• Archief •
Kerkopbouw in een veranderend relieus landschap
1. Situatieschets: individualisering, secularisatie: van volkskerk naar vrijwilligheidskerk. Vergrijzing priesterbestand. Nieuwe lekenambten.
2. Structuren aanpassen of de boodschap?
1. De boodschap? Hermeneutische vertolking.
2. Inwijden: mystagogische pastoraal.
3. Visie: missionaire kerkgemeenschappen. En wat hoort daar bij: koinonia, diaconia, mystagogia, martyria ...
4. Hoe geef je dat gestalte in een nieuwe tijd?
1. Niet reactief, maar proactief.
2. Lerende gemeenschappen, wat is dat?
3. Nieuwe ambten? Terug naar de primitieve tijd?
Verklaring van de Belgische bisschoppen over mensen zonder papieren
| Herman Van Rompuy over geloof en politiek: "Het eerste compromis dat je moet sluiten, is met jezelf". |
Een bomvolle kerk van meer dan zeshonderd toehoorders wachtte onlangs op Herman Van Rompuy voor de jaarlijkse decanale geloofsavond in Aalst. Ruim een uur lang sprak Europa’s eerste president de aanwezigen toe over geloof en politiek. En dat deed hij, zo benadrukte hij, in eigen naam.
Komt hij of komt hij niet? Niet iedereen was ervan overtuigd dat Herman Van Rompuy zou opdagen in de Aalsterse Sint-Pauluskerk. Tot een dubbele politie-escorte halt hield voor de deur van de kerk. “U heeft mij uitgenodigd als eerste minister”, zo stak de voormalige premier van wal. “Ik heb eraan gehouden gemaakte afspraken ook in mijn nieuwe functie na te komen. Dit soort uitnodigingen heb ik het liefste. Omdat het mij de kans geeft uit te leggen: Waarom doen we dit allemaal?”.
“De vraag die ik u wil stellen is: ‘Wie bent u?’” De Britse nationalist Nigel Farage veroorzaakte een publieke rel toen hij Van Rompuy het charisma van een 'natte dweil' verweet. Was Farage naar Aalst afgezakt, dan had hij een antwoord gekregen dat zijn belediging voorafging. Uit het thema dat Van Rompuy koos voor zijn uiteenzetting bleek dat de politicus een christen is met een sprekend geweten. Een man die zijn weg zoekt tussen ethisch idealisme en politiek realisme. Een staatsman die in tegenstelling tot zijn slechtgemanierde Britse collega, handelt naar de waarden die zijn geweten vormen. En daarnaast ook beschikt over een bijzonder goed gevoel voor humor.
Opwarmtijd
Zelfs door de wol geverfde publieke sprekers als Van Rompuy hebben opwarmtijd nodig. In het begin van zijn discours zat de docent Van Rompuy voor de volle kerk. Hij legde de evolutie van de macht van de kerk in de maatschappij uit, had het over het ontstaan van de christelijke zuil en begon zelfs bij de verhouding tussen kerk en staat sinds het vroege christendom. Zodra hij gechambreerd was, gaf Van Rompuy zijn publiek een inkijk in zijn persoonlijke zoektocht als christelijk geïnspireerd politicus.
“Als christen in de politiek word je geconfronteerd met het Woord: ‘Bemin uw vijanden.’ Ze mogen veel vragen maar ‘bemin uw vijanden’ gaat me iets te ver. Tracht respect te hebben voor je tegenstander. Probeer te begrijpen wat hij of zij bedoelt, zonder naïef te zijn. Zelfs al komt iemand tot andere conclusies dan de jouwe.”
Geen compromis met de wereld
“Zonder te weten dat hij een hogere bestemming had, las ik ooit een woord van de toenmalige kardinaal Joseph Ratzinger: ‘Politiek moet een evenwicht nastreven tussen ethisch idealisme en politiek realisme.’ Dat geldt voor de plaats die elk van u in het leven inneemt. Ethisch idealisme, dat was Christus. Hij ging rechtdoor, zocht geen compromissen met de wereld. Hij heeft daar een zeer hoge prijs voor betaald. Mahatma Gandhi was geen christen maar dacht en handelde op dezelfde manier. Ook hij betaalde daarvoor de prijs. Dat ethische idealisme is niet ieder van ons gegeven. Maar het moet ons altijd voor ogen staan. Politiek realisme stelt dat je een bepaalde doelstelling niet zuiver volgens je opvattingen kan tot stand brengen.”
