pastoraal in onze parochies en dekenaat te vitaliseren.

 

Kerkopbouw in een veranderend relieus landschap

I. Probleemstelling

Als ik mijn broer en zussen bezoek en we praten over kerk, dan reageren zij met: ik begrijp niet waarom het zo snel en zo radikaal is kunnen veranderen.  Hun kinderen, mijn neefjes en nichtjes zijn in de leeftijd van 18 tot 30 en geen van al doen nog wat aan kerkelijk leven, behalve bij begrafenis, jaarmis van grootouders en bij mijn aanstelling in Gent.  Wat is er gebeurd? Waarom zijn er geen jonge seminaristen meer?  Ik ga kort enkele steekwoorden geven waarmee ik de cultuurbreuk van christelijke naar laïcale cultuur weergeef.  Ik probeer daarbij waardeoordelen te vermijden.

1. Individualisering, secularisatie ...
We zijn in een cultuurverandering beland.  En daar is blijkbaar geen kerk tegen opgewassen.  Het is als bij de opwarming van de aardbol.  Wat je ook verzint: minder fossiele brandstof, minder auto’s ... het helpt allemaal niet.  Ik pik er twee steekwoorden uit die cultuurverandering: individualisering en secularisatie ...  Kort samengevat betekent het dat mensen zich in het Westen (vooral de Noord-Atlantische landen) steeds meer bewust geworden zijn van hun autonomie, hun authentieke levenskeuze.  In die autonomie stellen zij zich steeds onafhankelijker op t.a.v. allerlei instituties, organisaties.  Die autonomie heeft twee kanten: een structurele en een ideële.  Mensen kiezen de organisatie of instelling waarmee zij zich willen verbinden en waarin zij vertrouwen hebben: hun bank, hun automerk, hun levensbeschouwelijke organisatie.  Er zit ook een ideële kant aan: mensen zoeken zelf hun levensvisie en die kwam los van godsdienstige zingeving.  Zij laten die niet meer bepalen door een instituut, of één bepaalde religie.  Er zijn ook geen gedeelde (gesocialiseerde) overtuigingen meer over wat goed is en kwaad, wat waarheid betekent...  Wij leven in een door en door plurale wereld. Ik spreek nog steeds over die zgn. Westerse wereld.  En die wereld is ook vrij gekomen van de overheersing door bepaalde godsdienstige stelsels.  Steeds meer mensen denken dat godsdienst een privézaak is.  We zouden op dit thema kunnen doorgaan en pro’s en contra’s kunnen nagaan.  Laten we liever proberen een beeld te geven wat dat betekent voor kerkelijk en gelovig leven.

2. Gevolgen: over volkskerk en vrijwilligheidskerk
Individualisering en secularisatie hebben een diepe invloed op de wijze waarop gelovigen hun relatie tot de kerk bepalen.  Zij zijn niet meer op vanzelfsprekende wijze lid van een kerkgemeenschap.  Zij worden niet meer vanzelf gedoopt, als een vervolg op de geboorte.  En als zij al gedoopt worden zullen zij niet vanzelfsprekend lidmaat worden van een parochie.  Dat zal enkel gebeuren als zij op een bepaalde leeftijd de beslissing nemen tot een lidmaatschap.  En als zij het al doen, dan doen zij dat bewust: “geloof is voor mijn leven belangrijk”.  En de meesten besluiten dan: ik wil me ook inzetten voor die gemeenschap.  De vanzelfsprekende volkskerk, waarin iedereen door de pastoor verzorgd werd vanaf de geboorte tot het graf is tanend.  De pastoor was er de centrale figuur, de bemiddelaar tussen mens en God.  Sinds de zestiger jaren krijgen we - vooral in de steden - steeds meer een vrijwilligerskerk, een keuzekerk.  De positie van de pastoor veranderde daarmee. Er is ook binnen de kerk een plurale vorm van geloven gekomen.  Niet iedereen vindt de “maagdelijkheid van Maria” nog een geloofspunt.  Ook de morele regels worden gerelativeerd: op de wereldjongerendagen applaudiseren millioenen jongeren enthousiast na de pauselijke boodschap met anticonceptie-pillen in de tas.  Bovendien is de invloed van kerk op het dagelijkse leven totaal verschillend van wat die vroeger was.  Ook de participatie veranderde. Mensen gaan nog een enkele keer naar de kerk.  En zij kiezen daarbij hun momenten: kerstmis, Pasen ... een begrafenis, een huwelijk ...  Daarbij kiezen zij ook de kerk die hun aanspreekt.  Een meerderheid van gelovigen zijn afstandelijker tov. hun parochie geworden.  Zij pratikeren helemaal niet meer.  Zij voelen zich nog wel katholiek.  Maar aanvaarden het absolute gezag van paus, bisschoppen en pastoors niet meer.  Ook als gelovige zijn zij autonome personen geworden.  En zij zoeken in het leven vooral “zelfrealisatie” en dat op een voor hen authentieke manier.  Zij zien hun leven niet in functie van geloof in God, met eindbestemming in de hemel.  Zij zien geloof in functie van hun zelfrealisatie, met bestemming in het nu.  Niet hiernamaals maar hiernumaals is bepalend voor hun doen en laten.  Men noemt dat met een duur woord: een verandering van theocentrisch naar anthropocentisch leven.  Misschien moet ik ook nog een cynische opmerking kwijt. Individualisering leidt ook tot het volgen van trends.  Het leidt ook tot platvloers materialisme zonder spirituele honger.  Het leidt ook tot echt heidendom.  Hoewel niet voor iedereen: er zijn individuen en groepen die op zoek zijn naar een spiritueel antwoord op vragen van dit bestaan.  Mensen die de leegte van economisme en van consumentisme niet meer kunnen verdragen en die zelf een weg zoeken naar zinvol en gelukkig leven.

II. Op zoek naar kerkopbouw

Binnen die context moeten wij de opbouw van een christelijke gemeenschap herdenken.  Dat heeft twee kanten: een inhoudelijke en een structurele. Inhoudelijk gaat over de boodschap van het christendom.  Structureel gaat over de vormgeving van de gemeenschappen.  Dat laatste kan niet zonder visie: een missionaire kerk.  We geven weer enkele steekwoorden met een kort verhaal.

1. Boodschap: hermeneutisch
Een bekende theoloog Liégois schreef: “Nemen wij bijvoorbeeld het eerste artikel van de geloofsbelijdenis: ‘Ik geloof in God, de almachtige Vader, schepper van hemel en aarde’.  Elk adjectief en bijna elk substantief uit dit artikel is een probleem voor de hedendaagse doorsnee gelovige.  Alleen het woord aarde is zonder meer verstaanbaar.  Het probleem met dit eerste artikel heeft te maken met een verouderd wereldbeeld en een ander taalgebruik.  Hemel en aarde verwijzen naar een bijbels, middeleeuws, pré-Copernicaans wereldbeeld van een platte aarde en een hemelkoepel.  God, Vader, Schepper en almacht zijn geen krantentaal of wetenschappelijke taal die rechtstreeks verwijzen naar historische of waarneembare feiten.  Het is een taal van symbolen die verwijzen naar een transcendente werkelijkheid die onzegbaar en onbenoembaar is.  De theologie van vandaag staat voor de grote uitdaging deze zinvolle begrippen uit de traditie te hertalen naar de context van de hedendaagse geseculariseerde cultuur.  Het is zoeken naar een evenwicht tussen traditie en actualiteit, tussen openbaring en ervaring.”
Voor velen die de oude beelden niet meer kunnen vertalen en die hun symbolische betekenis niet meer kunnen vatten, verdwijnt de bedding van zingeving en voor het aanvaarden van waarden en normen in christelijke zin.  Daar ligt een grote uitdaging voor al wie getuigenis geeft in catechese of prediking.  Theologie moet hermeneutisch zijn: zij moet de existentie van mensen met hun ervaring kunnen verbinden met verhalen over ervaringen van vroegere generaties, en zodoende hun antwoorden op fundamentele vragen van het leven opnieuw kunnen verwoorden.

2. Boodschap: mystagogisch
Catechese en prediking moeten niet enkel de leer van het geloof hervertalen.  Zij moeten ook inwijden in de geheimen van het geloof.  Dat is niet een cerebraal, cognitief leren, het is ook een proces van inwijden van leren aanvoelen en leren doen.  Een van de goede voorbeelden vind je in het Franse catechumenaat.  Het leerproces koppelt een geloofskandidaat aan een gelovig gezin of een groepje mensen die gedurende een jaar of langer optrekt met de kandidaat.  Uitgangspunt daarbij zijn de vragen van de kandidaat, de ervaringen die te maken hebben met zijn of haar zoektocht.  En gaande de weg zoekt en vindt het groepje antwoorden die te maken hebben met betekenissen van verhalen uit de bijbel en tradities voor het leven van alledag.  Het worden geloofswoorden die het concrete leven raken.  En als de doop nadert worden de catechumenen vertrouwd gemaakt met de liturgie van de geloofsgemeenschap ...  Tot zij de doop ontvangen, met als peter en meter de begeleiders.  En na de doop nodigen peter en meter, de “godparents”, de nieuwe geloofsgenoten uit om samen deel te nemen aan de wekelijkse eucharistieviering.  Zo worden zij opgenomen, ingewijd en toevertrouwd aan een ‘gemeenschap’.  Ingewijd worden in de geheimen van het geloof, daar gaat het om.  Het klinkt mysterieus.  Het is het ook.  Want de symbolen van christelijk leven: sacramenten en gebed zijn doortrokken van de mystieke dimensie van Gods aanwezigheid, verbeeld in symbolen.  Ook de verhalen van bijbel en dogma zijn symbolische vertolkingen van een mysterievolle werkelijkheid.  Het gaat daarbij om het open maken van de menselijke geest voor de Heilige Geest, voor een dimensie van de werkelijkheid die niet te vatten is door empirisch denken.  Ik denk daarbij aan een woord van de eminente theoloog Rahner: de kerk van de toekomst zal mystiek zijn of zij zal niet meer zijn.

3. Visie: missionair
Een groot schrikbeeld lijkt me dat wij, gezien de ontwikkelingen in onze parochies, afstevenen op het verdwijnen van de katholieke kerk in het Westen, en in Vlaanderen.  Als je in de meeste parochies rondkijkt dan zie je enkel nog grijze kopjes.  Dat er geen roepingen meer zijn is vanzelfsprekend: jongeren sluiten niet meer aan bij de vrijwilligheidskerk.
Tot mijn diepste overtuiging hoort dat de toekomst van de kerk ligt in een missionaire visie.  Het evangelie, de goede tijding voor mensen verkondigen vraagt om een missionaire visie van onze parochies.  Dat betekent dat onze parochies los moeten komen van de vanzelfsprekende volkskerk en tegelijk niet in de valkuilen trappen van een vrijwilligheidskerk die zich opsluit in een kring van vrijwilligers.  Kerkgemeenschappen moeten een openheid bewaren voor de hedendaagse cultuur, moeten een dialogale wijze van communicatie hanteren met hun gelovigen en met hun omgeving.  Dialogaal betekent niet dat zij hun waarheid moeten delen met de andersgelovigen en de nietgelovigen.  Het betekent wel dat zij het gesprek in gelijkwaardigheid voeren met hun medemens, en daarbinnen hun bewogenheid die te maken heeft met een diepere bron visie op goed leven en samenleven willen meedelen.  Dat kan door volgende kerngebieden van pastoraal handelen hermeneutisch en mystagogisch te verzorgen: liturgie, diaconie, catechese en koinonie.
Liturgie missionair maken betekent dat zij hermeneutisch en mystagogisch toegang geeft “opdat voor alle zoekenden de weg naar U, God, toegankelijk en begaanbaar zij”.  Liturgie dient ook grotere diversiteit te kennen dan alleen de ‘misviering’.  Catechese, het woord is beladen, dient aan te sluiten bij een geloofsgemeenschap als leergemeenschap.  Het kan net als in het catechumenaat, geen eenrichtingsverkeer te zijn.  Leraar en leerling zijn in een gezamenlijk leerproces gewikkeld: nl. leren geloven in een moderne cultuur.  Dat leren geloven is geen zaak van kennis alleen.  Het is een zaak van verkennen van de weg. Christenen zijn mensen van de weg.  Zij volgen Jezus van Nazareth in het labyrint van de multiculturele samenleving.  Diaconie is geen zaak van Caritas, in de stijl van neerbuigend hulp verlenen.  Zij is doortrokken van wederkerige zorg: de arme of vereenzaamde, diegene die geen status meer heeft, kan ons veel leren.  Diaconie is het herstel van waardigheid van de ander.  Dan pas zal zij missionair worden, opnieuw: openheid scheppen voor de zoekende naar zijn werkelijke beeld, naar Gods gestalte in zijn of haar persoon.  Koinonie omvat ook alle vormen van pastorale betrokkenheid op geïndividualiseerde mensen, opheffen van eenzaamheid, communicatie met mensen die op zoek zijn naar een gemeenschap die houvast kan geven.  Geloven doe je niet alleen.  “You need the community!”  De verbondenheid met God, de Drieëne, roept op tot verbondenheid met elkaar, tot geloofsgemeenschap.  Alles wat bijdraagt tot solidariteit in geloof en in gelovige actie, moeten wij met elkaar, leken en priesters, uitproberen.

