Gebed en bezinning uit de conferentieGebed en bezinning uit de stuurgroep

Inhoudsopgave

Gebedsweek voor de eenheid in de St.-Amanduskerk - Erembodegem – Ten Bos - Katholieke kerk en de protestantse kerk Aalst - 18 januari 2008

Gebedsweek voor de eenheid - Vrijdag 23 januari 2009 in de St.-Annakerk - “In uw hand zullen ze één worden” (Ez 37,17-19)

Eén in Gods hand!

Aanvang: lucifers laten zien. Eén kun je gemakkelijk breken.  Een bundeltje niet.
De lezing gaat over losse stukjes hout in Gods hand.  Samen zijn we sterk …
Eén in Gods hand!

Gemeente, één in Christus,

Er is zoiets als een natuurlijke afstand.
Dat merk je als je in de trein stapt.
Er is een ongeschreven wet waar je dan gaat zitten.
Je begint te zoeken naar lege plaatsen … en als die er niet zijn dan zoek je een lege stoel bij één andere passagier.
Tenzij de andere reizigers kent natuurlijk, dan schuif je bij.
Maar anders … zo lang zit je het liefst zo lang mogelijk alleen.

Zo ook als je een gesprek voert met iemand.
Er is een ongeschreven wet hoe ver die persoon bij jou vandaan moet staan.
Staat hij/zij vier meter verder, dan moet je schreeuwen ….  Dat is niet prettig.
Maar te dicht bij, als de adem kunt voelen van de ander dan heb je de neiging om een stap achteruit te doen.
We zoeken onbewust de hele dag naar de juiste gepast afstand …  Enerzijds willen wij onze rust en vrede bewaren, anderzijds staan we wel open voor contact … maar laat me a.u.b. mezelf blijven!
Voor contact heb je een afstand nodig van ongeveer één meter.
Dichtbij.  Maar niet op de lippen.  Zo is het bij een persoonlijk gesprek.

Met de kerken onderling is het al net zo.
We vinden het moeilijk om de juiste balans te vinden.
Het is moeilijk om onze afstand tot elkaar op een goede manier te bepalen.
Of we willen elkaar als kerken van alles opleggen, onze ambtsopvatting, ons idee over het sacrament, of over een dogma, of over Maria, ons idee van kerkzijn.
Kortom: de ander deugt dan alleen als hij of zij aanpast aan mijn ideeën!
Of we gaan als kerk volstrekt onze eigen gang en we zien de ander niet eens als christen zitten.  Te veraf.  Veel te ver af.  Dan leef je langs elkaar heen.
Onze relatie kent dus twee standen: of je bent te dicht betrokken en dan leg je jouw wet aan de ander op of je bent te onverschilligheid en dan leef je langs elkaar heen.
Telkens blinken we dan uit in onze eigen zelfgenoegzaamheid …
Wij, wij alléén bezitten de enige echte waarheid.
En die anderen?  Die moeten het licht nog te zien krijgen!

Dat is toch wel zorgwekkend, die zelfgenoegzaamheid.
Dat wij denken dat wij het alleen wel kunnen zonder dat we anderen nodig hebben, dat is kortzichtig en onverschillig.
Alleen daarom al, om de onverschilligheid en zelfgenoegzaamheid te doorbreken, is het goed dat er een jaarlijkse gebedsweek voor de eenheid van de kerken is.
Want wij hebben elkaar natuurlijk wél nodig.
Wij kunnen als leden van eenzelfde familie niet koud langs elkaar heen leven.
Ja, dat kan wel, maar dan missen we een stuk van de droom zoals God zelf, de Heer van de Kerk, die droomt.
Een wereldwijde gemeenschap van mensen, die op elkaar betrokken zijn en samen staan voor hetzelfde doel: de verkondiging van het evangelie van heil voor àlle mensen.  En dat is geen geloofwaardige boodschap zolang wijzelf als kerken verdeeld blijven.  Dit is de eenheid die we beogen, de betrokkenheid op elkaar en op de wereld, zoals God zelf op àl zijn mensen betrokken is.