“Als je met anderen wil samenwerken, moet je wie een andere mening is toegedaan en ook een stukje van de macht wil, iets toegeven. De politieke realist zoekt een compromis omdat hij iets wil tot stand brengen. Maar bij het politieke realisme moet je goed oppassen. Voor je het weet, ben je je overtuiging verloren of zoek je een compromis om een situatie beheersbaar te maken. Van politiek realisme mag je niet belanden in zuiver pragmatisme.”
Niet ik, maar jij
“We komen allemaal in situaties terecht waar de vraag opduikt: ‘Wat nu?’ We moeten ons blijven inspireren door de stem van ons geweten. Die stem is gevormd door een christelijke opvoeding. De centrale waarde daarin is: ‘Niet ik, maar jij.’ Hoe ouder je wordt, hoe meer je beseft wat de waarde is van het gezin waar je opgroeide en de school waar je werd gevormd. En dat heeft niet te maken met de dogma’s van het geloof. Het heeft te maken met de manier waarop jij je plaats kent in de wereld. En de plaats tegenover degene die je Vader is. Natuurlijk hebben we allemaal nood aan een schouderklopje. We zijn geen heiligen. Het ‘ik’ moet niet worden weggeveegd. Wij zijn ingeschreven in de palm van Gods hand.”
“Het eerste compromis dat je moet sluiten, is met jezelf. We moeten getuigen van ons geloof op een geloofwaardige wijze, waarbij ons handelen in overeenstemming is met onze beginselen. In deze tijd worden zoveel boodschappen op mensen afgevuurd dat er grote verwarring ontstaat. Cynisme kan je alleen keren met authenticiteit. Men verwacht dat niet meer van instellingen, van politieke partijen. Men verwacht het zelfs niet van de kerk.”
Heiligen van vandaag
“Instellingen hebben in onze tijd aan geloofwaardigheid verloren. Men gelooft nog in de belichaming van waarden. Men klampt zich vast aan mensen. Daarom is het van ontzettend belang dat christenen authentiek zijn. We zijn geen heiligen maar we hebben heiligen van vandaag nodig. Mensen van vlees en bloed. We mogen fouten maken maar moeten echt blijven. Geloofwaardig.”
Katrien Bruyland
Echo’s van de Dekenale geloofsavond met President Herman Van Rompuy
Twee jaar geleden was de idee gerezen om voor de Dekenale Geloofsavond de boeiende auteur te vragen van ‘Dagboek van een vijftiger’ en ‘Op zoek naar wijsheid’ …
Toen konden we zelfs nog niet vermoeden dat deze spiritueel sterke en authentieke gelovige ook Eerste Minister zou worden, laat staan President van Europa …
We zijn Dhr. Herman Van Rompuy, Voorzitter van de Europese Raad van regeringsleiders, dan ook enorm dankbaar dat hij het dekenaat Aalst wou vereren met zijn bezoek en uitermate inspirerende voordracht over ‘Geloof en politiek’.
Meer dan 650 mensen mochten luisteren naar zijn diepgaande geloofsinzichten, zijn van wijsheid doordrongen levenservaringen, zijn stevig verankerd vertrouwen in de goedheid van mensen, zijn groot respect voor anders-denkenden en anders-gelovigen, maar ook met evenveel respect voor de eigen identiteit …
Het was een ware herbronning in deze vastentijd, een stimulerende aanzet om ook daadwerkelijk stil te staan bij onze eigen levenskeuzes, onze eigen manier van in het leven staan, of zoals sommige mensen het formuleerden:
‘we hebben weer energie opgedaan, hernieuwde overtuiging gevonden, een enorme bemoediging ervaren, …’ of om het met de woorden van Mgr. Luc Van Looy te zeggen:
‘Het was gewoon … buitengewoon!’