4. Structureel: kleine kerkplekken met geloofsgroepen
Welke gestalte kan de parochie aannemen in de toekomst? Als we pessimisitisch kijken moeten we de nering naar de tering zetten.  Onze parochies worden klein, zij vergrijzen.  Er zijn nog maar weinig priesters en die hebben ook een gemiddelde leeftijd van om en nabij de zeventig.  Kommer en kwel, dus?  Binnen tien, vijftien jaar draait de laatste de lamp uit?
Overal in Europa is men bezig met een herbezinning over kerkelijk geloof en een herstructurering van het kerkelijke landschap.  In Frankrijk: la nouvelle paroisse.  In Nederland, fusies met stilaan 50 % lekenpastores en afstoten van gebouwen. In België: federaties of verbanden waarin één priester meerdere parochies bedient.  Zulehner, voor Duitsland en Oostenrijk wijst de tendens naar schaalvergroting in de pastoraal af en zoekt een nieuwe weg naar kleinschalige gemeenschappen met een lekepriester als leider of leidster en een bisdompriester als leider van grotere verbanden.  Die laatste wordt overigens expliciet een missionaire taak toegewezen.  Daartoe wordt hij opgeleid en getraind. Ook hij zoekt naar een missionaire opstelling vanuit de diaconale en de spirituele opdrachten van een christelijke gemeenschap.  Wordt het klein maar fijn?  Zo belanden wij bij het volgende thema.

III. Vragen over de toekomst

We hebben al enkele visie-elementen genoemd: de boodschap hermeneutisch, mystagogisch, missionair en kleinschalig ...  We kunnen er niet naast kijken.  De kerk in Vlaanderen met haar bodembedekkend netwerk van parochies zou gaan verdwijnen.  Wat kan/moet in de plaats?  Is er nog toekomst?

1. Niet reactief, maar proactief denken
Als we blijven denken in termen van reactie op de ontwikkelingen van nu, en de problemen daardoor opgeroepen dan zie ik maar weinig toekomst.  We moeten de moed hebben om proactief te denken.  Niet het aantal missen, kerktorens, noch de christelijke organisaties en jeugdbewegingen, zullen kunnen leiden tot levenskrachtige, vitale gemeenschappen.  We moeten strategisch durven denken.  Elk dekenaat dient een strategisch beleidsplan te ontwikkelen waarin visie gekoppeld wordt aan pragmatische doelstellingen.  Dat betekent dat men proactief leert denken.  Op basis van de situatie in de streek van Aalst, Dendermonde, Sint Niklaas, Gent, enz. dient men een beleidsplan op te maken voor de toekomst.  Beleidsmatig en pragmatisch denken staan een evangelische bewogenheid niet in de weg.  Wel kan het een niet zonder het ander.  Visie ontwikkelen komt eerst.  Daarna doelstellingen en structuren aanpakken.  Strategisch betekent dat je, gezien de geringe afname van je diensten en producten, je aanbod probeert aan te passen bij de behoeften, de vragen, de ervaringen van mensen.  Om daarin realistisch te kunnen plannen voor de toekomst moet je keuzes durven maken en oude producten in vraag stellen.  Het gaat daarbij niet enkel over de verpakking, de vorm, het gaat ook om de inhoud.  Maar nu even denken over structuur.

2. Accent op lerende gemeenschappen
Toekomst van de kerkelijke organisatie is niet volledig territoriaal te denken.  Wellicht zal de territoriale parochie voor een groot deel verdwijnen.  Voor een groot deel, omdat er parochies zijn die groot genoeg zijn om een vitale groep mensen te rekruteren.  En dan geld voor hen en voor de anderen dat zij een netwerk van groepen vormen.  Ik zie de toekomst in de lijn van Zulehner in kleine groepen, parochie als gemeenschap van groepen, waarin mensen samenkomen om te bidden, en te leren over hun geloof.  Leren over geloof en leren geloven zijn beide noodzakelijke doelstellingen om van binnen uit de weg van Jezus te kunnen gaan in deze tijd.  Ik zie dat catechetisch momenten in elke samenkomst van christenen steeds belangrijker worden om mensen de symbolieke diepte, de kern van geloven te leren kennen en ingewijd te worden in de geheimen van gelovig leven.  Dat daarbij gebedsmomenten en liturgieën noodzakelijk zijn is vanzelfsprekend.  Een gemeenschap van groepen moet af en toe, liefst op zon- en feestdagen op symbolische wijze betrokken worden op de Aanwezig Afwezige, die herinnert aan de verrijzenis van ons leven en aan het perspectief van de Wederkomst.  Wij moeten vieren om de hoop levendig te houden.  Wij moeten leren om de weg telkens weer te verkennen.  Wij moeten elkaar bemoedigen om de weg van de liefde te blijven trainen, ook in alle tekortschieten.

3. Nood aan nieuwe ambten
Nieuwe structuren, een netwerk van kleinschalige groepen vraagt om nieuwe leiders, een nieuw soort leiderschap. Leiders die communicatief zijn en niet overheersend.  Leiders die kunnen begeleiden, die samen kunnen zoeken naar nieuwe wegen.  Dit geldt voor pastores en voor vrijwilligers.  Dit proces is in het bisdom al jaren aan de gang.  Maar wat m.i. nog ontbreekt is de positionering van die nieuwe leiders.  En dit op twee manieren: zij moeten een erkenning krijgen in de kerkplekken ter plaatse (territoriaal), en zij moeten een zending krijgen door de bisschop in de diocesane kerk.  We keren terug naar een primitieve kerkvorm, naar een diaspora-kerk waarin kleine groepen zonder pretentie of macht op een authentieke wijze de spirituele weg leren van Jezus, en dit op een dienstbare wijze in de samenleving zout en zuurdeeg zijn om de verwonde en geïsoleerde mens weer zin in het leven te geven.

Tot slot: Ik heb geen recepten willen geven voor de herstructurering van de pastoraal in het dekenaat Aalst.  Ik wou jullie enkel aan het denken zetten, los van de bestaande structuren helpen dromen over toekomst.  Met de hoop dat die droom kan leiden tot een nieuwe visie op kerk zijn in deze moderne cultuur, of moet ik het postmoderne cultuur noemen?  Want dit is zeker: de grote leegte van consumentisme en materialisme leidt tot nieuw zoeken naar spirituele zin van leven en samenleven.  Misschien kan de grote rijkdom van de christelijke traditie daar een betekenis aan geven.  Niet de religiositeit is aan het verdwijnen.  Wel de kerkelijke vormen daarvan.  Met de Franse bisschoppen stel ik de vraag: “mais, comment évangéliser la religiosité?”.

Tekst Roger Weverbergh
Studietekst Denkdagen Dekenale Stuurgroep 2006.

Verklaring van de Belgische bisschoppen over mensen zonder papieren

Om tal van redenen verblijven in ons land vele vluchtelingen.  Dat stelt een groot maatschappelijk probleem.  Wij hebben het hier over mensen die hier al jaren verblijven en ingeburgerd zijn.  De bisschoppen herinneren aan wat ze al eerder hebben verklaard naar aanleiding van de ‘Hoop op papieren’- manifestatie te Antwerpen.  Ze zijn solidair met de mensen zonder papieren in nood en hopen op een snelle en menswaardige oplossing.  De trage afhandeling van sommige dossiers heeft het probleem nog acuter gemaakt.

De bisschoppen kunnen begrip ervoor opbrengen dat sommige van deze mensen grijpen naar een ‘kerkbezetting’, om stem te geven aan hun noodsituatie en zo de aandacht van de publieke opinie te blijven trekken.  De bisschoppen aanvaarden dan ook dat dit gebeurt, na akkoord van de lokale verantwoordelijken.  Dit geldt als een signaalfunctie en is dus tijdelijk. Het kan niet geïnterpreteerd worden als een vorm van morele chantage vanwege de Kerk op de politici.  Het probleem is in de eerste plaats een menselijk probleem, dat aan de gewetens van elkeen appelleert. Dit appel en niets anders willen de bisschoppen doen.

De bisschoppen zullen niet dulden dat ze in deze - van welke kant dan ook -geïnstrumentaliseerd of gemanipuleerd zouden worden. Ze waken over hun vrijheid van spreken.

In geen geval kunnen de bisschoppen een hongerstaking aanvaarden als drukkingsmiddel.

De bisschoppen willen er ook nog op wijzen dat kerkgebouwen niet de meest geschikte plaatsen zijn voor acties van deze aard.  Het is daarom wellicht beter dat de pastoors en de kerkfabrieken andere locaties waarover ze zouden beschikken, daarvoor openstellen.

De regularisatie van mensen zonder papieren is eerst en vooral een politiek probleem.  Het vraagt om een politieke oplossing.  Dat is de taak van politici en wel van allemaal.  Het is ook een menselijk drama en dat is ieders zaak.  De bisschoppen spreken hier als leiders van de katholieke kerk.  Ze doen dat in volle respect voor de scheiding tussen Kerk en Staat.  Maar dat belet niet dat ze de politici aan wie de oplossing van dit probleem behoort, vragen alles in het werk te stellen om een politieke oplossing te vinden voor dit humanitair probleem.  Wie geregulariseerd wordt en hoe is een politieke vraag die door de politici moet beantwoord worden maar het menselijk drama gaat iedereen aan.

De bisschoppen zijn er zich van bewust dat er voor dit politiek dossier geen gemakkelijk antwoord bestaat.  Maar daarom mogen zij – en heel de maatschappij – niet zwijgen of erger nog vervallen in onverschilligheid.  Ze weten ook dat een deel van deze mensen economische vluchtelingen zijn.  Het is trouwens een probleem over heel Europa.  Hoeveel van de mensen en onder welke voorwaarden ons land kan ontvangen, moet worden uitgemaakt door de hele bevolking bij monde van hun politieke vertegenwoordigers.  Maar de bisschoppen mogen wel aansturen op edelmoedigheid.

De bisschoppen van België

11 mei 2006.

Zeebeving Azië: Hoe kan God dit toelaten?

Aardse tranendal
Hoe kan de almachtige God het immense leed van zoveel mensen toestaan?  Die vraag dateert al van bijbelse tijden.  De ramp in Zuidoost-Azië maakt de kwestie voor de zoveelste keer in de geschiedenis van dit aardse tranendal, weer pijnlijk actueel.  Waar was God op Tweede Kerstdag toen de zee beefde en tienduizenden verzwolg en miljoenen in bittere ellende stortte?  Katholieknederland.nl legt de vraag voor aan de Nijmeegse theoloog prof. dr. Hermann Häring.  Hij schreef in 1999 het boek: Das Böse in der Welt. Gottes Macht oder Ohnmacht? (‘Het kwaad in de wereld. God macht of onmacht?’).  We treffen een denker aan die weigert een intellectueel antwoord te geven.

