Gebed en bezinning uit de conferentieOecume

Gebedsmoment - Dekenale conferentie - 14 juni 2007
Licht in onze ogen … - januari 2007

Denkdag Ronkenburg - 30 augustus 2006

Gebedsmoment - 28 juni 2006
Gebedsmoment 31 mei 2006
Gebedsmoment - maart 2006
Advent - 19 december 2005
Planningsnamiddag te St.-Kornelis-Horebeke - 11 augustus 2005
Studiedag in de Abdij van Affligem - donderdag 19 augustus 2004
Gebedsmoment stuurgroep 31 maart 2004
Dekenale stuurgroep 22 januari 2003

Gebedsmoment - Dekenale conferentie - 14 juni 2007
Verzorgd door de parochie van Sint-Martinus Aalst

Lector 1
Jezus sprak: ‘Luister!  Een zaaier ging het land op om te zaaien.  Bij het zaaien viel er een deel op het pad, en de vogels kwamen het opeten.  Een ander deel viel op de rotsgrond, waar het niet veel aarde had, en het kwam meteen op, doordat het geen diepe grond had.
Toen de zon opkwam, verschroeide het, en doordat het geen wortel had, verdorde het.
Weer een ander deel viel tussen de distels, en de distels schoten op en verstikte het, en het leverde geen vrucht op.’

Lector 2
Soms is het duidelijk, waar de vogels, rotsen en distels zitten, soms ook niet.
“Ergens” verhindert  “iets” dat er vrucht voortgebracht wordt.
Zou het kunnen dat wij de vogels, rotsen en distels zijn, in dit verhaal? 
Zijn wij bereid open te staan voor alle mogelijkheden?
Luisteren we wel voldoende?
Horen we nog de stille nood in het hart van mensen?

Lector 3
Soms zijn we de weg waarop het zaad wordt vertrapt. 
Soms zijn we de rotsgrond, waarop het zaad geen wortel schiet
of het distelveld waarin het verstikt.

Gij, Zaaier, blijf toch zaaien.
Maar maak ons tot de goede grond, die het zaad aandachtig opneemt,
maak ons tot de gewillige aarde en het bevrijde hart,
waarin uw woord vrucht kan dragen.

(F. Cromphout)

Lector 1
‘De rest viel in goede aarde; het kwam op, groeide uit, en het leverde vrucht op; de opbrengst was dertig-, zestig-, ja honderdvoudig.’
Hij zei: ‘Wie oren heeft om te oren, moet horen.’

Lector 2
Bij iedereen is goede grond te vinden, dat mag je hopen, daarop moet je vertrouwen,
maar we hebben er zo weinig aandacht voor...
Luisteren we wel voldoende?  Horen nog we het graan nog groeien?

Lector 3
Richten wij ons tot  God.
Voor vaders en moeders, die grond zijn, oorsprong:
dat ze hun kinderen het kostbaarste schenken, zichzelf,
dat ze in hen het beste van zichzelf terugvinden.

Heer, verhoor onze bede.

Voor allen die wijsheid zaaien, goedheid planten,
tuinen van schoonheid aanleggen: maak ze tot goede hoveniers
die zorg dragen voor het groeiend gewas maar het ook snoeien op zijn tijd.

Heer, verhoor onze bede.

Voor hen die het geloof in hun taak dreigen te verliezen:
geef ze hun adem weer, hun stem, hun bezieling.

Heer, verhoor onze bede.

Voor hen die nooit helemaal bereiken wat ze gehoopt en gedroomd hadden
laat ze beseffen dat alles wat nog niet vervuld is, belofte blijft.

Heer, verhoor onze bede.

God, van u komt de kracht die ons staande en gaande houdt.
Als wij ons aan elkaar kunnen geven, is dat uw genade.
Houd ons dan gaande, met elkaar verbonden voor goede en kwade dagen.

(F. Cromphout)

Samen:
Stem ons af, God, op uw tijd.
Wij hoeven niet te weten
hoe het zaad ontkiemt en opschiet,
of de oogst rijp zal zijn.
Wek in ons het vertrouwen
dat de goede grond zal opnemen
wat wij zaaien
dat zon en regen
het zaad zullen koesteren.