De hoofdtekst voor de viering van vandaag wordt ons aangedragen door de kerken van Korea.  Het volk is sinds de Tweede Wereldoorlog verdeeld in twee landen.  Noord- en Zuid-Korea.  Noord-Korea is communistisch.  Zuid-Korea is kapitalistisch.  Men spreekt dezelfde taal, maar men gebruikt die taal om de ander te verketteren.  In de tussentijd zijn duizenden families verdeeld, zoals indertijd een muur de mensen in Oost- en West Duitsland van elkaar gescheiden hield.

Een scheiding, een grens, een muur … dat is pijn en verdriet.
Dat is een leven moeten leven dat je eigenlijk niet op die manier wilt doen.
De kerk in Korea heeft voor de gebedsweek in 2009 een verhaal van Ezechiël als spiegelverhaal gekozen.  De Koreanen herkennen daarin hun eigen verlangen naar eenheid, nabijheid, een nieuwe betrokkenheid op hun broeders en zusters in het andere deel van hun land.
We lezen met hen mee in het boek Ezechiël.
Ezechiël is priester en profeet.  Maar de tempel waarin hij diende is er niet meer.
De Babyloniërs verwoesten de tempel voerden de leiders, waaronder Ezechiël met hen mee naar Babel.
Ezechiël valt in een gat.  En in den vreemde hunkert hij naar een woord van God.
En god schenkt hem een woord.
Een prachtige en sterke tekst.  Sprekend in al zijn eenvoud, want hartverscheurend is Gods hunkering naar de eenheid van zijn kinderen, gesymboliseerd in die twee namen, Jozef en Juda.  Wij kennen ze nog van de verhalenreeks uit Genesis.
Twee broers die uit elkaar zijn gegroeid, de ene verkocht als slaaf naar Egypte, de ander blijft bij zijn vader die geen rust vindt tot al zijn kinderen weer bijeen zijn.
Juda en Jozef …

Ezechiël moet hun namen op twee stukken hout schrijven, de stukken hout bijeen leggen en in zijn hand houden.  Het is een profetische symboolhandeling bedoeld om het volk nieuwsgierig te maken naar de zin ervan.
Wanneer het volk de vraag stelt, mag Ezechiël het verkondigen: “Dit zegt God, de Heer: Ik neem het stuk hout van Jozef – dat van Efraïm dus – en van de stammen van Israël die met hem verbonden zijn, en ik leg dat tegen het stuk hout van Juda aan.  Ik maak er één stuk hout van, in mijn hand zullen ze één worden”.

Nu is dat eigenlijk best vreemd, die droom van God, want historisch gezien heeft groot Israël als één volk niet zo lang bestaan.
De 10 stammen van het Noordrijk? zijn al 140 jaar voor Ezechiël in ballingschap vertrokken naar Assyrië.  Eigenlijk is er alleen onder David en Salomo sprake geweest van een echte eenheid.
En je vraagt je dus af, is dat geen illusie, die eenheid van Israël?
Waar baseren ze zich op om een eenheid te willen zijn?
En zodra je die vraag stelt moet je concluderen: niet het volk wil die eenheid zo graag, maar God wil dat.

De eenheid komt van God.  De eenheid past bij God.
Hij heeft één menselijk geslacht geschapen om één aarde te bewonen en te bewerken.  De verdeling in groepen en later zelfs in rassen is een menselijke uitvinding.

Volgens Deuteronomium is het eerste en voornaamste dat je van God moet zeggen: 'Hoor, Israël, de Heer is onze God, de Heer is één' (Deut. 6).  De eenheid komt van God, de eenheid hoort bij God.

Als God op een bepaalde manier zichtbaar gemaakt kan worden in de wereld is het in de eenheid: de eenheid tussen mensen in een gezin, de eenheid tussen mensen op school, in de straat, op het werk, in de samenleving, tussen kerken.
Alles wat er te weten valt over God, is samen te vatten met de tekst (Deuteronomium 6: 4): 'Hoor, Israël, de Heer is onze God, de Heer is één'.