Geen theorievorming
Häring: "Als ik naar die vreselijke televisiebeelden kijk, dan verbied ik mijzelf om als theoloog hierover een theorie te vormen.  Geen enkel gedachtespinsel kan die vreselijke werkelijkheid namelijk milder maken. En God?  Ik kan alleen maar denken aan de woorden van Jezus aan het kruis: God mijn God, waarom hebt gij mij verlaten?"

Schreeuw
Of de almacht van God te rijmen valt met het kwaad, die vraag beantwoordt Häring niet. Maar de vraag zelf is niet goed, zegt hij.  "Als je start met de idee van een almachtig wezen om die vervolgens te confronteren met het leed van onschuldige mensen, dan begrijp je niet hoe godsdiensten zijn ontstaan.  Precies het omgekeerde is het geval.  Godsdienst ontstaat juist vanuit een positie van ellende en verwarring.  Het begint als een schreeuw.  Vervolgens groeit tegen de verdrukking in het besef dat het kwaad niet het laatste woord mag hebben."  Is geloven in God dan wishfull thinking?  "Ja, maar als men daarop een levenspraktijk bouwt kan dat heel verantwoord zijn.  Je leven lang je laten leiden door hoop, is een vorm van praktische rationaliteit."

Ingrijpen in fysische wetten
Belijden dat God almachtig is, kan volgens Häring gevaarlijk zijn.  "Als we in het Credo belijden dat God almachtig is, moeten we wel beseffen dat het hier om een liturgische formule gaat.  Het is een lied en geen feitelijke vaststelling."  Nog steeds heerst er volgens Häring bij veel christenen een verkeerd idee van almacht.  "Alsof God alles kan; alsof hij overal en altijd willekeurig kan ingrijpen in de natuur.  Het is maar goed dat God de autonome wetten van de fysica ongemoeid laat.  Wij vertrouwen er immers zelf ook op, anders zou er geen vliegtuig meer opstijgen.  Diezelfde fysische wetten doen overigens ook een tsunami ontstaan."

Fysiek kwaad
De RK-Kerk maakt in haar doctrine een onderscheid tussen fysiek en moreel kwaad.  Het morele kwaad wordt berokkend door wezens met een vrije wil en is dus verwijtbaar.  Fysiek kwaad is het leed dat wordt veroorzaakt door onder andere aardbevingen, tsunami’s en vulkaanuitbarstingen.  Daarover zegt de wereldcatechismus (KKK, nrs 310) het volgende.  "Waarom heeft God geen wereld geschapen die zo volmaakt is dat er geen kwaad in kan bestaan?  Overeenkomstig zijn oneindige macht zou God te allen tijde iets beters kunnen scheppen.  Toch heeft Hij in zijn oneindige wijsheid en goedheid uit vrije wil een wereld willen scheppen 'in staat van op-weg-zijn' naar haar uiteindelijke volmaaktheid.  Dit wordend karakter brengt in Gods heilsplan met zich mee dat met het verschijnen van bepaalde wezens het verdwijnen van andere gepaard gaat, met het volmaaktere ook het minder volmaakte en met de opbouw in de natuur tevens afbraak.  Met het fysieke goed is derhalve ook het fysieke kwaad gegeven, zolang de schepping niet haar voltooiing bereikt heeft."

Straf
Volgens Häring stamt het onderscheid tussen moreel en fysiek kwaad van de kerkvader Augustinus (354-430).  "Hij stelde vast dat God nooit de oorzaak van het kwade kan zijn.  De mens en de engelen zijn oorzaak van de zonde - moreel kwaad - en al het overige kwaad moet dus volgens hem een straf zijn.  Dat is een cynische conclusie van de late Augustinus en heeft weinig te maken met de leer van Jezus van Nazareth."

Aardbeving Lissabon
Dat de natuur niet volmaakt is en daardoor fysiek kwaad voortbrengt is een idee afkomstig van de kerkleraar Thomas van Aquino (1225-1274).  Bij Thomas zien we volgens Häring een sterk rationele poging om Gods werking in de wereld aan te tonen.  "Dat is de zogeheten theodicee, de filosofische godsleer.  De 17de eeuwse filosoof Leibniz gebruikte de term voor de rationele rechtvaardiging van Gods almacht ten opzichte van het kwaad.  De grote aardbeving van Lissabon in 1755 maakte in één klap een einde aan deze leer.  Vooral Voltaire heeft naar aanleiding van deze ramp de theodicee bespot."  Volgens Häring heeft de natuurlijke godsleer binnen de katholieke theologie door een andere ramp een enorme klap gekregen.  "Auschwitz veranderde voorgoed onze kijk op Gods werking in de wereld."

Naar boven schreeuwen
De gigantische tragedie in Zuidoost-Azië confronteert de mensheid met machteloosheid.  "Het afschuwelijke gevoel van machteloosheid moeten we niet proberen weg te redeneren.  Als christenen mogen de we de werkelijkheid van het kruis niet verdringen.  Dat deed Christus ook niet.  Ook Hij wist geen antwoord op het leed van de wereld, maar Hij onderging het wel.  Als theoloog ben ik gewend om antwoorden te zoeken.  Maar nu kan ik net als Jezus slechts naar boven schreeuwen."

Datum: 30 december 2004
Tekst: Christian van der Heijden

R1
Häring: "Als ik naar die vreselijke tv-beelden kijk, dan verbied ik mijzelf om als theoloog hierover een theorie te vormen.  Geen enkel gedachtespinsel kan die vreselijke werkelijkheid namelijk milder maken.  En God?  Ik kan alleen maar denken aan de woorden van Jezus aan het kruis: God mijn God, waarom hebt gij mij verlaten?"
Volgens Erich Fromm ligt dat anders.  Volgens Lucas sprak Jezus de woorden: "Vader, in Uw handen beveel ik mijn geest." (23:46).  Het is duidelijk de bedoeling van deze passage te laten zien, dat Jezus stierf in een andere gemoedstoestand dan Häring suggereert.
Het gaat om psalm 22, waarvan Jezus de eerste belangrijke regel uitsprak, zoals toen de gewoonte was: "Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten?".  De hele psalm echter eindigt in jubelstemming!
Namelijk met: "Het nageslacht zal Hem dienen; er zal van de Heer verteld worden tot in geslachten.  Zij zullen komen en zijn gerechtigheid verkondigen aan het volk dat geboren wordt; want Hij heeft het gedaan".
Wat er ook gebeurt, God verlaat ons nooit, ook al ´laat Hij van alles toe ... alleen ... Zijn weg zullen we pas begrijpen als we Hem ontmoeten.

R2
"Alsof God alles kan; alsof hij overal en altijd willekeurig kan ingrijpen in de natuur.  Het is maar goed dat God de autonome wetten van de fysica ongemoeid laat.  Wij vertrouwen er immers zelf ook op, anders zou er geen vliegtuig meer opstijgen.  Diezelfde fysische wetten doen overigens ook een tsunami ontstaan."
Een vrije wil hebben gaat niet samen met wat je ik wil.  Deze laatste wil is nooit vrij.  Er valt geen mus ter aarde zonder dat God het wil.  Niet de wil van je ik hier inlezen, maar Gods vrije wil.  De haren op uw hoofd zijn alle wel geteld, is hetzelfde zeggen.  Een vrije wil grijpt niet in, dwingt niet, kiest niet, maar laat onvoorwaardelijk vrij en heeft daardoor overal oog voor, heeft alles lief.  Het kleine en het grote, het mooie en het lelijke.

R3
Ik kan alleen maar denken: Jezus heeft zelf ook het lijden gedragen.  God verklaarde zich zo solidair met alle menselijk lijden.  Ik kijk op naar het kruis en weet dat iedereen zich moet inzetten voor een betere wereld.  Maar een mens blijft met vele vragen zitten.  Er is zoveel dat wij niet begrijpen.  Misschien kunnen we het later zelf eens aan God vragen.

R4
Een troostrijke gedachte kan zijn dat de psalm die Jezus gedeeltelijk uitsprak in zijn doodsstrijd aan het kruis zijn ziel heeft gesterkt.  Het is de psalm van de rechtvaardige die lijdt, maar die ondanks dat zeker is van de liefde en de bescherming van de God der Heiligheid, zelfs tot in de dood.

R5
Vanochtend na de ochtendmis van 8.00 uur zat ik even vlakbij de kerststal in de kerk.  Ik keek de stal in en als vanzelf werd mijn aandacht getrokken door de beeltenis van het Kindje Jezus, gewikkeld in doeken, op stro gelegen.
Tijdens de aanblik van dit lieflijk tafereel sprongen de tranen me in de ogen bij de onwillekeurige gedachten aan het leed in Zuidoost Azië.  Zo´n enorme tegenstelling: het lieflijk tafereel van een gelukkige familie haast lijnrecht tegenover de verschrikkelijke taferelen van verscheurde families die over het tv-scherm flitsen.

Ik sloot m´n ogen – een moment van twijfel overviel me - de tranen biggelden inmiddels over m´n wangen.

Toen ik m´n ogen opende zag ik de beeltenis van Goede Vrijdag voor me: de gekruisigde Jezus (heel indrukwekkend zoals die beeltenis in onze kerk hangt).  ´k Wist meteen weer waarom we juist nu, in deze tijd, moeten vasthouden aan ons geloof.
Lopend met het kruis en later hangend aan datzelfde kruis heeft Jezus al ons leed al gedragen.  Al onze zonden en al ons verdriet op zijn schouders genomen.  Dit wil niet zeggen dat wij niet meer hoeven lijden, maar wel dat we mogen weten dat Hij in onslijden gedeeld heeft en nu vraagt om Zijn juk op te nemen.  Juist nu.
Door Zijn lijden, dood en opstanding heeft Hij voor alle mensen de weg naar Gods Koninkrijk vrijgemaakt.  Hij nodigt ons en de rest van de wereld ook nu nog uit om onze ogen en oren te openen, onze mond en handen te gebruiken: kortom: te kiezen voor Hem met onze voeten.

R6
De vraag is niet "Hoe kan God dit toelaten", maar de vraag is "Kun je met God meegaan?", met Hem "de Vader van alle barmhartigheid, die de wereld met Zich verzoende in de dood en verrijzenis van zijn Zoon en die de heilige Geest heeft uitgezonden tot vergeving van de zonden".  Je moet niet het lijden van anderen als een verwijt uiten tegen God, maar de liefde vraagt om het eigen lijden te aanvaarden en zo de wereld die je hebt aangetroffen te verzoenen met God, de bron van alle liefde.  De vraag "Hoe kan God dit nou toelaten?" laat merken dat degene die de vraag stelt de liefde nog niet kent en evenmin God kent, maar vanuit een stukje ongezuiverde zelfgenoegzaamheid de liefde nog steeds overlaat aan God en aan de anderen!

R7
De vraag "Hoe kan God dit nou toelaten?" laat merken dat degene die de vraag stelt de liefde nog niet kent en evenmin God kent, maar vanuit een stukje ongezuiverde zelfgenoegzaamheid de liefde nog steeds overlaat aan God en aan de anderen!
Misschien kent hij Gods liefde wel, maar moet hij nog een stukje van de weg naar secularisatie afleggen.

R8
Wat mij het meest getroffen heeft bij de beelden was de jonge moeder die haar kindje een uurlang vasthield en zichzelf moest vastklampen toen ze telkens onder water werd gesleurd en tenslotte haar kindje verloor, toen toonde men haar naast haar dode zus Ida en ze weende toen ze zei:"nu ben ik hier helemaal alleen ,we waren met 3 maar God zal mijn steun moeten zijn. Amen.
Deze vrouw is overtuigd dat God haar niet verlaten heeft.