Wij hoeven het niet te weten
maar we mogen hopen op de goede afloop
van wat wij met U begonnen zijn
en Gij met ons.  Amen.

(F. Cromphout)

22 mei 2007

Bericht van God aan allen die pastoraal bezig zijn.

"Ik, God, heb gehoord dat velen van jullie op een wonder zitten te wachten, een wonder, dat ik, God, de wereld zal redden. 
Maar hoe zal ik redden zonder jullie handen?
Hoe zal ik kunnen recht spreken zonder jullie stem?
Hoe zal ik liefhebben zonder jullie hart?
Vanaf de zevende dag van de schepping heb ik alles uit handen gegeven, heel mijn schepping, heel mijn wondermacht.
Neen, lief mensenkind, niet jullie wachten, maar ik wacht op jullie wonder."

Zondag vieren we Pinksteren. 
Daarom lezen we vandaag een stukje uit de bijbel.

Toen de dag van Pinksteren, waren alle apostelen bijeen op dezelfde plaats.  Plotseling kwam uit de hemel een gedruis alsof er een hevige wind opstak en heel het huis waar zij gezeten waren was er vol van.  Er verscheen hun iets dat op vuur geleek en dat zich, in tongen verdeeld, op ieder van hen neerzette.
Zij werden alen vervuld van de Heilige Geest en zij begonnen te spreken in vreemde talen, naargelang de Geest hun te vertolken gaf.
Nu woonden er in Jeruzalem joden, vrome mannen, die afkomstig waren uit alle volkeren onder de hemel.  Toen dat geluid ontstond, verzamelden zij zich, en hoorde iedereen hen spreken in zijn eigen taal.

Gebed

God onze Vader,
almachtige en barmhartige God,
Schepper van hemel en aarde,
luister naar het gebed van uw kinderen,
laat uw licht schijnen over ons dekenaat.
Al eeuwen lang zijn vrouwen en mannen
op zoek naar U om U te kennen en te beminnen.
Open de poort van hun hart,
opdat uw Zoon in hen kan wonen.

Heer Jezus Christus,
U kent onze vreugde, onze angst en ons verdriet.
Help ons om U te kennen, die onze Verlosser en Redder bent.
Schenk ons het verlangen naar het echte leven.
Zegen allen die de waarheid zoeken.
Schenk aan allen die zich inzetten voor de komst
van uw Rijk, kracht en moed.

Heilige Geest, Geest van liefde,
vernieuw het wonder van Pinksteren in uw Kerk,
vandaag, in deze tijd.
Maak ons ontvankelijk voor de gaven
die U ons aanbiedt.

Heilige Maria, moeder van de Verlosser,
wij vertrouwen u de mannen, de vrouwen
en de kinderen van ons dekenaat toe.
Raak hun hart.  Leid hen naar uw Zoon.

En jullie allen, heiligen en gelukzaligen,
jullie vooral die hier geleefd hebt,
die het Woord van God bestudeerd hebt,
die hier in onze streken de armen hebt gediend
en getuigd hebt van het Evangelie,
bid voor ons en zegen ons.
Laat het Rijk van God voltooid worden in ons en rondom ons.

Eer aan de Vader, de Zoon en de Heilige Geest,
zoals het was in het begin, en nu en altijd
en in de eeuwen der eeuwen. Amen!

409  Kom Schepper, Geest - t./'Veni Creator'; vert. J.W. Schulte Nordholt m./16de eeuw
 
Kom, Schepper, Geest, daal tot ons neer,
houd Gij bij ons uw intocht, Heer;
vervul het hart dat U verbeidt,
met hemelse barmhartigheid.
 
Gij zijt de gave Gods, Gij zijt
de grote Trooster in de tijd,
de bron waaruit het leven springt,
het liefdevuur dat ons doordringt.
 
Gij schenkt uw gaven zevenvoud,
o hand die God ten zegen houdt,
o taal waarin wij God verstaan,
wij heffen onze lofzang aan.
 
Verlicht ons duistere verstand,
geef dat ons hart van liefde brandt
en dat ons zwakke lichaam leeft
vanuit de kracht die Gij het geeft.
 

Verlos ons als de vijand woedt,
geef, Heer, de vrede ons voorgoed.
Leid Gij ons voort, opdat geen kwaad,
geen ongeval ons leven schaadt.
 