Ezechiël maakt het duidelijk met dat stuk hout.
Dat hout is een sacrament.  Het maakt het heil zichtbaar.  God brengt ons te samen!

Over wat voor eenheid hebben we het dan?
Ik denk dan aan de eenheid zoals we die in Christus ontmoeten en ontvangen.
Hij was degene die verzoenend aanwezig was tussen partijen en groepen.
Hij belichaamde de eenheid van God, zo, dat hij één maakte wat wat verdeeld. 
Hij sprak met een uitgestoten Samaritaanse vrouw en Hij at met de gehate tollenaars eenzelfde tafel.
Vrede bracht hij in plaats van vijandschap.
En Hij deed dat door te sterven.

We zoemen nog even in op vers 17.  En dan vertaal ik hebraïserend.  "Voeg die twee stokken samen, één tot één, hout tot één hout, ze moeten één worden in jouw hand'.  De tekst gebruikt steeds weer het woord 'één'.
En met het laatste woordje 'één' is iets vreemds.
Er staat namelijk een meervoud: 'enen'.
Dat meervoud kom je wel meer tegen in de bijbel.  Meestal gaat het over meer dagen die als 'één dag' worden beleefd.
Wat een rijkdom.  Eenheid en toch blijkbaar uit verschillende delen bestaan.
Je hoort samen, je bent bij elkaar, en toch mag je je eigenheid bewaren.

En daarbij is het heel opvallend in de tekst van Ezechiël de hand van God en zijn eigen hand door elkaar heen gebruikt.
In vers 17 is het de profeet die het hout bij elkaar brengt.
Toch is het in vers 19 God die ze tot een eenheid maakt.
Blijkbaar gaat dat zo in een sacrament.
Het is de mens die ze ter hand neemt, in het vertrouwen dat God er zijn beloften in realiseert. De hand van de gelovige zoekt te verwezenlijken waar de hand van God zijn handtekening plaatst.

Koreaanse theologen wijzen ons er op dat eenheid meer is dan samen dezelfde regering hebben.  Volgens hen moeten wij ‘de tirannie van de identiteit' loslaten.
Met ander woorden, je mag jezelf niet mag opleggen aan de ander.
Laar die ander in zijn, in haar eigen waarde. Bepaal niet hoe die familie in elkaar zit … of die kerk, of die regio.
Laat los: alles wat jouw eigen identiteit bepaalt.  Laat al die vooroordelen los en schep dan ruimte zodat je naar elkaar kunt luisteren.
Gepaste, gebalanceerde ruimte.
Verzoening begint met loslaten en beschikbaar zijn.
Daarmee wordt precies beschreven hoe Jezus was en hoe hij alles, tot zijn eigen leven, heeft hij los gelaten om zo ruimte te maken voor vrede en verzoening.

Eén in Gods hand.
Verschillend en toch bij elkaar horend want Hij maakt ons een.
Met een precies juiste afstand om jezelf te blijven maar ook om nieuwe ideeën en ervaringen te leren van de ander.
En daarbij mogen we weten dat God de gebroken stukken van ons leven, van onze gemeenschappen en van onze wereld in Zijn hand samenbrengt en vasthoudt.  Amen.

Gebedsweek voor de eenheid - Vrijdag 18 januari 2008 in de St.-Amanduskerk - Erembodegem – Ten Bos
Katholieke kerk  en de protestantse kerk Aalst

Bid zonder ophouden

“Wees altijd verheugd, bid zonder ophouden, want dat is wat Hij van u, die één bent met Christus Jezus, verlangt” (1 Tes 5, 17-18)

I. Drempeldienst

Intochtslied: ZJ 809: Here Jezus, om Uw woord - T. Clausnizer; vert. Ad den Besten - m./J.R. Ahle 1664.

Welkom en korte inleiding:

V. Dat de Geest vandaag voortgaat met verzoening en
verbondenheid, zoals het begonnen is bij de apostelen.
Mogen we het werk van de Geest herkennen in elke stap
die dichter leidt naar een liefdevolle gemeenschap,
naar verzoening en gerechtigheid.