R9
Past. Christof van Buijtenen pr.:
“Je moet niet het lijden van anderen als een verwijt uiten tegen God, maar de liefde vraagt om het eigen lijden te aanvaarden en zo de wereld die je hebt aangetroffen te verzoenen met God, de bron van alle liefde.  De vraag "Hoe kan God dit nou toelaten?" laat merken dat degene die de vraag stelt de liefde nog niet kent en evenmin God kent, maar vanuit een stukje ongezuiverde zelfgenoegzaamheid de liefde nog steeds overlaat aan God en aan de anderen!”
Dit vind ik prachtig gezegd.  Een kopie ervan hangt al op mijn prikbord in mijn studeerkamer.  Als herinnering om weer even tot me door te laten dringen.
Gelukkig zie ik wel heel veel liefde om mijn heen; in Nederland wordt zeer gul gegeven aan giro 555, ondanks alle klagende Nederlanders over recessie, lastenverzwaringen, enz.
Geld is ook liefde, want energie en kan mensen goed op weg helpen, al is het maar voor een nieuw vissersbootje voor een visser in Atjeh, die daar weer zichzelf en anderen mee kan voeden.
Soms heb ik het idee dat ieder mens door het lijden heen moet om uiteindelijk bij God te kunnen komen.  We kunnen elkaar dus maar beter bijstaan met heel veel liefde.  Liefde als werkwoord dan: steun bieden, troost geven, nood lenigen.
Laten we met z´n allen alle zelfgenoegzaamheid wegknallen.

Samen naar het diepe varen

Naar aanleiding van het dekenaal weekend van 10 en 11 januari 2004, werd volgende brief van Z.E.H. Deken Johan De Baere voorgelezen in alle kerken van ons dekenaat.

Beste vrienden,
Voor de derde keer houden we een dekenaal weekend.  In alle parochies en geloofsgemeenschappen van ons dekenaat Aalst willen we even stilstaan bij enkele aandachtspunten die voor ons allen van belang zijn.
Een dekenaal weekend wil op de eerste plaats de samenhorigheid van alle geloofsgemeenschappen in ons dekenaat bevorderen.  We behartigen immers overal hetzelfde, namelijk de zorg om Jezus en het evangelie ter sprake te brengen; om in gebed en viering met Hem verbonden te blijven en om in ons dagelijks leven en in de wereld zijn levensstijl na te volgen.
Parochies en gelovige groepen blijven in dit pastorale werk een eigen accent en kleur leggen. En dat is heel waardevol en verrijkend.  Overleg tussen de parochies en geloofsgroepen kan het werk ter plaatse bevruchten.  Het dekenaat met zijn diensten en werkgroepen hoopt daarbij een steun te kunnen zijn.
Dit jaar willen we in ons dekenaat Aalst bijzondere aandacht schenken aan twee belangrijke inhoudelijke accenten in onze pastoraal.  Het eerste heeft te maken met een initiatief van onze bisschoppen.  Zij vragen ons om meer werk te maken van de opdracht van de verkondiging. Iedereen van jullie zal het belang van deze oproep dadelijk begrijpen.  Het is geen gemakkelijke opdracht maar wel een uiterst actuele.  Op welke wijze kunnen wij de moderne mensen weer in contact brengen de rijkdom van het evangelie?  Daarover denken we veel na in de dekenale bijeenkomsten.  Het is ook een vraag aan ons allen: zeggen we zelf nog iets over de betekenis van het geloof aan anderen?
Zullen het christelijke geloof en de Kerk niet pas aan vitaliteit herwinnen als we zelf enthousiaster over de betekenis van het geloof in ons leven durven getuigen?
Over ons geloof spreken en erover verkondigen in onze parochies en geloofsgroepen heeft wellicht te maken met nog een tweede, diepere laag in ons pastoraal werk.  Rondom ons zien we vele mensen zoeken naar stilte en bezinning, naar diepgang en kwaliteit van leven. Kardinaal Danneels vraagt ons telkens weer om in ons kerkwerk daarop in te spelen.  In onze parochies en in ons dekenaat Aalst besteden we daar al langer aandacht aan.  Enkele weken geleden is deze aandacht voor spiritualiteit versterkt door de opening van Emmaüs, het dekenaal huis voor zingeving en spiritualiteit in de buurt van de Sint-Martinuskerk, in het centrum van onze stad Aalst.  Een groep van volwassenen wil vanuit geestelijke vernieuwing werk maken van persoonlijke en maatschappelijke vernieuwing.  Emmaüs stelt daarvoor een onthaal- en verkoopsruimte open. Emmaüs zal ook kansen aanreiken voor filosofische en religieuze vorming. Maar evenzeer levensverdieping door kunst staat op het programma.  En in de mooie stille ruimte kan men zich alleen of in de aangeboden groepsmomenten laten gidsen in de verdieping van het eigen gebedsleven en in bijbelse levensbezinning.  Je bent er van harte welkom op woensdag en zaterdag, Sint-Martensplein 3.  Ook in dit verband kunnen we onszelf even onderzoeken: maken we zelf voldoende tijd voor vernieuwing en verdieping van ons eigen geloofsleven?
De Kerk in ons dekenaat wil niet enkel met 'inkeer' maar evenzeer met 'inzet ' bezig zijn.  Naast de zorg voor Welzijnszorg in eigen land en voor Broederlijk Delen met de armen in het Zuiden willen we dit jaar in onze jaarlijkse vastenconferentie ook stilstaan bij het rouwproces dat velen onder ons moeten doormaken.  De dood treft vaak heel vroeg goede mensen.  Het verwerken van het verdriet om het verlies van dierbaren is een lastige en lange weg. Prof. Manu Keirse heeft daarover zeer zinvolle en praktische dingen te zeggen.  We nodigen u nu al uit om naar hem te komen luisteren op woensdag 3 maart om 20 u. in het Cultureel Centrum 'De Werf' te Aalst.
Mogen we tot slot zeer praktisch eindigen.  Maar het gaat evenzeer om een belangrijk aspect van ons dekenaal kerkwerk.  Een pastorale werking vraagt de nodige financiële middelen. Meer dan vroeger is de Kerk verplicht om zelf gelden te verzamelen voor haar werking.  De Staat is minder en minder bereid om het kerkwerk te steunen.  Daarom proberen wij in een dekenaal fonds middelen te verzamelen om ons dienstwerk blijvend te kunnen verrichten.  Uw bijdrage daartoe is ten zeerste welkom.  U kunt, als u er mee instemt, een gift steken in de omslag die u bij het binnenkomen van de kerk werd aangereikt.  Een eenmalige storting of een permanente opdracht via een overschrijvingsformulier, te verkrijgen op de tafels bij de uitgang van de kerk, is eveneens een dankbare mogelijkheid.

Beste vrienden, een dekenaal weekend duurt eigenlijk een heel jaar.  Een heel jaar lang zijn we immers als parochie en dekenaat met elkaar op stap.  Laten we er daarom allen toe bijdragen één veelkleurige Kerkgemeenschap te vormen.
Elke parochiegemeenschap mag en moet de eigen kleur behouden en die ook laten zien.  En samen respecteren we elkaars kleur.  Als wij daarenboven in liefde met elkaar verbonden samenwerken en samenleven, kunnen we ook beter werk kunnen maken van verzoening en vrede in de maatschappij.

Met dank voor alle inzet in uw parochie en met een hartelijke groet namens de gehele dekenale conferentie, groet ik u van harte.

Johan De Baere, Deken van Aalst.

Om de broodnodige middelen te verzamelen om ook in de toekomst de pastorale mogelijkheden binnen het dekenaat te kunnen blijven verzekeren, zijn wij heel dankbaar voor elk teken van zorg voor ons dekenaat door een overschrijving op: 733-0098592-70 van VZW Pastorale werking dekenaat Aalst, Sint-Martensplein 5 - 9300 Aalst.

Hartelijk dank.

Dooppastoraal vandaag:
Met volwassenen – weer – op weg gaan
Naar geloof en parochie.

Enkele pastorale aanbevelingen
Als opvolging van de dekenale conferentie van oktober.
Goedgekeurd op dekenale conferentie van december 2002

1. Een nieuwe visie op sacramentenpastoraal: van een pastoraal van 'passief toedienen' naar een 'pastoraal van interactief contact leggen'.

Vertrekkend van de dekenale conferentie.
1. Op de dekenale conferentie van oktober 2001 - zowel in verband met de individuele voorbereiding van de doop als bij de doopvoorbereiding in groep – getuigden de doopcatechisten van hun positieve ervaring in de dooppastoraal door het scheppen van een band tussen ouders en parochie en door het omkaderen van het doopsel met een praktische voorbereiding van de doopviering.

2. De bijna evidente aanvaarding door de ouders van de ‘leken-doopcatechisten’ als volwaardige vertegenwoordigers van de parochie/kerk zijn was een tweede opvallend positief gegeven.

3. Maar bijna overal stelde zich tegelijk het probleem van het aantrekken van nieuwe doopcatechisten of doopbegeleiders.  Hier blijkt een paradox: de meeste doopcatechisten spreken hun vervulling uit bij hun taak en toch vinden de parochies geen nieuwe mensen voor deze boeiende en belangrijke opdracht.

Pleidooi voor een nieuwe dynamiek in de dooppastoraal.
De getuigenissen over de positieve ervaringen met de dooppastoraal zouden ons kunnen aanzetten om op die ingeslagen weg verder te gaan.  Het is weer een opdracht meer.  Maar deze evoluerende tijd vraagt nu eenmaal om voortdurende veranderingen in de pastoraal.  Het gaat hierbij echter niet om vernieuwingen omwille van de vernieuwingen.  De voorgestelde wijzigingen in de pastorale aanpak zijn wenselijk omdat ze de dooppastoraal en de gehele parochie kunnen vitaliseren.  Als dat kan, zullen de inspanningen meer dan de moeite lonen.

Waarvoor staan we eigenlijk in de moderne pastoraal?  Overal constateert men dat de vroegere evidente band tussen kerk en mensen is verbroken.  Tussen de moderne mens en het geloof is de directe weg opgebroken.  Pastoraal zal daar meer rekening moeten mee houden.  Dit betekent:

1. Het niet-evident zijn van geloof en kerk als normaal uitgangspunt beschouwen.  En daarin de nieuwe kansen voor geloof en kerk leren zien en benutten.  Dus: gedaan met klagen en beklagen.

2. Met de van geloof en kerk vervreemde moderne mens weer de geleidelijke weg naar een hernieuwde of nieuwe band met geloof en kerk leren gaan.

Dus: op zoek naar modellen en suggesties voor nieuw contact.

De dooppastoraal zal zich moeten inschrijven in deze nieuwe pastorale dynamiek ‘van de lange maar boeiende weg gaan’.  Dooppastoraal-nieuwe-stijl wordt dus herstel van kerkcontact of eerste aansluiting bij kerk.  Moderne dooppastoraal zal eerder geloofsopwekkend of geloofsherstichtend te werk moeten gaan dan geloofsbevestigend of geloofsonderhoudend.

Eigenlijk maken we een evolutie mee van de vroegere dooppastoraal van ‘automatisch toedienen van het doopsel’ naar een nieuwe dooppastoraal van ‘als kerk eerst zelf actief contact zoeken en verbinding maken met ouders’.

De nieuwe dooppastoraal zou nog een stap verder moeten kunnen gaan.  De finaliteit dat de nieuwe dynamiek is deze: ouders geleidelijk hun eigenlijke verantwoordelijkheid in de geloofsopvoeding van hun kinderen laten en leren opnemen.  ‘De wieg van het geloof staat in het christelijk gezin’.  Ouders kunnen en moeten meegroeien met hun kinderen in het geloof.  Ouders zijn degenen die kun kind dopen en vormen in geloof: zij zijn de echte doopheer en doopvrouw, de echte vormheer en vormvrouw.

Vanuit hun ervaringen met geloofsbeleving en geloofsopvoeding in hun gezin kunnen ze in de parochie een actieve en creatieve inbreng doen in de uitbouw van een dooppastoraal en vormselpastoraal.  Onder het motto van ‘ouders voor ouders’, of van ‘gelovigen voor gelovigen’.