Doe ons de Vader en de Zoon
aanschouwen in de hoge troon,
o Geest, van beiden uitgegaan,
wij bidden U gelovig aan.

Licht in onze ogen … - januari 2007

Lied: “Licht, ontloken aan het donker”

1. Licht, ontloken aan het donker, Licht gebroken uit de steen,
Licht, waarachtig levensteken, werp uw waarheid om ons heen!

2. Licht, aan liefde aangestoken, Licht dat door het donker brandt,
Licht, jij lieve lentebode, zet de nacht in vuur en vlam.

Moment van inkeer:

Duisternis komt in de wereld, wanneer mensen niet meer leven in het licht van God,
wanneer dingen gebeuren, die het licht niet of toch niet helemaal mogen zien,
wanneer mensen hun ogen afschermen van het licht van waarheid en oprechtheid.
Daarover willen wij nu eerst in stilte om vergeving vragen …

Ontferm U over ons, Heer,
omdat we het licht van liefde niet voldoende laten stralen voor hen die naast ons staan.
Ontferm U over ons, Christus, omdat we het donker maken door alles altijd beter te willen weten dan een ander.
Ontferm U over ons, Heer, omdat we zo weinig verdraagzaamheid uitstralen.

God, Gij hebt ons het eerst liefgehad, nog voor wij U kenden,
zet ons op weg om steeds meer op Uw liefde te vertrouwen.

Gebed: Wij bidden samen:

Dat er licht mag zijn: licht in onze ogen
dat we elkaar zullen zien, zo goed als nieuw.
Licht in onze harten:
dat wij ruimte scheppen, plaats maken voor velen.
Licht in onze gedachten:
dat wij komen tot nadenken en eerlijke besluiten.
Licht in onze huizen:
dat er vriendschap en gastvrijheid zou heersen.
Licht in onze omgang:
dat we te zien zijn, niet verborgen voor elkaar.
Licht op deze plaats
om elkaar bij te lichten, elkander toe te schijnen
met geloof in Hem die zegt: " Ik ben het licht van de wereld"
vandaag en alle andere dagen tot in eeuwigheid. Amen.

Lezing uit Joh. 1,1-13

In het begin was het woord, en het woord was bij God, en het woord was God.
Dit was in het begin bij God.
Alles is door Hem geworden, en zonder Hem om is niets geworden van wat geworden is.
In Hem was leven, en het leven was het licht van de mensen.
En het licht schijnt in de duisternis, maar de duisternis nam het niet aan.
Er trad een mens op, een gezondene van God; zijn naam was Johannes.
Deze kwam tot getuigenis, om te getuigen van het Licht, opdat allen door hem tot geloof zouden komen. Niet hij was het Licht, maar hij moest getuigen van het Licht.
Het ware Licht, dat iedere mens verlicht, kwam in de wereld.
Hij was in de wereld; de wereld was door Hem geworden, en toch erkende de wereld Hem niet. Hij kwam in het zijne, maar de zijnen aanvaardden Hem niet.
Aan allen echter die Hem wèl aanvaardden, aan Hem die in zijn naam geloven, gaf Hij het vermogen om kinderen van God te worden;
Zij zijn niet uit bloed noch uit begeerte van het vlees of de wil van een man, maar uit God geboren.

Korte stilte

Voorbeden:

Laat uw licht stralen, Heer, over alle kinderen van het dekenaat, die in het voorbije jaar gedoopt werden, en over hun ouders.
Zegen hen met moed en geduld, om liefdevol samen op weg te gaan,
en om steun en inspiratie daartoe te vinden bij U.
Laten we bidden: Wij bidden U, verhoor ons, Heer

Laat uw licht stralen, Heer, over alle volkeren; over thuislozen en daklozen, over hen in oorlog en conflictgebieden, dat uitbuiting, verdrukking, en geweld mogen plaats maken voor uw vrede en rechtvaardigheid.  Laten we bidden: …

Laat uw licht stralen, Heer, over mensen die eenzaam zijn, lijden of ziek zijn;
dat wij het volhouden om hen niet in de kou te laten staan.  Laten we bidden: …

Laat uw licht stralen, Heer, over allen die hier in uw Naam samen zijn.
Dat wij de kracht vinden om van ons leven een openbaring te maken van uw goedheid en uw menslievendheid.  Laten we bidden: …

Laat uw licht stralen, Heer, over onze gemeenschappen.
Dat wij sociaal en biddend, tastend en zoekend, proberen een weg te gaan die vrede en tevredenheid brengt.  Laten we bidden: ...