Bemoediging en drempelgebed:

V. Wij zijn bijeen in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.
Laten wij God welkom heten in onze harten
zoals God ons welkom heet in zijn hart,
door Jezus Christus, onze Heer.

A. Amen.

Onmisbaar deel van de keten - T.: Hein Stufkens / M.: Fokke De Vries.

Gebed:

V. In verbondenheid met elkaar
roepen wij de Heilige Geest aan,
die onze harten verlicht, die onze levensadem is
en die de kracht van de Vader openbaar maakt
in de dood en de opstanding van Jezus Christus.
Wij bidden om de gaven van de Heilige Geest:
dat onze harten zich openen voor Gods aanwezigheid,
dat zijn Geest aanwezig is in onze gebeden
en ons tot verbondenheid met elkaar leidt.
De eenheid van de kerk is het werk van de Heilige Geest.
Wij bidden dat de Heilige Geest neerdaalt
op ieder van ons,
dat zij de Kerk van God zegent met haar genade
en ons verenigt in Christus.

V. Kom, Heilige Geest!

A. Vul onze harten met genade!

V. Kom, Heilige Geest!

A. Bevrijd ons van twijfel en wantrouwen!

V. Kom, Heilige Geest!

A. Geef ons geloof om verder te gaan!

V. Kom, Heilige Geest!

A. Verzacht onze harten van steen!

V. Kom, Heilige Geest!

A. Breng onze wereld gerechtigheid!

V. Kom, Heilige Geest!

A. Doe ons beseffen dat we broeders en zusters zijn!

V. Kom, Heilige Geest!

A. Doorbreek de muren die tussen ons in staan!

V. Kom, Heilige Geest!

A. Geef ons uw gaven om met elkaar te delen!

V. Kom, Heilige Geest!

A. Wees onze voorspraak.

V. Kom, Heilige Geest!

A. Geest van de Vader, bid voor ons!

V. Kom, Heilige Geest!

A. Verenig alle christenen in Christus onze Heer.

ZJ 433: Geest van hierboven - M. Jacobse - m./G. Gastoldi 1591.

Wat kan ons schaden, wat van U scheiden,
Liefde die ons hebt liefgehad?
Niets is ten kwade, wat wij ook lijden,
Gij houdt ons bij de hand gevat.
Gij hebt de zege voor ons verkregen,
Gij zult op aarde de macht aanvaarden
en onze Koning zijn. Halleluja!
Gij, onze Here, doet triomferen
die naar U heten en in U weten,
dat wij Gods zonen zijn.  Halleluja!

Ter afsluiting:

V. Dat er een nieuw en voortdurend Pinksteren zal zijn.
Dat onze kerken zich verplichten te bidden
voor volledige eenheid van alle christenen.
Dat onze gebeden toegevoegd worden
aan de eeuw van gebed “dat allen één zijn”.
We bidden dit door Jezus Christus, onze Heer,
die leeft en regeert met de Vader en de Heilige Geest,
één God, in de eeuwen der eeuwen.

A. Amen.

Antependium door Maja ten Have n.a.v. Pinksteren.

De heilige Geest daalt neer op de aarde
en zet de volgelingen van Christus
in vuur en vlam.
Die zelfde Geest verspreidt zich
in alle richtingen: horizontaal en vertikaal.

II. Dienst van het Woord

Lezing uit de profeet Jesaja - Jesaja 55, 6-9

Zoek de Heer nu hij zich laat vinden,
roep hem terwijl hij nabij is.
Laat de goddeloze zijn slechte weg verlaten,
laat de onrechtvaardige zijn snode plannen herzien.
Laat hij terugkeren naar de Heer,
die zich over hem zal ontfermen;
laat hij terugkeren naar onze God,
die hem ruimhartig zal vergeven.
Mijn plannen zijn niet jullie plannen,
en jullie wegen zijn niet mijn wegen – spreekt de Heer.
Want zo hoog als de hemel is boven de aarde,
zo ver gaan mijn wegen jullie wegen te boven,
en mijn plannen jullie plannen.