Zouden we niet juist op die wijze ook op het spoor kunnen komen van nieuwe doopbegeleiders en –catechisten?

De werkprincipes van de nieuwe pastorale aanpak van de dooppastoraal.
1. Het doopsel mag niet ‘zomaar’ worden toegediend maar dient te worden voorafgegaan en opgevolgd door momenten van contact en gesprek met de parochie.  Maar het doopsel mag evenmin ‘zomaar’ worden geweigerd.  Een negatieve of strenge houding stoot mensen nog meer af van geloof en kerk en strookt niet met de principieel milde visie van het evangelie.  De dooppastoraal- nieuwe-stijl is juist een kans om vooroordelen tegenover geloof en kerk op te vangen en positief te leren herbekijken.  En om de geleidelijke weg (terug) te gaan naar geloof en kerk.

Dooppastoraal: geen éénmalig contact, maar een proces van (her-) ontdekking.

2. De eerste contacten rond de doop bevatten best een zeer realistische en laagdrempelige aanpak: eerst behoedzaam peilen naar de levenservaring en geloofsbetrokkenheid van de ouders; goed voor ogen houden dat in een eerste fase van contacten een warme en vriendelijke houding en een klimaat van openheid en vrijheid het belangrijkste zijn; aanvaarden dat slechts één van de ouders meedoet; …

Dooppastoraal: leren vertrekken van de geloofsbetrokkenheid van de ouders zoals ze is (en die is vaak zeer beperkt) en daarmee op weg leren gaan.

3. In de huidige dooppastoraal ‘in de overgang’ komt het echte geloofsgesprek wellicht maar op het einde.  Misschien zelfs na de doop, in een gezamenlijk opvolgingsmoment waarvoor ouders bewust en vrij kiezen.  En dat verloopt liefst in groepsverband: met andere ouders samen (interparochiaal ingericht) vanuit het evangelisatie-inzicht dat gelovigen gelovig worden aan elkaar, aan elkaars geloofsgetuigenis.  In de parochies die met de ouders de doop in groepsverband voorbereiden zal het geloofsgesprek vroeger kunnen plaatsvinden maar ook dan volgens het principe van de geleidelijkheid.

Dooppastoraal: van éénrichtingsverkeer tussen ouders en doopcatechist of pastoor naar een gesprek en uitwisseling tussen ouders, begeleid door doopcatechisten als gidsen.

4. In de nieuwe dooppastoraal staat niet enkel de doop van het kind centraal maar evenzeer ‘de her-doop’ van de ouders.  Het gaat om de geleidelijke ‘heropdelving’ van hun geloof.  In de nieuwe pastoraal zullen we meer rekening moeten houden met de nieuwe godsdienstpsychologische inzichten omtrent de geloofsgroei in het leven van mensen: volwassen geloven is vandaag het resultaat van een lang groeiproces van ‘inhaken, afhaken en weer inhaken’.  De nieuwe evangelisatiepastoraal dient ruimte te laten voor de omweg die mensen vandaag gaan: als kind in contact met geloof; als tiener weg van het geloof; als twintiger of dertiger misschien weer aarzelend, twijfelend of zoekend open komen voor geloof.

Dooppastoraal: niet met een doop als het toedienen van het geloof als een afgewerkt product maar met de doop als het meegeven van een groeiopdracht om christen te zijn of - beter nog – om christen te worden.

5. In de evangelisatiedynamiek van de nieuwe dooppastoraal zullen de ouders benaderd worden als mensen die naar aanleiding van de doop van hun kind in de toekomst misschien zelf actief kunnen meedoen in de dooppastoraal.

De doopbegeleiders van de parochie kunnen bepaalde ouders aanspreken en uitnodigen om zich geleidelijk getuigend-actief mee in te zetten.  Onder het motto: ‘De ouders van vandaag zijn de nieuwe doopbegeleiders van morgen’.

Dooppastoraal: geen passieve ouders die de doop aanvragen en ondergaan, maar ouders die voorzichtig en in groeiende mate benaderd en betrokken worden als mogelijke toekomstige mededragers van dooppastoraal en parochie.

2. Aanbevelingen voor de praktijk van de nieuwe dooppastoraal.

Aanbeveling 1
Bij de individuele voorbereiding van de doop een langer proces voorzien van enkele - korte - contacten tussen ouders en parochie: een allereerste kennismakingsgesprek, een tweede ontmoeting ter praktische voorbereiding van de viering, een derde contact vlak voor de viering om te zien of alles ok is.

Bij de doopvoorbereiding in groepsverband: geleidelijk op weg gaan van levensbetrokken naar geloofsverkennend gesprek.

In de voorbereiding van de doop bij de ouders toetsen of niet enkel de ouders maar ook de grootouders en/of peter en meter iets willen doen in de doopviering.

Aanbeveling 2
In de doopviering principieel ruimte maken voor een actieve en getuigende inbreng van de betrokken doopcatechist(en).  De doopcatechist zal de band met de doopvoorbereiding maken door inleiding en afsluiting van de doopviering te verzorgen.

Een boekje of vouwblaadje als aandenken aan de doopviering voorzien waarin de ouders en andere aanwezigen (ook kinderen) in de kerk, na de doopviering, een reactie kunnen neerschrijven.

Aan het einde van de doopviering een mooie en warme uitnodiging meegeven voor de viering van Lichtmis.  Een uitnodiging tot ouders, maar ook hiervoor meter, peter en grootouders uitnodigen.  Liefst door de doopcatechist mondeling toe te lichten

Doopcatechisten kunnen enkele weken voor Lichtmis de ouders nog eens persoonlijk herinneren aan de viering van Lichtmis.

Ook de ouders die twee jaar geleden hun kindje lieten dopen kunnen nog een keer worden uitgenodigd voor de Lichtmisviering.

Aanbeveling 3
De viering van Lichtmis zeer bewust uitbouwen tot een gastvrije en uitnodigende viering.  Met het oog op de opwekking van de geloofsbetrokkenheid en de versteviging van de band met de parochie.  Concreet met een persoonlijk onthaal door de doopcatechisten; met actieve betrokkenheid in de viering van doopcatechisten en van de catechisten van de eerste communie en het vormsel; met geloofsgetuigenissen of inbreng van ouders die hun kindje hebben gedoopt.  Men mag ook de mogelijke inbreng van ouders die al enkele jaren geleden hun kind lieten dopen niet vergeten.  Zelfs de ouders van de vormelingen en de vormelingen zelf kunnen hierbij nog betrokken worden.  Het geheel uitbouwen met mooie teksten, eventueel met een boekje om mee naar huis te nemen.

Aan het einde van en na de Lichtmisviering én in het ‘samenzijn nadien bij een pannenkoek’ kunnen de pastoor en de doopcatechisten de ouders uitnodigen en vragen of ze volgende keer niet ook een kleine inhoudelijke of praktische taak zouden willen verrichten in de dooppastoraal en of ze geen doopbegeleider of doopcatechist zouden willen worden.

Aanbeveling 4
Het ‘langer lopende proces’ van contact vóór de doop én gedurende de tijd van doop tot Lichtmisviering dieper uitbouwen door ook nog een inhoudelijke gespreksavond te voorzien.  De ouders die hun kind lieten dopen uitnodigen op een jaarlijkse opvolgingsavond van het gehele doopgebeuren, tussen Pasen en Pinksteren en rond de thematiek ‘de weg gaan van kinderdoop naar eerste communie’.

Aanbeveling 5
Één keer per jaar in een zondagsviering (de viering van de doop van Jezus) of beter nog in de paasvieringen – zeker in de paaswake met doop - de gehele aanwezige parochie sensibiliseren voor de nieuwe visie op het doopgebeuren en dooppastoraal en op de belangrijke betekenis van de doop in het christelijk leven en de kerk: bijvoorbeeld door een kort getuigenis van een doopcatechist en een volwassen die terugblikt op zijn/haar ‘volwassen doop’.

Aanbeveling 6
De dekenale werkgroep dooppastoraal zou volgend werkjaar volop aandacht kunnen besteden aan de nieuwe evangelisatievisie op dooppastoraal en aan de heel concrete, praktische uitwerking van de dooppastoraal.

In een reeks van drie vormings- en doeavonden.

Eerste avond: de nieuwe evangelisatievisie en de doopvoorbereiding, de weg vóór het doopsel.
Met tijdens deze eerste avond:
suggesties met het oog op de actieve betrokkenheid van de ouders en de geleidelijke inschakeling van ouders in de dooppastoraal;
tips om nieuwe doopbegeleiders te zoeken;
het opmaken van een profiel en taakomschrijving van de doopcatechist en/of doopbegeleider;

Tweede avond: de nieuwe evangelisatievisie en de doopselviering en de viering van Lichtmis.
Met tijdens deze tweede avond de uitwerking van een goede Lichtmisviering.

Derde avond: de nieuwe evangelisatievisie en de weg na het doopsel: van het doopsel naar de eerste communie.
Met tijdens deze derde avond de uitwerking van de opvolgingsavond (-en).

Terreur in Amerika
Eerst graven in de voedingsbodem van het terrorisme.

Verklaring van de dekenale stuurgroep Aalst, 26 september 2001.

11 september 2001: terreur in Amerika.
De wereld zal morgen niet meer dezelfde zijn (De Standaard, 12 september).  Maar kon de wereld van gisteren op die wijze wel voortgaan?  Wisten we niet al lang dat er 'iets' moest veranderen?  De kloof tussen arm en rijk, tussen Palestijnen en joden, tussen de islamlanden en het Westen is gevaarlijk diep geworden.  Is het niet juist die kloof die de grootste hinderpaal vormt voor een veilige wereld?  Hoeveel dood en terreur heeft die kloof vóór 11 september 2001 al niet veroorzaakt?

‘Is de minderheid de onmacht,
is de onmacht de minderheid.’ (Mark Insinghel)
Er zal morgen geen vrede zijn zonder rechtvaardigheid.  Er zal morgen geen rechtvaardigheid komen zonder dialoog.  Er zal morgen geen dialoog in de wereld zijn zonder gesprek over en tussen de godsdiensten.  Er zal morgen geen godsdienstvrede komen zonder gezamenlijke ontmijning van een - godsdienstig gelegitimeerd – agressief extremisme.

11 september 2001 zal in de herinnering gebrand blijven.
Maar 11 september 2001 zal pas verandering brengen als de leiders van Amerika en Europa bereid zijn om de terreur niet met tegengeweld te beantwoorden zonder zich eerst ernstig af te vragen waarom die terreur er eigenlijk is.

Is er iemand onder hen die grondig wil laten onderzoeken hoe mensen, groepen of staten tot zo’n grote wanhoop, haat en kwaad komen?

Is er iemand onder hen die de voorgeschiedenis en de oorzaken van het internationaal terrorisme door extremistische islamgroeperingen durft blootleggen?

Is er iemand onder hen die eerst een concreet plan voor nieuwe evenwichtige en rechtvaardige verhoudingen in de wereld durft voorleggen, met name in de regio’s van het Midden-Oosten en Centraal Azië?

Pas dan kan men de criminele terreur effectief bestrijden! Want blinde terreur is onmenselijk en lost niets op.  Integendeel, het zorgt voor een escalatie van geweld en een aanwakkering van het haatverwekkende blokdenken tussen het Westen en een militante islamitische alliantie.

11 september 2001: enkel en alleen als Westerse grootmachten en belangengroepen in internationale aangelegenheden ook ernstig rekening houden met de armoede van de plaatselijke volkeren, met de eigenheid van lokale culturen en de gevoeligheden van andere godsdiensten zal de wereld ooit veiliger worden!  Enkel en alleen als islamitische landen het Westen genuanceerder leren benaderen, gezamenlijk afstand nemen van een gewelddadige interpretatie van de jihad en geen steun meer verlenen aan terroristische islamitische groeperingen zal de wereld ooit veiliger worden.