Slotgebed:

Zegen met uw licht onze ogen
opdat zij opengaan
en het goede zien in elke mens.
Zegen met uw licht onze monden
opdat zij woorden spreken
die goed doen en vrede brengen.
Zegen met uw licht onze handen
opdat zij zich uitstrekken
naar de mens die naar ons toekomt.
Zegen met uw licht onze voeten
opdat zij wegen gaan van gerechtigheid
en van zorg voor mensen.
Zegen met uw licht
heel ons menselijk bestaan
opdat er troost is voor de verdrietige,
hoop voor de wanhopige,
opdat bitterheid kan wijken voor mildheid,
wantrouwen vlucht voor vertrouwen.
Zegen met uw licht allen die kwetsbaar zijn
en gewond tot in hun ziel
opdat zij bescherming vinden en heel worden.
Zo bidden wij u God.

Dat het licht in ons mag blijven branden …  Z.J. 818

Refrein:

Dat het licht in ons mag blijven branden;
’t laaiend vuur, het dove niet,
God draagt ieder mensenkind op handen,
looft zijn naam met een vreugdelied.
 

1. Gij die klein en arm zijt, deemoedig en oprecht,
God heeft u zijn vrede eeuwig toegezegd.

Refrein: Dat het licht … 

2. Warmte voor wie kou lijdt, een huis voor iedereen,
God verdrijft het duister, laat geen mens alleen.

Refrein: Dat het licht ...

Denkdag Ronkenburg - 30 augustus 2006

Bezinnings- en gebedsmoment

Lezing uit het Eerste Boek Koningen (1 Kon 19, 8-16)

[8] Elia stond op, en toen hij had gegeten en gedronken liep hij, gesterkt door dit voedsel, veertig dagen en veertig nachten door de woestijn, tot hij bij de Horeb kwam, de berg van God. [9] Daar ging hij een grot binnen om er de nacht door te brengen. Toen richtte de Heer zich tot hem met de woorden: ‘Elia, wat doe je hier?’
[10] Elia antwoordde: ‘Ik heb me met volle overgave ingezet voor de Heer, de God van de hemelse machten, maar de Israëlieten hebben uw verbond met hen naast zich neergelegd, uw altaren verwoest en uw profeten gedood. Ik ben als enige overgebleven, en nu hebben ze het ook op mijn leven voorzien.’ [11] ‘Kom naar buiten,’ zei de Heer, ‘en treed hier op de berg voor mij aan.’ En daar kwam de Heer voorbij. Er ging een grote, krachtige windvlaag voor de Heer uit, die de bergen spleet en de rotsen aan stukken sloeg, maar de Heer bevond zich niet in die windvlaag. Na de windvlaag kwam er een aardbeving, maar de Heer bevond zich niet in die aardbeving. [12] Na de aardbeving was er vuur, maar de Heer bevond zich niet in dat vuur. Na het vuur klonk het gefluister van een zachte bries. [13] Toen Elia dat hoorde, sloeg hij zijn mantel voor zijn gezicht. Hij kwam naar buiten en ging in de opening van de grot staan, en daar klonk een stem die tot hem sprak: ‘Elia, wat doe je hier?’ [14] Elia antwoordde: ‘Ik heb me met volle overgave ingezet voor de Heer, de God van de hemelse machten, maar de Israëlieten hebben uw verbond met hen naast zich neergelegd, uw altaren verwoest en uw profeten vermoord. Ik ben als enige overgebleven, en nu hebben ze het ook op mijn leven voorzien.’ [15] De Heer zei tegen Elia: ‘Keer terug en ga naar de woestijn van Damascus. Daar aangekomen moet je Hazaël tot koning van Aram zalven. [16] Jehu, de zoon van Nimsi, moet je zalven tot koning van Israël, en Elisa, de zoon van Safat, uit Abel-Mechola, moet je tot je eigen opvolger zalven.