Enkele ‘wijze’ citaten:
“Wijsheid is vooral een resultaat van luisteren”, klonk het.
“Wie luistert, heeft respect voor de andere.
Wijsheid gaat samen met het afzien van vooroordelen en met ont-hechting.
De ‘wijze’ probeert zijn eigen mening uit te zuiveren, de eigen hebbelijkheden, belangen en vooroordelen uit te sluiten, alvorens hij oordeelt.
Er heeft dus een soort ‘ontbladering’ plaats gegrepen van alles wat sereniteit in de weg staat. Wat overblijft zou het algemeen belang moeten zijn …
Onthechting stelt de andere centraal, en niet het eigen ik …”
“De Kerk moet de enorme verworvenheden van de moderniteit sterker omarmen …
Dan pas kan zij ook een antwoord geven op de impasse waarop onze beschaving afstormt.”
“Laten we vooral blije christenen zijn! Bescheidenheid en nederigheid zijn wel op hun plaats, maar het geloof schept en-thou-siasme (God in ons), het christendom be-aamt het leven!”
Laat vooral dit laatste ons in de oren blijven klinken, op deze weg naar Pasen toe,
en ons aanmoedigen om met een sterke innerlijke vreugde in het leven te blijven staan,
om in alle omstandigheden krachtige authentieke christenen te zijn, en niet op onszelf maar op anderen bedacht …
Dan heeft het ook geen belang meer of we dan met velen of iets minder zijn …
Wat telt is op welke manier en hoe krachtig Gods liefde in ons mag en kan tot leven komen. Dat is de aantrekkingskracht die we moeten uitstralen vanuit ons geloof naar de wereld toe!
ADV
| Kerkopbouw in een veranderend relieus landschap |
Als ik mijn broer en zussen bezoek en we praten over kerk, dan reageren zij met: ik begrijp niet waarom het zo snel en zo radikaal is kunnen veranderen. Hun kinderen, mijn neefjes en nichtjes zijn in de leeftijd van 18 tot 30 en geen van al doen nog wat aan kerkelijk leven, behalve bij begrafenis, jaarmis van grootouders en bij mijn aanstelling in Gent. Wat is er gebeurd? Waarom zijn er geen jonge seminaristen meer? Ik ga kort enkele steekwoorden geven waarmee ik de cultuurbreuk van christelijke naar laïcale cultuur weergeef. Ik probeer daarbij waardeoordelen te vermijden.
1. Individualisering, secularisatie ...
We zijn in een cultuurverandering beland. En daar is blijkbaar geen kerk tegen opgewassen. Het is als bij de opwarming van de aardbol. Wat je ook verzint: minder fossiele brandstof, minder auto’s ... het helpt allemaal niet. Ik pik er twee steekwoorden uit die cultuurverandering: individualisering en secularisatie ... Kort samengevat betekent het dat mensen zich in het Westen (vooral de Noord-Atlantische landen) steeds meer bewust geworden zijn van hun autonomie, hun authentieke levenskeuze. In die autonomie stellen zij zich steeds onafhankelijker op t.a.v. allerlei instituties, organisaties. Die autonomie heeft twee kanten: een structurele en een ideële. Mensen kiezen de organisatie of instelling waarmee zij zich willen verbinden en waarin zij vertrouwen hebben: hun bank, hun automerk, hun levensbeschouwelijke organisatie. Er zit ook een ideële kant aan: mensen zoeken zelf hun levensvisie en die kwam los van godsdienstige zingeving. Zij laten die niet meer bepalen door een instituut, of één bepaalde religie. Er zijn ook geen gedeelde (gesocialiseerde) overtuigingen meer over wat goed is en kwaad, wat waarheid betekent... Wij leven in een door en door plurale wereld. Ik spreek nog steeds over die zgn. Westerse wereld. En die wereld is ook vrij gekomen van de overheersing door bepaalde godsdienstige stelsels. Steeds meer mensen denken dat godsdienst een privézaak is. We zouden op dit thema kunnen doorgaan en pro’s en contra’s kunnen nagaan. Laten we liever proberen een beeld te geven wat dat betekent voor kerkelijk en gelovig leven.