Antwoordzang: ZJ 814: Almachtige, verheven Heer - Franciscus van Assisi; vert. J.W. Schulte Nordholt m./Keulen 1623.

Lezing uit de eerste Tessalonicenzen brief (1 Tes 5, 12-18).

Zusters en broeders, leef in vrede met elkaar.  Wij sporen u aan,  iedereen die zijn dagelijks werk verwaarloost terecht te wijzen, de moedelozen hoop te geven, op te komen voor de zwakken, met iedereen geduld te hebben.  Zie erop toe dat niemand kwaad met kwaad vergeldt en streef altijd naar het goede, zowel voor elkaar als voor ieder ander.  Wees altijd verheugd, bid onophoudelijk, dank God onder alle omstandigheden, want dat is wat Hij van u, die één bent met Christus Jezus, verlangt.

Alleluia (2 x).

Lezing uit het Johannes evangelielezing (Joh 17, 6–21).

Ik heb aan de mensen die u mij uit de wereld gegeven hebt uw naam bekendgemaakt.  Zij waren van u, maar u hebt hen aan mij gegeven.  Ze hebben uw woord bewaard, en nu begrijpen ze dat alles wat u mij hebt gegeven, van u komt.  Ik heb de woorden die ik van u ontvangen heb aan hen doorgegeven, zij hebben ze aanvaard en nu weten ze echt dat ik van u gekomen ben, en ze geloven dat u mij hebt gezonden.
Ik bid voor hen.  Ik bid niet voor de wereld, maar voor de mensen die u mij hebt gegeven, omdat zij van u zijn – alles wat van mij is, is van u, en alles wat van u is, is van mij – en omdat in hen mijn grootheid zichtbaar geworden is.  Ik ben al niet meer in de wereld, ik ga naar u toe, maar zij blijven wel in de wereld.  Heilige Vader, bewaar hen door uw naam, de naam die u ook aan mij gegeven hebt, zodat zij één zijn zoals wij één zijn.  Zolang ik bij hen was heb ik hen door uw naam, die u mij gegeven hebt, bewaard en over hen gewaakt: geen van hen is verloren gegaan behalve hij die verloren moest gaan, opdat de Schrift in vervulling ging.  Nu kom ik naar u toe, en ik zeg dit terwijl ik nog in de wereld ben, opdat zij vervuld worden van mijn vreugde.  Ik heb hun uw woord gegeven.  De wereld haat hen, omdat ze niet bij de wereld horen, zoals ook ik niet bij de wereld hoor.  Ik vraag niet of u hen uit de wereld weg wilt nemen, maar of u hen wilt beschermen tegen de duivel.  Ze horen niet bij de wereld, zoals ik niet bij de wereld hoor.  Heilig hen dan door de waarheid.  Uw woord is de waarheid.  Ik zend hen naar de wereld, zoals u mij naar de wereld hebt gezonden.  Ik heb mij geheiligd omwille van hen, zo zullen ook zij door de waarheid geheiligd zijn.
Ik bid niet alleen voor hen, maar voor allen die door hun verkondiging in mij geloven.  Laat hen allen één zijn, Vader.  Zoals u in mij bent en ik in u, laat hen zo ook in ons zijn, opdat de wereld gelooft dat u mij hebt gezonden.

Muurschildering in Witmarsum - Leerlingen bij de afscheidrede van Jezus (Jan Sterk)
Johannes 17, 11-19: Zoals Gij Mij in de wereld gezonden heb zo zend Ik hen in de wereld

Alleluia (2 x).

Duiding - verkondiging:

Korte stilte gevolgd door een kort muzikaal intermezzo.

III. Dienst van de gebeden

Dankzegging:

V. Wij danken U voor Jezus uw Zoon,
wiens naam bekend is onder de veelheid van de volken.
de Christus, uw gezant, die uw verstrooide kinderen bijeenbrengt.
Wij danken U voor uw Heilige Geest;
zij verenigt ons en brengt ons eenheid in het geloof.

A.