Het wordt tijd dat de politieke leiders in Amerika, in Europa en in de gehele wereld beter leren beseffen dat mensen en volkeren ingewikkeld in elkaar zitten.  Vooral de Verenigde Staten moeten nog leren dat zelfs een grootmacht op dat punt grenzen moet respecteren: religieus extremisme gebruiken en sterk maken in dienst van de eigen belangen, kan later als een boemerang in het eigen gezicht terugkeren.

De conflicten en de haat, het geweld en het kwaad in de wereld kunnen niet weggenomen worden zonder aandacht voor de spirituele-morele dimensie van de geweldproblematiek, zoals de Belgische bisschoppen onlangs verklaarden in hun reactie op de terreur in Amerika.

Van Jezus kunnen we leren geweld te voorkomen en verminderen door zelf geen geweld en – zo weinig mogelijk - tegengeweld te gebruiken en dat vanuit en met het oog op een grensverleggende, ‘goddelijke’ naastenliefde.

Van Franciscus kunnen we leren ‘de wolf’ in mensen – en volkeren - te bedaren door te luisteren en te praten.

Van de profeet Mohammed kunnen we leren eerst en vooral aandacht te besteden aan het gevecht in onszelf ter verbetering van onszelf en ter bevordering van een rechtvaardige samenleving.

Conclusies uit de dekenale conferentie van juni over interparochiale samenwerking

Dekenale conferentie september 2001

De dekenale stuurgroep wil in de toekomst rekening houden met de bedenkingen zoals die openhartig werden geformuleerd op de dekenale conferentie van juni 2001.  We zijn blij met de ernst van de evaluatie van de voorgestelde plannen.  We beluisterden in deze eerste reacties een oprechte bekommernis om de plaatselijke pastorale werking in de parochie prioritair te houden.

We menen de kritische bedenkingen te kunnen ophangen aan twee grote kapstokken:

1. Om het plaatselijke pastorale werk te ondersteunen moet niet zozeer een sterke interparochiale werking worden opgezet maar moet vanuit het dekenaat een concrete toerusting van de plaatselijke pastoraal voorzien worden.  De parochiepastoraal moet prioritair blijven.

2. Een interparochiale samenwerking kan nuttig zijn.  Maar men dient voorzichtig te zijn om deze voortijdig te activeren.  Men moet behoedzaam zijn om te vroeg dingen vast te leggen.

‘Laat eerder de samenwerking tussen parochies geleidelijk gebeuren’, zo klonk het in juni.  ‘Laat de parochies zelf onderzoeken op welke domeinen ze kunnen samenwerken’.

En toch blijft de dekenale stuurgroep ervan overtuigd dat een interparochiale samenwerking in de toekomst noodzakelijk is.  Het priestertekort en het dalend aantal kerkelijke gelovigen zullen de parochies verplichten om meer samen te werken.  Maar we kunnen het ook positief bekijken: sommige dingen met enkele parochies samen doen, kan ook verrijkend zijn en nieuwe pastorale kansen scheppen.  De stuurgroep blijft er ook van uitgaan dat de samenwerking tussen parochies best nu reeds wordt voorbereid.

We proberen het geheel als volgt samen te vatten:

1. Naast de parochie krijgt het dekenaat een groeiend belang, zoals vroeger beklemtoond. Allerlei ondersteuning kan beter dekenaal worden georganiseerd.  De dekenale stuurgroep probeert het dekenaal werk zo dienstbaar mogelijk te maken naar de parochies toe.

2. Naast de zorg voor parochie en dekenaat verkennen we - op een heel rustige wijze - de mogelijke samenwerking binnen groepen van samenhangende parochies.  Concreet betekent dit dat men interparochiaal een paar keer per jaar vergadert met de parochieploegen of op het niveau van de werkgroepen: op zoek naar mogelijke en wenselijke pastorale samenwerking.  Men kan de grote kerkelijke werkvelden overlopen: liturgie, verkondiging en catechese, diakonie en de zorg voor de leiding van het geheel.  De dekenale stuurgroep zal telkens werkvragen en suggesties ter overweging voorleggen.  De interparochiale samenwerking gebeurt in een klimaat van vrijheid: elke interparochiale zone bepaalt zelf hoe vlug en intens er samengewerkt kan worden.  Er mag een verschillend ritme zijn tussen de zones.

3. Om de kerkelijke en niet-kerkelijke gelovigen te laten mee evolueren met de pastorale veranderingen in het algemeen en de dekenale werking in het bijzonder is het wenselijk om de gelovigen expliciet en systematisch te informeren.

Concreet stellen we voor dat in hetzelfde weekend in alle parochies omtrent éénzelfde aandachtspunt een gelijklopende uitleg wordt gegeven aan de gelovigen.

Vanaf dit werkjaar 2001-2002 zouden we elk jaar één weekend willen bestempelen als ‘dekenaal weekend’.  Dit jaar zou dat 13-14 oktober worden.  De stuurgroep bezorgt daartoe materiaal aan de parochiale ploegen: voor homilie of mededeling in de weekendvieringen, voor parochieraad of werkgroepen; voor het plaatselijke parochiaal contactblad, …

Op liturgisch vlak leren samenwerken binnen een interparochiale zone

Dekenale conferentie juni 2001

Enkele mogelijke werkvragen voor een interparochiale samenkomst van parochieploegen en vertegenwoordigers van de werkgroepen liturgie.

1. Welke samenwerking zien wij nu reeds mogelijk op het vlak van de zondagsvieringen?

1.a. Is er samenwerking mogelijk op het niveau van de voorbereiding van de vieringen?

Tussen de werkgroepen liturgie?  Inzake lectorenwerking? …

1.b. Is er samenwerking mogelijk op het niveau van de vieringen zelf?

Homilie-uitwisseling?  Uitwisseling van koren?  Afstemmen van de vieringen op elkaar? Samensmelting met afwisseling van sommige vieringen? …

1.c. Probeer eens volgende casus hypothetisch maar realistisch uit te werken:

Stel dat in uw zone uw pastoor er nog een parochie bij krijgt hoe zouden jullie de liturgische samenwerking inzake zondagsvieringen uitbouwen binnen uw zone?

2. Is er nu reeds samenwerking mogelijk in de sterke liturgische tijden en op hoogfeesten?

2.a. Is er samenwerking mogelijk op het niveau van de voorbereiding van de vieringen?

Tussen de werkgroepen liturgie?  Inzake lectorenwerking? …

2.b. Is er samenwerking mogelijk op het niveau van de vieringen zelf?

Homilie-uitwisseling?  Uitwisseling van koren?  Samensmelting met afwisseling van sommige vieringen? …

2.c. Probeer eens volgende casus hypothetisch maar realistisch uit te werken:

Stel dat in uw zone uw pastoor er nog een parochie bij krijgt hoe zouden jullie de liturgische samenwerking inzake liturgie in de sterke tijden uitbouwen binnen uw zone?

3. Is er samenwerking mogelijk op het vlak van de vieringen en gebedsmomenten in de week?

3.a. Is er samenwerking mogelijk op het niveau van de voorbereiding van de vieringen?

Tussen de werkgroepen liturgie?  Tussen de gebedsvoorgangers? …

3.b. Is er samenwerking mogelijk op het niveau van de vieringen zelf?

Homilie-uitwisseling?  Uitwisseling van gebedsvoorgangers?  Samensmelting met afwisseling van sommige vieringen? …

3.c. Probeer eens volgende casus hypothetisch maar realistisch uit te werken:

Stel dat in uw zone uw pastoor er nog een parochie bij krijgt hoe zouden jullie de liturgische samenwerking inzake vieringen en gebedsmomenten in de week uitbouwen binnen uw zone?

Vitalisering van geloof en kerk in Aalst

Enkele belangrijke aanvullingen bij de dekenale beleidsnota vanuit het plenumgesprek op de dekenale conferentie van april.

Dekenale conferentie juni 2001

Als we niet enkel vanuit het priestertekort denken

maar vanuit de zorg voor vitalisering van geloof en kerk …

Een zes-punten-werkplan

met het oog op gelovige gemeenschapsopbouw naar morgen toe.

1. Het gaat in de toekomst niet om het redden van de parochie op zich.  Het gaat om ruimte en bemoediging van de creativiteit van de plaatselijke pastoraal dichtbij de mensen.

De moderne parochie dient een veelzijdige verscheidenheid aan pastorale activiteit te ontwikkelen: een servicepastoraal én een evangelisatiepastoraal; pastoraal in grote groep én in kleine groepen; spirituele en diakonale pastoraal; territoriaal, categoriaal én tegelijk met aandacht voor dekenale ondersteuning en werking.

Kunnen we in onze situatie onderzoeken hoe die verscheidenheid in het pastoraal aanbod beter kan worden ontwikkeld en hoe tegelijk de band van allen met allen kan bewaard blijven?

2. Het is wenselijk dat we luisteren naar de zorgen en verlangens van de (kerkelijke) gelovigen zelf omtrent hun visie op de toekomst van geloof en kerk en meer bepaald betreffende hun kijk op de pastorale hervormingen in parochie en dekenaat.

Dat kan gebeuren via een toelichting in de zondagsvieringen, uitleg in het eigen infoblaadje van de parochie, de parochieraad of een speciale open vergadering.  Waar nodig kan iemand van de dekenale stuurgroep deze bewustwording en sensibilisering helpen op gang brengen.

Hoe kunnen wij in onze parochie daarover concreet en zo vlug mogelijk een dialoog met de gelovigen op gang brengen?  Een open pastoraal beraad voorzien?

3. We maken best werk van soepele werkverbanden tussen ‘historisch en/of mentaal’ samenhangende parochies om zo samen beter het geloof te kunnen opbouwen en gelovige gemeenschapsvorming te stimuleren.  Dus niet alleen interparochiaal samenwerken omwille van het priestertekort maar evenzeer omwille van de nieuwe, ‘mobiele’ moderne mens.

Kunnen we binnen de verschillende interparochiale verbanden concreet afspreken dat we een niet-vrijblijvende dialoog opstarten?  Hoe kan die samenwerking zo opbouwend mogelijk worden?

4a. Het is uiterst belangrijk voor de toekomst van geloof en kerk dat elke bezielde gelovige die met zijn of haar talenten en vorming iets wil bijdragen tot geloof en kerk ook iets mag en kan doen.  Er is een voortdurende, bewuste strategie nodig ‘van ruimte laten en initiatief geven’ aan plaatselijke gidsen, bezielers en trekkers in gebed en viering, in verkondiging en catechese, in diakonie en gemeenschapsopbouw.

Kunnen we onderzoeken welke medegelovigen we aanspreken om hen echt deeltaken én eindverantwoordelijkheden aan te bieden?  En kunnen we deze mensen niet best voorstellen en zenden voor de gehele parochiegemeenschap en/of in de betreffende sectoren?

4b. Het is hoog tijd om uit te kijken naar plaatselijke eindverantwoordelijken of eenheidsfiguren – mannen, vrouwen, religieuzen, paren, … - die in hun parochie of ‘parochiale wijk’ zonder residerend pastoor contactpersoon en bezieler kunnen en willen zijn. We moeten verder nadenken of en hoe we een aantal van hen gedeeltelijk kunnen vrijstellen. Minstens kunnen we deze eenheidsfiguren voorstellen en ‘aanstellen’ voor de gehele parochiegemeenschap.

Kunnen we nu al op zoek gaan naar die nieuwe ‘informele eindverantwoordelijken en voorgangers’ die nauw moeten samenwerken met de gewijde ambtsdragers?  En kunnen we ze nu reeds aanspreken om zich als zodanig - geleidelijk - in te schakelen?