© Katholieke Bijbelstichting, 's-Hertogenbosch, 1995.
De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling,

Commentaar bij de lezing

Elia zit in de put. De Israëlieten hebben het verbond met God opgezegd. Ze hebben alle profeten vermoord en staan nu ook Elia naar het leven. Hij is van plan het op te geven.

Maar dat is buiten Jahweh gerekend. Hij roept zijn mensen telkens opnieuw op om verder te gaan. Hij laat zich ontmoeten.

Om God werkelijk te ontmoeten moet Elia, net als eertijds Mozes en het Joodse volk, de woestijn in: veertig dagen en veertig nachten.
Hij moet terugkeren naar de bron waar het allemaal begon, de plaats waar God aan Mozes zijn Naam bekendmaakte: de Horeb, de berg van God.

Om God werkelijk te ontmoeten moet Elia uit zijn schelp kruipen.
“Kom naar buiten!”, zo spreekt de Heer.
Loslaten en op weg gaan. Wie zich nestelt in zichzelf, verwijdert zich van God. Wie zich waagt aan de exodus, komt Hem op het spoor.

Om God werkelijk te ontmoeten moet Elia zijn oude godsbeelden loslaten. God is niet in de windvlaag en niet in de aardbeving en ook niet in het vuur. Maar Hij spreekt tot Elia in de stilte van een bries.
Johweh is geen natuurgod, doch een God die spreekt met zijn mensen en met hen een verbond aangaat.

Herbronning: opnieuw geboren worden.
Exodus: loslaten en op weg gaan.
Openheid: openstaan voor de stem van God.
Drie voorwaarden om God te ontmoeten.

Zwijgen met God:
‘Goed is het geduldig en in stilte te hopen op de Heer die redding brengt’. Klaagliederen 3, 26.
Kijken naar God:
‘Als iemand van u honderd schapen heeft waarvan er één verloren is geraakt, laat hij dan niet de negenennegentig andere in de woestijn achter om naar het verdwaalde dier op zoek te gaan tot hij het gevonden heeft’ Lc 15, 4
Luisteren naar God:
‘Toen ik de Heer zocht, gaf Hij antwoord,
van al mijn angsten heeft Hij mij verlost’. Ps 34, 5
Spreken met God:
‘Maar als jullie bidden, trek je dan in je huis terug, sluit de deur en bid tot je Vader, die in het ver-borgene is. En jullie Vader, die in het verborgene ziet, zal je ervoor belonen. Mt 6, 6

God wil ons in communicatie doen treden met Hem. Hij heeft maar één doel voor ogen: het beste wat iemand geven kan, zijn gratuite liefde voor ons, zijn mensen.
Vier doe-woorden om tot een volwassen geloof te komen.

Drie voorwaarden, vier doe-woorden: zeven – het getal van de heilige volheid.

Gebed

Heer,
wij ervaren het elke dag:
wij zijn te zwak voor de heilige volheid.
Wij zijn niet sterk genoeg,
missen de kracht om tegen de harde feiten in
te hopen, te geloven, echt te bidden.

Wij kunnen het niet om tegen alle dreiging in,
tegen alles en iedereen waarbij ons klein voelen,
lief te hebben en in liefde alleen, onze wegen te banen.
Hoe lang nog, Heer? Wij bidden om uw hulp!

Als wij schuilen, laat het dan zijn in de holte van uw hand.
Haal ons met de overmacht van uw liefde uit onze schuilplaatsen,
waarin wij ons voor U, voor elkaar, maar ook voor onszelf verbergen.
Overtuigt Gij ons van uw onopgeefbare trouw
aan het werk van uw handen. Amen.

Gebedsmoment - 28 juni 2006

Psalm 63

U zoek ik
keer op keer God, mijn God.
Jaagpad van mij zoeken
uitkomst
water in de woestenij
zonder U versmacht ik
reik uw hand naar mij.

Ik heb gebeden,
gezongen en gesproken
van uw kracht,
maar Gij stijgt daar boven uit
hoger, verder, méér zijt Gij.
Al mijn dagen wil zoeken
naar de diepte van uw naam,
verdrinken in uw wezen,
hartslag van mijn slaap zijt Gij
lokstem, stilte van mijn rust.

Naast mij staat Gij
in uw schaduw ben ik,
zing ik
en uw hand omvat mij,
in mijn zoeken leef ik
geen mens die mij weerhoudt
en wie mij naar het leven staat
richt zichzelf ten gronde.