V. Wij danken U voor allen die pioniers waren in het zoeken
naar christelijke eenheid.  Als dienaren van U,
hebben zij gehoor gegeven aan uw roep om eenheid. 

A. Laudate omnes gentes, laudate Dominum,
Laudate omnes gentes, laudate Dominum.

V. Hier in Aalst zijn we blij met de voortgaande toenadering
van kerken en van gelovigen van diverse tradities.
Wij danken U voor de vele vruchten
van het onophoudelijke gebed om eenheid in Christus,
een gebed dat klinkt in alle continenten.

A. Laudate omnes gentes, laudate Dominum,
Laudate omnes gentes, laudate Dominum.

V. Laat uw Geest ons bemoedigen en ons gebed doen toenemen. 
Dat wij allen gedenken die ons zijn voorgegaan
in gebed voor een oecumenische beweging,
in hun liefde voor het evangelie,
voor de kerk, voor uw mensen, voor de wereld.

A. Laudate omnes gentes, laudate Dominum,
Laudate omnes gentes, laudate Dominum.

V. God, wij prijzen U met allen die door uw Woord zijn geroepen en verlicht,
en we bidden dat uw Heilige Geest
ons in beweging zet naar elkaar toe,
in één doop en één geloof, als één gemeenschap die uw Heilige Naam prijst.

A. Laudate omnes gentes, laudate Dominum,
Laudate omnes gentes, laudate Dominum.

Inleiding op de voorbeden:

V. Laten we God aanroepen
bij onze taken en opdrachten van het leven. 
Bidden we zonder ophouden
voor de eenheid van alle christenen.

V. Bij het binnenkomen van de kerk, kreeg U een kaartje om, indien U dat wenst een voorbede of gebed op neer te schrijven.  Laten wij dat nu even doen.
We willen ons ‘onophoudelijk bidden’ niet alleen voor onszelf houden, maar het ook delen met elkaar.
Daarom, kan, wie dit wenst, zijn bede straks uitspreken, ofwel na de uitgesproken voorbeden het kaartje vooraan op het ronde altaar, symbool van eenheid komen leggen.

Tijdens schrijftijd: muzikaal intermezzo.

V. Wie dit wenst kan zijn/haar bede met ons delen.
Voel je vrij, wij zijn vrienden, kinderen van dezelfde Vader.  Sta op en bid ons voor.

Voorbeden:

V. Laat ons, bij deze voorbeden, de Vader aanroepen door de Zoon en in de Heilige Geest:

L. Voor de noden van de kerken, de wereld en onszelf. 
Bidden wij zonder ophouden voor de eenheid van alle christenen.  Laat ons bidden.

A. ZJ: blz. 89.

L. Voor de bestuurders van de kerken overal ter wereld,
nationaal en plaatselijk, dat het werk dat zij samen volbrengen getuigt van het evangelie in de wereld. 
Laat ons bidden

A. Geef dat de volken U eren, o God,
dat alle volken U eren.

L. Voor alle oecumenische dialogen tussen kerken, tussen
kerken en geloofsgemeenschappen, dat alles wat ons scheidt overwonnen wordt door wijsheid, liefde en waarheid.  Laat ons bidden.

A. Geef dat de volken U eren, o God,
dat alle volken U eren.

L. Voor ons zelf bidden wij:
dat wij ons afkeren van alles wat kapot maakt.
dat wij elkaar blijven steunen als broeders en zusters.
We bidden dat de Eeuwige ons voortdurende gebed
zal horen en beantwoorden door Christus, onze Heer.
Laat ons bidden.

A. Geef dat de volken U eren, o God,
dat alle volken U eren.

V. Laten we God aanroepen bij onze taken en opdrachten van het leven.  Bidden we zonder ophouden voor de eenheid van alle christenen.

A. Geef dat de volken U eren, o God,
dat alle volken U eren.

V. De andere gebedskaartjes kunnen nu naar voor gebracht worden, als teken dat we onze gebeden toevertrouwen aan onze God van liefde en leven voor allen die zich tot Hem richten.