5. Het is van fundamenteel belang voor de opbouw van geloof en kerk om op parochiaal en dekenaal vlak gelovigen bijeen te laten komen of samen te brengen ‘rond hun eigen levensdiepte en rond het evangelie’.  Met de bedoeling daarover samen te spreken en samen te zoeken hoe ze die twee levensbronnen op elkaar kunnen laten inwerken.  Dat betekent concreet groepen stimuleren rond ‘inkeer en inzet’.  Het zijn kleine gemeenschappen van/voor christelijk leven.  Want kerkopbouw komt voort uit gezamenlijke geloofsopbouw.  En gezamenlijke geloofsopbouw ontstaat door de verbinding van het eigen leven met het evangelie, door de verbinding van het persoonlijke leven met het leven van Jezus.  We hebben hier te maken de nieuwe missionaire opdracht van onze huidige minderheidskerk: zorgen onze pastorale hervormingen voor een nieuw spiritueel elan in de parochies en voor een nieuwe evangelisering van de samenleving?

Kunnen we ter plaatse een inventaris opmaken van ‘evangelisatie–‘ groepen die reeds bestaan en kunnen we die groepen niet een keer samenbrengen?  En hoe kunnen we de oprichting van nieuwe geloofsgroepen stimuleren?

6. Zou het ook niet interessant zijn om in de nabije toekomst een ‘open’ huis van spiritualiteit (niet van pastoraal!) te voorzien in de centrum van de stad waarin mensen en gelovigen - die spiritueel zoekende zijn - elkaar kunnen ontmoeten?  Een open geloofshuis waar men individueel en in groep wordt onthaald en begeleid en waar men ‘voedsel’ kan vinden als antwoord op het zoeken.  Een huis van/voor ‘moderne’ lekenspiritualiteit.

Moeten we niet met enkele geïnteresseerden een gesprek starten om te onderzoeken hoe dit dekenaal huis voor geloofsbegeleiding tot stand kan komen?

Met het oog op de toekomst van geloof en kerk in Aalst
Filosofie en principes voor de pastorale werking in parochies en dekenaat

Dekenale conferentie april 2001

Kunnen jullie zich achter deze filosofie en principes scharen?

Kunnen jullie akkoord gaan met deze voorstellen?

Kunnen we op deze wijze ‘samenhorig’ de toekomst voorbereiden?

Ons vertrekpunt
Het geloof en de kerk liggen niet gemakkelijk in het nieuwe pluralistische Vlaanderen.  Ook in Aalst - zowel in de stad als in de landelijke gemeenten – ervaren we dit op allerlei vlakken.  Het kerkelijk beleid in Rome speelt minder adequaat in op de noodsituatie in de plaatselijke kerkgemeenschappen. Het diocesane beleidspan laat nog vele vragen open.

Maar de crisis van kerk en geloof gaat dieper dan dat.  Ten diepste worden we uitgedaagd door de ‘moderne’ tijdsgeest.

Wij stellen voor dat we in onze pastoraal in Aalst de kerkelijke situatie aanvaarden zoals ze is.  Dat we de gebreken en moeilijkheden proberen te dragen.  Maar dat we ook de positieve kanten van sommige nieuwe ontwikkelingen leren zien en vooral dat we de nieuwe kansen leren benutten.

De noodzakelijke herschikkingen omwille van het priestertekort kunnen we verruimen en verdiepen door ook aandacht te besteden aan de nieuwe gegevenheden van deze tijd: de rationele ingesteldheid van de moderne mens; zijn wil om mee te denken en te mee doen; zijn gerichtheid op persoonlijke beleving en gevoel; zijn drang om vrij te kiezen en te beslissen bij welke gemeenschap hij zal aansluiten; zijn nood aan onthaasting, stilte en bezinning; zijn verlangen naar contact, herkenning en waardering van medemensen; de wereldwijde zorg voor humaniteit …

Onze droom, die we nu voorleggen, is: laten we zelf, vanuit de diocesane richtlijnen én vanuit de plaatselijke noden, een eigen pastoraal werkplan uittekenen.  Realistisch en bescheiden maar moedig en met vertrouwen.

Laten we van daaruit de komende jaren de uitdagingen voor geloof en kerk aanpakken in een sfeer van ‘nieuwe kansen zoeken en nieuwe wegen bewandelen’.

Laten we vooral elkaar ruimte geven en elkaar tegemoet treden in een geest van ‘evangelische broederlijkheid’.

Laten we leken en plaatselijke geloofsgemeenschappen die medeverantwoordelijkheid willen opnemen, bemoedigen en volop kansen geven.

Laten we nieuwe arbeiders zoeken want de opdrachten zijn groot.

Anticiperend te werk gaan
Voorlopig veranderen we niets fundamenteel aan de pastorale werking in onze parochies en dekenaat.  Alles zoals het nu loopt, kan blijven tot zolang het mogelijk is.

Maar terzelfder tijd zouden we nu voor een anticiperende aanpak moeten durven kiezen.  Wij voorstellen daarom voor om , vanaf nu reeds, te beginnen met het denkwerk ter voorbereiding van de nieuwe situatie die onverbiddelijk doorbreekt: een kerk met minder priesters, met minder pastorale vrijwilligers, met minder kerkelijke gelovigen.  Gelijktijdig hiermee dienen we een goed doordachte bewustmaking en begeleiding van de gelovigen op gang te brengen i.v.m. de ingrijpende kerkelijke veranderingen.

Met deze anticiperende aanpak zullen wij niet overvallen worden door de situatie maar zullen we goed voorbereid zijn als het zover komt.  Maar vooral geloven wijzelf dat nu reeds starten met de interparochiale ontmoetingen en gesprekken vele positieve kanten kan hebben: een klimaat van kennismaking en vertrouwen, een geest van toenadering en solidariteit en een bron van nieuwe inzichten en kansen kunnen tot stand komen.

Onze basisfilosofie
Centraal in onze pastorale werking van morgen zal komen te staan: het samenwerkingsverband tussen die parochies, die min of meer samenhangen en die in de nabije toekomst wellicht onder het toezicht van één pastoor kunnen komen.  Daarom zal pastorale opbouw in de toekomst binnen deze interparochiale zones gezamenlijk moeten uitgebouwd worden, in overleg met de vertegenwoordigers van de parochies die daartoe behoren.

We zouden graag voorstellen dat de interparochiale-zonale samenkomsten vanaf volgend werkjaar met hun voorbereidingswerk van start kunnen gaan.  Kunnen we daarmee akkoord gaan?  Om het aantal vergaderingen te beperken kunnen deze interparochiale samenkomsten misschien afgewisseld worden met de eigen vergaderingen van de parochieploegen?

Binnen de interparochiale zones staat dit pastoraal werkprincipe voorop:

wat in de parochie ter plaatse kan blijven uitgebouwd worden blijft bestaan, dichtbij de mensen en inspelend op de lokale eigenheid,

én wat niet meer ter plaatse kan of wat beter op interparochiaal vlak ingericht wordt, kan op één plaats in die zone - afwisselend of vast – plaatsvinden.  En dat uiteraard met parochiale betrokkenheid én vanuit de verschillende parochies gezamenlijk gedragen.

In elk interparochiale zone blijft er ruimte om dit principe relatief vrij en zelfstandig uit te werken, naargelang de plaatselijke noden, mogelijkheden en wensen.

Enkele casussen ter illustratie
Laten we eerst een liturgische casus uitwerken om dit principe te verduidelijken. Eén pastoor krijgt het toezicht op twee, drie of vier parochies.  Binnen dit geheel stelt zich de vraag in verband met de kerstnachtviering.  Er zijn vanuit ons voorstel van werkprincipe vele modellen mogelijk.  Ofwel is er om beurt één kerstnachtviering in elk van de parochiekerken met vooraf een goed uitgewerkte uitleg, motivering en oproep in de andere parochies om aan te sluiten.  Ofwel is er elk jaar één kerstnachtviering in dezelfde, goed gelegen centrale ‘moederkerk’.  Ofwel is er een relatief zelfstandige woorddienst in de parochies van die zone die dat willen en kunnen, en begeven zich nadien de gelovigen die kunnen en willen naar één kerk voor de eucharistische dienst van de kerstnachtviering.  Ofwel …

We nemen nu een casus op het vlak van de verkondiging.  Als er twee, drie of vier parochies onder het toezicht van één priester komen te staan kan met de ouderavonden voor de ouders van de vormelingen op diverse wijzen op elkaar afstemmen in die pastorale zone.  Ofwel behoudt men, indien voldoende plaatselijke medewerkers, deze ouderavonden in elke parochie.  Maar de voorbereiding en de evaluatie, de begeleiding en de vorming van de begeleiders kan men per zone gezamenlijk doen, afwisselend in elk parochie of op één centrale plek.  Ofwel doet men ook de ouderavonden gezamenlijk per twee parochies of voor de gehele pastorale zone samen.  Afwisselend in elke parochie of op één centrale plek.

En tenslotte willen we een voorbeeld geven op het domein van de diakonie.  Als er twee, drie of vier parochies onder het toezicht van één priester komen te staan kan men samen onderzoeken hoe de actie Welzijnszorg en de actie Broederlijk Delen best kan uitgebouwd worden.  Wellicht kan één werkgroep Welzijnszorg en Broederlijk Delen, met vertegenwoordigers uit elke parochie, per zone iets uitwerken.  Dat kan ofwel op één centrale plek gebeuren voor het geheel van de zone, ofwel kan dat gezamenlijke voorbereidingwerk dienen om het in elke parochie plaatselijk te integreren.  Ofwel een combinatie van de twee.

Een ontwerp van indeling van het dekenaat Aalst in interparochiale zones
De dekenale ploeg heeft in de geest van de nieuwe pastorale oriëntatie naar de toekomst toe een eerste denkoefening gemaakt: een voorstel van aanduiding van interparochiale zones.  Zie bijgevoegde kaart en nota.

Over deze ontwerp-indeling valt uiteraard te praten.

De eerste vragen aan de dekenale conferentie zijn juist: voelt elke parochie zich goed bij dat voorstel of zijn er correcties wenselijk?

Kunnen we komen tot een algemeen aanvaarde en werkbare indeling?

We zouden het op prijs stellen als we tegen eind van dit werkjaar tot een algemeen aanvaarde en ondersteunde consensus kunnen komen, met name op de dekenale conferentie van juni.

Het dekenaat als ‘een dienst’ van ondersteuning en als een factor van eenheid
De dekenale werking is ondergeschikt aan de plaatselijke pastorale werking in de parochies en interparochiale zones.  Het gaat in de toekomst van de plaatselijke kerk niet om het dekenaat op zich maar om de blijvende vitalisering van de pastorale werking in de parochies en interparochiale zones.  En nogmaals: in de parochies en interparochiale zones kan men met eigen creativiteit blijven verder werken.

Maar het dekenaat heeft daarbij een onvervangbare rol te vervullen: als ondersteuning van de parochies en de interparochiale pastorale zones.  En als forum van eenheid: op fundamentele punten gezamenlijke opties afspreken om in dezelfde bedding te blijven.

Vanuit deze visie worden voortaan de vergaderingen binnen de interparochiale zones – tussen de parochieploegen van die zone of tussen vertegenwoordigers van de parochies binnen de zone – complementair aan de vergaderingen van de dekenale conferentie.  Die twee types van bijeenkomsten zullen in de toekomst op elkaar inspelen.  Op die manier wordt de dekenale conferentie in zekere zin iets minder belangrijk of beter: de dekenale conferentie komt in de toekomst meer in dienst te staan van de interparochiale zones.

Wellicht moeten we even overleg plegen in welke formule dat het best kan.  Met de zorg om al teveel vergaderingen te plannen en met de bekommernis om een evenwicht te houden tussen plaatselijke werking en dekenale eenheid.

Ofwel wordt het aantal dekenale conferenties iets verminderd ten voordele van de interparochiale vergaderingen.  Ofwel wordt beslist om dadelijk afwisselend te vergaderen: één interparochiale vergadering en daarna één dekenale vergadering.