2. Gevolgen: over volkskerk en vrijwilligheidskerk
Individualisering en secularisatie hebben een diepe invloed op de wijze waarop gelovigen hun relatie tot de kerk bepalen. Zij zijn niet meer op vanzelfsprekende wijze lid van een kerkgemeenschap. Zij worden niet meer vanzelf gedoopt, als een vervolg op de geboorte. En als zij al gedoopt worden zullen zij niet vanzelfsprekend lidmaat worden van een parochie. Dat zal enkel gebeuren als zij op een bepaalde leeftijd de beslissing nemen tot een lidmaatschap. En als zij het al doen, dan doen zij dat bewust: “geloof is voor mijn leven belangrijk”. En de meesten besluiten dan: ik wil me ook inzetten voor die gemeenschap. De vanzelfsprekende volkskerk, waarin iedereen door de pastoor verzorgd werd vanaf de geboorte tot het graf is tanend. De pastoor was er de centrale figuur, de bemiddelaar tussen mens en God. Sinds de zestiger jaren krijgen we - vooral in de steden - steeds meer een vrijwilligerskerk, een keuzekerk. De positie van de pastoor veranderde daarmee. Er is ook binnen de kerk een plurale vorm van geloven gekomen. Niet iedereen vindt de “maagdelijkheid van Maria” nog een geloofspunt. Ook de morele regels worden gerelativeerd: op de wereldjongerendagen applaudiseren millioenen jongeren enthousiast na de pauselijke boodschap met anticonceptie-pillen in de tas. Bovendien is de invloed van kerk op het dagelijkse leven totaal verschillend van wat die vroeger was. Ook de participatie veranderde. Mensen gaan nog een enkele keer naar de kerk. En zij kiezen daarbij hun momenten: kerstmis, Pasen ... een begrafenis, een huwelijk ... Daarbij kiezen zij ook de kerk die hun aanspreekt. Een meerderheid van gelovigen zijn afstandelijker tov. hun parochie geworden. Zij pratikeren helemaal niet meer. Zij voelen zich nog wel katholiek. Maar aanvaarden het absolute gezag van paus, bisschoppen en pastoors niet meer. Ook als gelovige zijn zij autonome personen geworden. En zij zoeken in het leven vooral “zelfrealisatie” en dat op een voor hen authentieke manier. Zij zien hun leven niet in functie van geloof in God, met eindbestemming in de hemel. Zij zien geloof in functie van hun zelfrealisatie, met bestemming in het nu. Niet hiernamaals maar hiernumaals is bepalend voor hun doen en laten. Men noemt dat met een duur woord: een verandering van theocentrisch naar anthropocentisch leven. Misschien moet ik ook nog een cynische opmerking kwijt. Individualisering leidt ook tot het volgen van trends. Het leidt ook tot platvloers materialisme zonder spirituele honger. Het leidt ook tot echt heidendom. Hoewel niet voor iedereen: er zijn individuen en groepen die op zoek zijn naar een spiritueel antwoord op vragen van dit bestaan. Mensen die de leegte van economisme en van consumentisme niet meer kunnen verdragen en die zelf een weg zoeken naar zinvol en gelukkig leven.
Binnen die context moeten wij de opbouw van een christelijke gemeenschap herdenken. Dat heeft twee kanten: een inhoudelijke en een structurele. Inhoudelijk gaat over de boodschap van het christendom. Structureel gaat over de vormgeving van de gemeenschappen. Dat laatste kan niet zonder visie: een missionaire kerk. We geven weer enkele steekwoorden met een kort verhaal.