Want wie doodt, zaait dood
wordt zelf het aas en kraaienvoer,
maar wie God getrouw is
vindt voltooiing,
hem wacht vrede, vreugde
en het valse woord
verstomt
voorgoed.

Karel Staes (Uit: Ruimte in mijn ademnood, TGL 1994)

Gods Woord

Het is een groot wonder,
dat het eeuwige woord van de almachtige God
in mij woning zoekt,
in mij geborgen wil zijn
als de zaadkorrel in de akker.
Gods woord is niet geborgen in mijn verstand,
maar in mijn hart.
Het doel van het woord dat uit Gods mond komt is niet,
tot het einde doordacht en geanalyseerd te worden,
maar in het hart te resoneren,
zoals het woord van iemand van wie wij houden
in ons hart woont,
ook wanneer wij er niet bewust aan denken.
Heb ik Gods woord alleen in mijn verstand,
dan zal mijn verstand vaak door andere zaken in beslag worden genomen
en ik zal tegen God zondigen.
Daarom zijn wij er nooit mee klaar Gods woord gelezen te hebben;
het moet diep in ons zijn ingegaan,
in ons wonen,
zoals het allerheiligste woont in het heiligdom,
opdat wij niet zondigen in gedachten, woorden en daden.
Het is vaak beter,
weinig en langzaam in de Schrift te lezen
en te wachten tot het tot ons is doorgedrongen,
dan van Gods woord veel te weten,
maar het niet in zich te 'bergen'.

Diettrich Bonhoeffer (1906 - 1945) (Uit: Bonhoeffer Brevier, Ten Have, Baarn 19785 )

Psalm 139

God, Gij kent mij door en door.
Gij weet wanneer ik aan het einde ben.
Gij weet wanneer ik weer opsta.
Alles weet Gij van mij
en wat ik nog uitspreek, hoort Gij al.
Gij zijt in mij, overal om me heen,
in mensen dag na dag, in licht en donker zijt Gij.
Ik adem U in en uit:
Gij zijt de ziel van mijn gedachten.
Waar ik ook ben of wil zijn, waarheen ik ook vlucht,
al zou ik stijgen tot boven de wolken
of voor altijd zwijgen in de donkerste diepten,
Gij zijt er, Gij zijt er altijd.
Ik zal nooit aan U ontkomen.
Zelfs in en doorheen de dood kijkt Gij mij aan,
voor U zijn er geen grenzen.
Uw rechterhand omvat mij, draagt mij,
nooit zal ik vallen uit die hand.
Het donker is licht voor U
en geen nacht of Gij zijt er.
Niets is zo gesloten of Gij zijt Licht en Uitzicht.

Gij zijt bron en zee van mijn bestaan.
In U ontstond ik, in U stroom ik uit,
Gij hebt mij geweven in de schoot van mijn moeder.
Wie ik in wezen ben, weet Gij.
Gij heb mij al gezien, mij tot leven zien komen
voor ik geboren werd.
En al was ik radeloos, nog was ik bij U,
uitzinnig van vreugde en zonder hoop,
nog was ik bij U.

Wijs mij nu, getrouwe God,
de weg van de eeuwigheid.

Karel Staes (Uit: Wakend als een schaduw, TGL 1999)

Gezang: Heer, U bent mijn leven

1. Heer, U bent mijn leven, de grond waarop ik sta.
Heer, U bent mijn weg, de waarheid de mij leidt.
Uw Woord is het pad, de weg waarop ik ga,
zolang U mij adem geeft, zolang als ik besta.
Ik zal niet meer vrezen, wat U bent bij mij.
Heer, ik bid U: blijf mij nabij.

2. ‘k Geloof in U, Heer Jezus, geboren uit de Maagd.
Eeuw’ge Zoon van God, die mens werd zoals wij.
U die stierf uit liefde, leeft nu onder ons:
één met God de Vader en verenigd met uw volk;
tot de dag gekomen is van uw wederkomst:
dan brengt U ons thuis in uw Rijk.