Ofwel …

De dekenale ploeg
In dienst van de dekenale conferentie en de interparochiale zones en parochies staat de dekenale ploeg.  De dekenale ploeg is een representatieve groep van naaste medewerkers van de deken.  Door hem samengebracht om hem te begeleiden. Beperkt in aantal om tot een intens beraad te kunnen komen.  Met deelname van de vrijgestelde dekenale parochieassistenten, met vertegenwoordiging van priesters en leken, van stadsparochies en landelijke parochies.  Met zorg voor een evenwicht tussen mannen en vrouwen en tussen de verschillende pastorale aandachtsvelden: territoriaal en categoriaal, spiritueel en diakonaal.

Het dekenaal beleidsplan als leidraad
De dekenale ploeg heeft tijdens een denk-tweedaagse in de abdij van Affligem dit begin van dekenaal pastoraal beleidsplan uitgewerkt.  Dat wordt nu voorgelegd aan de dekenale conferentie met het oog op gezamenlijk beraad om klaarheid en consensus te verkrijgen in verband met de pastorale werking in onze plaatselijke kerk.

Het is de bedoeling dat de dekenale ploeg in de toekomst probeert om dat eigen Aalsters pastoraal beleid en werkplan verder uit te werken en dat in een voortdurende dialoog met de dekenale conferentie en met de interparochiale zones en parochies.

Daarom zullen vanaf volgend werkjaar ons eigen dekenaal beleid en eigen plaatselijk werkplan de agenda bepalen van de toekomstige dekenale conferenties.  We zullen dus zelf en gezamenlijk onze thema’s en aandachtspunten kiezen voor de dekenale conferentie, de pastorale zones en parochies, vanuit ons eigen beleids- en werkplan.

De diocesane thema’s zullen daaraan ondergeschikt worden: waar nodig en mogelijk zullen ze ingepast worden.  Het bisdom heeft geen bewaren tegen deze relatief vrije plaatselijke pastorale dynamiek.

Ons voorstel is dat de dekenale conferentie en de parochies de komende jaren respectievelijk het domein van de liturgie, de verkondiging en de diakonie ter bespreking zullen aanpakken.  Met de bedoeling om op die drie grote pastorale werkterreinen het beraad binnen de interparochiale zones te stimuleren en de gemeenschappelijke krachtlijnen te bepalen.

Wij stellen voor om volgend werkjaar te beginnen met het domein van de liturgie.

Hoe kunnen in de toekomst de sacramentele zondagvieringen, de niet-sacramentele woord- en gebedsdiensten, en het spirituele bezinningsaanbod binnen de pastorale zones zo goed mogelijk worden uitgebouwd en gecoördineerd?

Naargelang het eigen aanvoelen kan men reeds bij de bespreking van de liturgie eventuele linken naar verkondiging en diakonie reed ter sprake brengen en daar rond al regelingen uitwerken.

Naar een samenwerking in een klimaat van openheid en broederlijkheid
In deze voorstellen heeft de dekenale ploeg rekening gehouden met de verzuchtingen en reacties van de dekenale conferentie, van parochies, pastoors en leken-leden van de conferentie. Daarnaast poogt dit pastoraal werkplan om realistisch te blijven maar ook moedig de toekomst - die weldra komt - te anticiperen.  Tenslotte wil dit toekomstplan niets anders dan tot een goede ‘collegiale’ samenwerking te komen in onze plaatselijke kerk.  We hopen dat deze nota in een open maar kritisch-constructieve en broederlijke geest kan besproken worden.

Laten we ons samen in dienst stellen van het behoud en de heropbouw van het geloof en de kerk in Aalst.

Laten we de uitdagingen durvend en hoopvol aanpakken.

Laten we elkaar blijven zoeken en onze eenheid blijven behartigen: het is deze onderlinge liefde die Jezus, met zijn dood voor ogen en met het oog op het werk na hem, ons zo op het hart heeft gedrukt.

Om de pastoraal in onze parochies en dekenaat te vitaliseren.

Enkele voorstellen: het Emmaüsmodel

Dekenale conferentie juni 2002

1.1. Het gaat om voorstellen waarbij het accent ligt op ‘het uitwisselen van door-leefd geloof gecombineerd met zich confronteren met het evangelie’.  Met daarbij een optie om in kleine groepen te werken; maar met de gerichtheid van die kleine groepen op de bestaande grotere parochiegemeenschap.

1.2. Het gaat om een pastoraal model dat tegelijk ruimte wil laten voor de nieuwe mentaliteit van de ‘moderne’ mens:

* de mogelijkheid om - inzake religieuze zingeving en beleving - het zelf mee te mogen te kiezen, zelf mee te doen en zelf mee te beleven;

* de wens om geloof vooral te beleven in het dagelijks leven en de wereld;

* het verlangen naar meer voelbare gemeenschapservaring;

* kansen om de aarzeling, onzekerheid en vragen in verband met geloof en kerk een plek te geven in het geloven (Ruimte voor geloven als geloofszoeken).

1.3. Het gaat om een pastorale aanpak waarbij voortdurend nieuwe mensen worden aangesproken om getuigend mee te doen. Onder het motto ‘gelovigen voor gelovigen’: gewone gelovigen als gidsen voor gewone medegelovigen. Met als optie: meer velen-die-iets-doen en minder enkelen-die-veel-doen.

In het Emmaüsmodel wil pastoraal niets anders dan terugkeren naar de kern van het christelijk geloof en de kerk.  Christelijk geloven meer beleven als een bron van leven: christen zijn als een welbepaalde wijze van mens zijn.  Kerk meer uitbouwen als gemeenschap-die-helpt-christelijk-te-geloven: kerk zijn als een welbepaalde wijze van in de samenleving zijn.

De voorgestelde pastorale aanpak steunt op het beeld van het Emmaüsverhaal. Het is omgaan met gelovigen en zoekende mensen zoals Jezus omging met de Emmaüsgangers:

* in een tijd van levens-, geloofs- en kerkvragen op weg gaan om met elkaar;
* om samen de eigen levens- geloofs- en kerkteleurstelling of het eigen levensbeschouwelijk en geloofszoeken uit te wisselen;
* én om het gesprek te laten belichten door de Schrift en een ‘sacramenteel’ samenzijn.

Waar willen we naartoe met de nieuwe pastorale aanpak?
Ervoor zorgen dat de gelovigen en de geloofsbegeleiders op het einde van hun samenkomen naar huis gaan met het gevoel dat hun gelovig samenzijn hen deugd heeft gedaan (iets betekend heeft voor hun leven).

2. Op het niveau van de parochie(s).

2.1. De uitbouw van de nieuwe Emmaüsaanpak op zondag in het hart van geloof en kerk: in de vorm van een evangelisatie- en liturgiewerking.

Per parochie: een zondagsviering voorbereid en mee voorgegaan door een groepje ‘evangelie en leven’ (vijf, zes à acht mensen).  Maandelijkse viering.

Met grote zorg voor de band tussen evangelie/geloof en leven (gezin, beroep, maatschappij) en voor een tastbare ervaring van de geloofs-gemeenschap.

Dus: een evangeliserend én een liturgisch luik.

2.2. De uitbouw van de nieuwe Emmaüsaanpak in de vorm van beginnende of indirecte geloofsgesprekken.  De lat iets hoger leggen en tegelijk met mensen hun eigen levens- en geloofsweg gaan.  Het gaat hierbij om het aanbod van enkele dieptegesprekken in kleine groepen over leven en geloof én geloof en leven naar aanleiding van de belangrijke levensmomenten.

Naar aanleiding van doopsel, eerste communie, vormsel, huwelijk, ziekte en sterven, …

(2.2. kan per parochie of met twee parochies worden ingericht.)

2.3. Op het niveau van de interparochiale zone: de uitbouw van de nieuwe Emmaüsaanpak in de vorm van een aanbod van directe evangelisatie of van het geloofsgesprek omwille van het geloofsgesprek.  Als kennismaking met christelijk geloven als beleving.  Of als opfrissing van het eigen gelovig zijn.

Met de zorg om mensen hun vragen te laten stellen.  In eerste instantie bestemd voor zoekende mensen en vragende gelovigen die niet zo verbonden zijn met parochies en dekenaat.  Maar ook kerkelijke gelovigen zijn welkom.

Een mengeling van onthaal, bezinning, inleiding, uitwisseling in kleine groepen, tafelmoment, gezamenlijke confrontatie met bijbelverhaal en gebed, opdracht voor persoonlijke verwerking.

Een langer lopend gespreksaanbod in kleine groepen van vier zaterdagnamiddagen.  In de vastenperiode. Een oriëntatiereeks voor zoekende mensen en gelovigen.  Thematiek: waar sta ik op spiritueel en gelovig vlak?  Hoe beleef ik mijn zoeken en geloven?  Waar bevind ik mij in de wereld van het christelijk geloven?  Ben ik nog christelijk gelovig?  Op welke wijze ben ik het?  Zou christelijk geloven nog een rol kunnen spelen in mijn leven?

Met de kans tot een opvolgingsaanbod van vier zaterdagnamiddagen.  In de paas- en pinkstertijd.  Het is een verder orïëntatie-aanbod tot uitklaring van persoonlijke keuzen.  Thematiek: wat is christelijk gelovig leven concreet?  Wat betekent het voor een christen om christen te zijn?  Wat haalt het uit?  Wat is christelijk menszijn?  Hoe kan christelijk geloven nog werkzaam zijn in deze tijd?  Wat kan het bijdragen tot je dagelijks leven?

De acht zaterdagen zijn idealiter één geheel maar men krijgt de ruimte om zich tot de reeks van de eerste vier te beperken.

3. Op dekenaal niveau: begin van het project een dekenaal spiritualiteitshuis als dienst aan parochies en als zelfstandig centrum.
Startlocatie: de mantel van Sint-Maarten.

3.1. Een spirituele vorming – ten dele gemeenschappelijk in kleine groepen en ten dele met ruimte voor persoonlijke inbreng en begeleiding - voor gelovigen en zoekende mensen en groepen die niet zo verbonden zijn met parochies en dekenaat.  Cfr. een gebedsweek of een aanbod om bijbels bidden in te oefenen.

3.2. Kansen voor onthaal en persoonlijke geloofsbegeleiding én met mogelijkheden om ‘zelfstandig’ met christelijke spiritualiteit bezig te zijn.

3.3. Spirituele verdieping en herbronning voor mensen die in parochie of dekenaat pastoraal werkzaam zijn.

Opleiding, vorming en begeleiding van gelovigen die in parochie en dekenaat willen werkzaam zijn als geloofsbegeleider of ‘spirituele gids’.

4. Hoe kan het Emmaüsproject operationeel worden?

4.1. Planning.

* Modelsgewijze beginnen met 2.1. op één plek.  Namelijk in de Sint-Anna parochie.  En geïnteresseerde mensen uit andere parochies kunnen eventueel komen kijken.  Of ze kunnen er in hun situatie op hun wijze mee beginnen.
* Van 2.2. een echte dekenale en parochiale optie maken.  En dus: op elke parochie op eigen ritme beginnen of voortdoen. En geleidelijk aan verder uitbouwen.  Met dekenale ondersteuning.
* Modelsgewijze beginnen met 2.3. op één plek.  In de interparochiale zone stad/linkeroever?  En andere parochies of zones kunnen komen kijken of meedoen om er daarna op hun plek mee te beginnen.
* Geleidelijk uittesten vanaf 2002-2003 van een spiritueel aanbod in het dekenaal spiritualiteitshuis.

4.2. Mogelijke ondersteuning voor de parochies.

4.2.1. Er wordt een werkmap – een uitgewerkt draaiboek - klaargemaakt ten behoeve van parochieploegen en parochiegroepen die met die nieuwe pastorale aanpak willen meedoen of er zelf op hun wijze willen mee werken.

4.2.2. Bij voldoende interesse en engagement kan ter attentie van de geïnteresseerde parochies de nieuwe werkmap worden toegelicht en ingeoefend in twee introductienamiddagen in september.

Twee slotvragen:

1. Heb je vragen, aanvullingen of kritische bedenkingen bij deze voorstellen?

2. Heeft je parochie interesse voor de introductie van twee zaterdagnamiddagen in september?