1. Boodschap: hermeneutisch
Een bekende theoloog Liégois schreef: “Nemen wij bijvoorbeeld het eerste artikel van de geloofsbelijdenis: ‘Ik geloof in God, de almachtige Vader, schepper van hemel en aarde’. Elk adjectief en bijna elk substantief uit dit artikel is een probleem voor de hedendaagse doorsnee gelovige. Alleen het woord aarde is zonder meer verstaanbaar. Het probleem met dit eerste artikel heeft te maken met een verouderd wereldbeeld en een ander taalgebruik. Hemel en aarde verwijzen naar een bijbels, middeleeuws, pré-Copernicaans wereldbeeld van een platte aarde en een hemelkoepel. God, Vader, Schepper en almacht zijn geen krantentaal of wetenschappelijke taal die rechtstreeks verwijzen naar historische of waarneembare feiten. Het is een taal van symbolen die verwijzen naar een transcendente werkelijkheid die onzegbaar en onbenoembaar is. De theologie van vandaag staat voor de grote uitdaging deze zinvolle begrippen uit de traditie te hertalen naar de context van de hedendaagse geseculariseerde cultuur. Het is zoeken naar een evenwicht tussen traditie en actualiteit, tussen openbaring en ervaring.”
Voor velen die de oude beelden niet meer kunnen vertalen en die hun symbolische betekenis niet meer kunnen vatten, verdwijnt de bedding van zingeving en voor het aanvaarden van waarden en normen in christelijke zin. Daar ligt een grote uitdaging voor al wie getuigenis geeft in catechese of prediking. Theologie moet hermeneutisch zijn: zij moet de existentie van mensen met hun ervaring kunnen verbinden met verhalen over ervaringen van vroegere generaties, en zodoende hun antwoorden op fundamentele vragen van het leven opnieuw kunnen verwoorden.
2. Boodschap: mystagogisch
Catechese en prediking moeten niet enkel de leer van het geloof hervertalen. Zij moeten ook inwijden in de geheimen van het geloof. Dat is niet een cerebraal, cognitief leren, het is ook een proces van inwijden van leren aanvoelen en leren doen. Een van de goede voorbeelden vind je in het Franse catechumenaat. Het leerproces koppelt een geloofskandidaat aan een gelovig gezin of een groepje mensen die gedurende een jaar of langer optrekt met de kandidaat. Uitgangspunt daarbij zijn de vragen van de kandidaat, de ervaringen die te maken hebben met zijn of haar zoektocht. En gaande de weg zoekt en vindt het groepje antwoorden die te maken hebben met betekenissen van verhalen uit de bijbel en tradities voor het leven van alledag. Het worden geloofswoorden die het concrete leven raken. En als de doop nadert worden de catechumenen vertrouwd gemaakt met de liturgie van de geloofsgemeenschap ... Tot zij de doop ontvangen, met als peter en meter de begeleiders. En na de doop nodigen peter en meter, de “godparents”, de nieuwe geloofsgenoten uit om samen deel te nemen aan de wekelijkse eucharistieviering. Zo worden zij opgenomen, ingewijd en toevertrouwd aan een ‘gemeenschap’. Ingewijd worden in de geheimen van het geloof, daar gaat het om. Het klinkt mysterieus. Het is het ook. Want de symbolen van christelijk leven: sacramenten en gebed zijn doortrokken van de mystieke dimensie van Gods aanwezigheid, verbeeld in symbolen. Ook de verhalen van bijbel en dogma zijn symbolische vertolkingen van een mysterievolle werkelijkheid. Het gaat daarbij om het open maken van de menselijke geest voor de Heilige Geest, voor een dimensie van de werkelijkheid die niet te vatten is door empirisch denken. Ik denk daarbij aan een woord van de eminente theoloog Rahner: de kerk van de toekomst zal mystiek zijn of zij zal niet meer zijn.
3. Visie: missionair
Een groot schrikbeeld lijkt me dat wij, gezien de ontwikkelingen in onze parochies, afstevenen op het verdwijnen van de katholieke kerk in het Westen, en in Vlaanderen. Als je in de meeste parochies rondkijkt dan zie je enkel nog grijze kopjes. Dat er geen roepingen meer zijn is vanzelfsprekend: jongeren sluiten niet meer aan bij de vrijwilligheidskerk.