ZJ 710: Vergeef, o Heer, dat duizendvoud - t.: J.G. Whittier, vert. J.W. Schulte Nordholt – m.: G. Baaij.

Onze Vader:

V.  Laten we onze gedachten, harten en stemmen verenigen met alle christenen in de hele wereld, als we samen de woorden bidden die Jezus ons gaf:

A. Onze Vader in de hemel,
laat uw naam geheiligd worden,
laat uw koninkrijk komen
en uw wil gedaan worden
op aarde zoals in de hemel.
Geef ons vandaag het brood
dat wij nodig hebben.
Vergeef ons onze schulden,
zoals ook wij hebben vergeven
wie ons iets schuldig was.
En breng ons niet in beproeving,
maar red ons uit de greep van het kwaad.
Want aan u behoort het koningschap,
de macht en de majesteit tot in eeuwigheid.
Amen.

Vredegroet:

V. De vrede van Christus zij op ons allen.

A. De Vrede van Christus moge ons allen doordringen.

De aanwezigen brengen elkaar de vredegroet.

Sjaloom chaverim

Geloofsbelijdenis:

A. Ik geloof in één God, de almachtige vader,
schepper van hemel en aarde.
Van al wat zichtbaar en onzichtbaar is
en in één heer Jezus Christus, enig geboren zoon van God.
Voor alle tijden geboren uit de vader,
God uit God, Licht uit Licht, ware God uit ware God.
Geboren, niet gemaakt;
één in wezen met de Vader, door wie alles gemaakt is.
Hij heeft het vlees aangenomen door de Heilige Geest
en uit de maagd Maria is Hij mens geworden.
Hij is voor ons gekruisigd;
onder Pontius Pilatus heeft Hij geleden en is Hij begraven en de derde dag is Hij herrezen.
En Hij is opgeklommen ten hemel,
zit aan de rechterhand van de Vader
en Hij zal wederkomen
om de levenden en de doden te oordelen.
Ook geloof ik in de heilige Geest,
de heilige algemene Christelijke Kerk,
de gemeenschap van de heiligen,
de vergeving van de zonden,
de verrijzenis van het lichaam
en het toekomstig eeuwig leven.
Amen.

Slotlied:

ELB 382: Heer, Uw licht en liefde schijnen.

Heer, 'k wil komen in uw nabijheid.
Uit de schaduwen in uw heerlijkheid.
Door het bloed mag ik U toebehoren.
Leer mij, toets mij, uw stem wil ik horen.
Schijn in mij, schijn door mij.

Refrein.

Staan wij oog in oog met U Heer.
Daalt uw stralende licht op ons neer.
Zichtbaar, tastbaar wordt U in ons leven.
U volmaakt wie volkomen zich geven.
Schijn in mij, schijn door mij.

Refrein.

Zending:

V. Laten wij van hier gaan,
met blijdschap dat we hier samen gevierd hebben,
met de oproep in onze oren
om zonder ophouden te bidden,
ons verheugend in de hoop en nooit ophoudend te danken.

A. Wij danken God.

Oecumenekruis wordt gedragen door hij of zij die er voor kiest:
een levenlang te luisteren naar en het doorvertellen van bijbelse verhalen;
zijn/haar bevlogenheid te tonen, maar ook leren stil te zijn;
de ander ruimte te geven, er te zijn, zoals zij/hij tot ons komt;
met geloofsgenoten vorm te geven aan inclusieve vieringen;
geen muren te bouwen die mens noch kerk tegenhouden of uitsluiten;
verantwoordelijkheid op te nemen en zorg te dragen voor het milieu en Gods schepping;
voor daadwerkelijke vrede en vrijheid te ‘vechten’;
bewuste keuzes te maken in bestuur, politiek en maatschappij.

Deze acht facetten van 'oecumenisch geloven' vormen een kruis.
Dat heel bewust dragen (als vrome en fiere mannen en vrouwen) als zichtbaar teken van ons christen zijn en het herkennen bij anderen is opkomen voor Gods boodschap van eenheid onder alle christenen.

Dit kruisje wordt te koop aangeboden aan 2 Euro.