Tot mijn diepste overtuiging hoort dat de toekomst van de kerk ligt in een missionaire visie. Het evangelie, de goede tijding voor mensen verkondigen vraagt om een missionaire visie van onze parochies. Dat betekent dat onze parochies los moeten komen van de vanzelfsprekende volkskerk en tegelijk niet in de valkuilen trappen van een vrijwilligheidskerk die zich opsluit in een kring van vrijwilligers. Kerkgemeenschappen moeten een openheid bewaren voor de hedendaagse cultuur, moeten een dialogale wijze van communicatie hanteren met hun gelovigen en met hun omgeving. Dialogaal betekent niet dat zij hun waarheid moeten delen met de andersgelovigen en de nietgelovigen. Het betekent wel dat zij het gesprek in gelijkwaardigheid voeren met hun medemens, en daarbinnen hun bewogenheid die te maken heeft met een diepere bron visie op goed leven en samenleven willen meedelen. Dat kan door volgende kerngebieden van pastoraal handelen hermeneutisch en mystagogisch te verzorgen: liturgie, diaconie, catechese en koinonie.
Liturgie missionair maken betekent dat zij hermeneutisch en mystagogisch toegang geeft “opdat voor alle zoekenden de weg naar U, God, toegankelijk en begaanbaar zij”. Liturgie dient ook grotere diversiteit te kennen dan alleen de ‘misviering’. Catechese, het woord is beladen, dient aan te sluiten bij een geloofsgemeenschap als leergemeenschap. Het kan net als in het catechumenaat, geen eenrichtingsverkeer te zijn. Leraar en leerling zijn in een gezamenlijk leerproces gewikkeld: nl. leren geloven in een moderne cultuur. Dat leren geloven is geen zaak van kennis alleen. Het is een zaak van verkennen van de weg. Christenen zijn mensen van de weg. Zij volgen Jezus van Nazareth in het labyrint van de multiculturele samenleving. Diaconie is geen zaak van Caritas, in de stijl van neerbuigend hulp verlenen. Zij is doortrokken van wederkerige zorg: de arme of vereenzaamde, diegene die geen status meer heeft, kan ons veel leren. Diaconie is het herstel van waardigheid van de ander. Dan pas zal zij missionair worden, opnieuw: openheid scheppen voor de zoekende naar zijn werkelijke beeld, naar Gods gestalte in zijn of haar persoon. Koinonie omvat ook alle vormen van pastorale betrokkenheid op geïndividualiseerde mensen, opheffen van eenzaamheid, communicatie met mensen die op zoek zijn naar een gemeenschap die houvast kan geven. Geloven doe je niet alleen. “You need the community!” De verbondenheid met God, de Drieëne, roept op tot verbondenheid met elkaar, tot geloofsgemeenschap. Alles wat bijdraagt tot solidariteit in geloof en in gelovige actie, moeten wij met elkaar, leken en priesters, uitproberen.
4. Structureel: kleine kerkplekken met geloofsgroepen
Welke gestalte kan de parochie aannemen in de toekomst? Als we pessimisitisch kijken moeten we de nering naar de tering zetten. Onze parochies worden klein, zij vergrijzen. Er zijn nog maar weinig priesters en die hebben ook een gemiddelde leeftijd van om en nabij de zeventig. Kommer en kwel, dus? Binnen tien, vijftien jaar draait de laatste de lamp uit?
Overal in Europa is men bezig met een herbezinning over kerkelijk geloof en een herstructurering van het kerkelijke landschap. In Frankrijk: la nouvelle paroisse. In Nederland, fusies met stilaan 50 % lekenpastores en afstoten van gebouwen. In België: federaties of verbanden waarin één priester meerdere parochies bedient. Zulehner, voor Duitsland en Oostenrijk wijst de tendens naar schaalvergroting in de pastoraal af en zoekt een nieuwe weg naar kleinschalige gemeenschappen met een lekepriester als leider of leidster en een bisdompriester als leider van grotere verbanden. Die laatste wordt overigens expliciet een missionaire taak toegewezen. Daartoe wordt hij opgeleid en getraind. Ook hij zoekt naar een missionaire opstelling vanuit de diaconale en de spirituele opdrachten van een christelijke gemeenschap. Wordt het klein maar fijn? Zo belanden wij bij het volgende thema.
We hebben al enkele visie-elementen genoemd: de boodschap hermeneutisch, mystagogisch, missionair en kleinschalig ... We kunnen er niet naast kijken. De kerk in Vlaanderen met haar bodembedekkend netwerk van parochies zou gaan verdwijnen. Wat kan/moet in de plaats? Is er nog toekomst?
1. Niet reactief, maar proactief denken
Als we blijven denken in termen van reactie op de ontwikkelingen van nu, en de problemen daardoor opgeroepen dan zie ik maar weinig toekomst. We moeten de moed hebben om proactief te denken. Niet het aantal missen, kerktorens, noch de christelijke organisaties en jeugdbewegingen, zullen kunnen leiden tot levenskrachtige, vitale gemeenschappen. We moeten strategisch durven denken. Elk dekenaat dient een strategisch beleidsplan te ontwikkelen waarin visie gekoppeld wordt aan pragmatische doelstellingen. Dat betekent dat men proactief leert denken. Op basis van de situatie in de streek van Aalst, Dendermonde, Sint Niklaas, Gent, enz. dient men een beleidsplan op te maken voor de toekomst. Beleidsmatig en pragmatisch denken staan een evangelische bewogenheid niet in de weg. Wel kan het een niet zonder het ander. Visie ontwikkelen komt eerst. Daarna doelstellingen en structuren aanpakken. Strategisch betekent dat je, gezien de geringe afname van je diensten en producten, je aanbod probeert aan te passen bij de behoeften, de vragen, de ervaringen van mensen. Om daarin realistisch te kunnen plannen voor de toekomst moet je keuzes durven maken en oude producten in vraag stellen. Het gaat daarbij niet enkel over de verpakking, de vorm, het gaat ook om de inhoud. Maar nu even denken over structuur.
2. Accent op lerende gemeenschappen
Toekomst van de kerkelijke organisatie is niet volledig territoriaal te denken. Wellicht zal de territoriale parochie voor een groot deel verdwijnen. Voor een groot deel, omdat er parochies zijn die groot genoeg zijn om een vitale groep mensen te rekruteren. En dan geld voor hen en voor de anderen dat zij een netwerk van groepen vormen. Ik zie de toekomst in de lijn van Zulehner in kleine groepen, parochie als gemeenschap van groepen, waarin mensen samenkomen om te bidden, en te leren over hun geloof. Leren over geloof en leren geloven zijn beide noodzakelijke doelstellingen om van binnen uit de weg van Jezus te kunnen gaan in deze tijd. Ik zie dat catechetisch momenten in elke samenkomst van christenen steeds belangrijker worden om mensen de symbolieke diepte, de kern van geloven te leren kennen en ingewijd te worden in de geheimen van gelovig leven. Dat daarbij gebedsmomenten en liturgieën noodzakelijk zijn is vanzelfsprekend. Een gemeenschap van groepen moet af en toe, liefst op zon- en feestdagen op symbolische wijze betrokken worden op de Aanwezig Afwezige, die herinnert aan de verrijzenis van ons leven en aan het perspectief van de Wederkomst. Wij moeten vieren om de hoop levendig te houden. Wij moeten leren om de weg telkens weer te verkennen. Wij moeten elkaar bemoedigen om de weg van de liefde te blijven trainen, ook in alle tekortschieten.
3. Nood aan nieuwe ambten
Nieuwe structuren, een netwerk van kleinschalige groepen vraagt om nieuwe leiders, een nieuw soort leiderschap. Leiders die communicatief zijn en niet overheersend. Leiders die kunnen begeleiden, die samen kunnen zoeken naar nieuwe wegen. Dit geldt voor pastores en voor vrijwilligers. Dit proces is in het bisdom al jaren aan de gang. Maar wat m.i. nog ontbreekt is de positionering van die nieuwe leiders. En dit op twee manieren: zij moeten een erkenning krijgen in de kerkplekken ter plaatse (territoriaal), en zij moeten een zending krijgen door de bisschop in de diocesane kerk. We keren terug naar een primitieve kerkvorm, naar een diaspora-kerk waarin kleine groepen zonder pretentie of macht op een authentieke wijze de spirituele weg leren van Jezus, en dit op een dienstbare wijze in de samenleving zout en zuurdeeg zijn om de verwonde en geïsoleerde mens weer zin in het leven te geven.
Tot slot: Ik heb geen recepten willen geven voor de herstructurering van de pastoraal in het dekenaat Aalst. Ik wou jullie enkel aan het denken zetten, los van de bestaande structuren helpen dromen over toekomst. Met de hoop dat die droom kan leiden tot een nieuwe visie op kerk zijn in deze moderne cultuur, of moet ik het postmoderne cultuur noemen? Want dit is zeker: de grote leegte van consumentisme en materialisme leidt tot nieuw zoeken naar spirituele zin van leven en samenleven. Misschien kan de grote rijkdom van de christelijke traditie daar een betekenis aan geven. Niet de religiositeit is aan het verdwijnen. Wel de kerkelijke vormen daarvan. Met de Franse bisschoppen stel ik de vraag: “mais, comment évangéliser la religiosité?”.
Tekst Roger Weverbergh
Studietekst Denkdagen Dekenale Stuurgroep 2006.
| Verklaring van de Belgische bisschoppen over mensen zonder papieren |
Om tal van redenen verblijven in ons land vele vluchtelingen. Dat stelt een groot maatschappelijk probleem. Wij hebben het hier over mensen die hier al jaren verblijven en ingeburgerd zijn. De bisschoppen herinneren aan wat ze al eerder hebben verklaard naar aanleiding van de ‘Hoop op papieren’- manifestatie te Antwerpen. Ze zijn solidair met de mensen zonder papieren in nood en hopen op een snelle en menswaardige oplossing. De trage afhandeling van sommige dossiers heeft het probleem nog acuter gemaakt.
De bisschoppen kunnen begrip ervoor opbrengen dat sommige van deze mensen grijpen naar een ‘kerkbezetting’, om stem te geven aan hun noodsituatie en zo de aandacht van de publieke opinie te blijven trekken. De bisschoppen aanvaarden dan ook dat dit gebeurt, na akkoord van de lokale verantwoordelijken. Dit geldt als een signaalfunctie en is dus tijdelijk. Het kan niet geïnterpreteerd worden als een vorm van morele chantage vanwege de Kerk op de politici. Het probleem is in de eerste plaats een menselijk probleem, dat aan de gewetens van elkeen appelleert. Dit appel en niets anders willen de bisschoppen doen.
De bisschoppen zullen niet dulden dat ze in deze - van welke kant dan ook -geïnstrumentaliseerd of gemanipuleerd zouden worden. Ze waken over hun vrijheid van spreken.
In geen geval kunnen de bisschoppen een hongerstaking aanvaarden als drukkingsmiddel.
De bisschoppen willen er ook nog op wijzen dat kerkgebouwen niet de meest geschikte plaatsen zijn voor acties van deze aard. Het is daarom wellicht beter dat de pastoors en de kerkfabrieken andere locaties waarover ze zouden beschikken, daarvoor openstellen.
De regularisatie van mensen zonder papieren is eerst en vooral een politiek probleem. Het vraagt om een politieke oplossing. Dat is de taak van politici en wel van allemaal. Het is ook een menselijk drama en dat is ieders zaak. De bisschoppen spreken hier als leiders van de katholieke kerk. Ze doen dat in volle respect voor de scheiding tussen Kerk en Staat. Maar dat belet niet dat ze de politici aan wie de oplossing van dit probleem behoort, vragen alles in het werk te stellen om een politieke oplossing te vinden voor dit humanitair probleem. Wie geregulariseerd wordt en hoe is een politieke vraag die door de politici moet beantwoord worden maar het menselijk drama gaat iedereen aan.
De bisschoppen zijn er zich van bewust dat er voor dit politiek dossier geen gemakkelijk antwoord bestaat. Maar daarom mogen zij – en heel de maatschappij – niet zwijgen of erger nog vervallen in onverschilligheid. Ze weten ook dat een deel van deze mensen economische vluchtelingen zijn. Het is trouwens een probleem over heel Europa. Hoeveel van de mensen en onder welke voorwaarden ons land kan ontvangen, moet worden uitgemaakt door de hele bevolking bij monde van hun politieke vertegenwoordigers. Maar de bisschoppen mogen wel aansturen op edelmoedigheid.
De bisschoppen van België
11 mei 2006.