3. Heer, U bent mijn kracht, de rots waarop ik bouw.
Heer, U bent mijn waarheid, de vrede in mijn hart.
En niets in dit leven zal ons scheiden, Heer;
zo weet ik mij veilig, want uw hand laat mij nooit los.
Van wat ik misdaan heb, heeft U mij bevrijd
en in uw vergeving leef ik nu.

4. Vader van het leven, ik geloof in U.
Jezus, de Verlosser, wij hopen steeds op U.
Kom hier in ons midden, Geest van liefd’ en kracht
U die via duizend wegen ons hier samenbracht;
en op duizend wegen zendt U ons weer uit
om het zaad te zijn in Gods Rijk.

Gebedsmoment 31 mei 2006

Dat het mag Pinksteren …

Openingsgebed

God, Gij die liefde zijt,
bron van ons bestaan,
blijf niet ver,
maar raak ons met Uw heilig vuur,
beziel ons met Uw levensadem
en maak ons nieuw
in de Geest van Jezus, uw Zoon en onze Heer. Amen.

Lezing: uit de Handelingen van de apostelen

Toen de dag van het Pinksterfeest aanbrak waren ze allen bij elkaar. Plotseling klonk er uit de hemel een geluid als van een hevige windvlaag, dat het huis waar ze zich bevonden geheel vulde. Er verschenen aan hen een soort vlammen, die zich als vuurtongen verspreidden en zich op ieder van hen neerzetten, en allen werden vervuld van de heilige Geest en begonnen op luide toon te spreken in vreemde talen, zoals hun door de Geest werd ingegeven.
In Jeruzalem woonden destijds vrome Joden, die afkomstig waren uit ieder volk op aarde. Toen het geluid weerklonk, dromden ze samen en ze raakten geheel in verwarring omdat ieder de apostelen en de andere leerlingen in zijn eigen taal hoorde spreken. Ze waren buiten zichzelf van verbazing en zeiden: ‘Het zijn toch allemaal Galileeërs die daar spreken? Hoe kan het dan dat wij hen allemaal in onze eigen moedertaal horen? Parten, Meden en Elamieten, inwoners van Mesopotamië, Judea en Kappadocië, mensen uit Pontus en Asia, Frygië en Pamfylië, Egypte en de omgeving van Cyrene in Libië, en ook Joden uit Rome die zich hier gevestigd hebben, Joden en proselieten, mensen uit Kreta en Arabië – wij allen horen hen in onze eigen taal spreken over Gods grote daden.’ Verbijsterd en geheel van hun stuk gebracht vroegen ze aan elkaar: ‘Wat heeft dit toch te betekenen?’ Maar sommigen zeiden spottend: ‘Ze zullen wel dronken zijn.’

Ter overweging

Pinksteren: God geeft zijn Geest aan iedereen
"Vijftig dagen na Pasen viert de kerk Pinksteren, het feest van de Geest. De bijbel brengt het verhaal van een kleine, bange groep mensen, die plotseling bevrijd worden van twijfel en onmacht, en die groot worden, getuigen en de boodschap van vrede en gerechtigheid verkondigen. Van dat Pinksterverhaal - zoals het verteld wordt in de bijbel - gaat een vertroostende en versterkende kracht uit. Het zegt immers dat ook wij bevrijd en herschapen kunnen worden. Het verhaal van Pinksteren toont ons hoe het kan: door te leven naar het woord van God, zoals het in en door Jezus tot ons is gekomen. Door met de gedrevenheid van de Geest zorg te dragen voor onze medemens. Door in het teken van de Geest warme, hartelijke en vreugdevolle mensen te zijn.

Gods Geest is geen geest van slaafsheid die ons opnieuw vrees aanjaagt. Integendeel, we delen in Gods creativiteit. Met Pinksteren wordt in ons het besef aangescherpt dat wij een goddelijke vonk in ons dragen, dat we deel hebben aan Gods Adem die alles tot leven brengt. De Geest, die goddelijke vonk in ons, is scheppingskracht: de wil om menswaardig leven te bevorderen, het vermogen om van deze wereld een keten van bewoonbare plaatsen te maken, om in verbondenheid met God de schepping te behoeden. De Geest werkt in mensen die opkomen voor waarachtig leven, die bij alle hardheid en bitterheid in het leven warmte uitstralen en in wier nabijheid leven tot bloei komt.

Pinksteren zegt: blijf verdomd niet bij de pakken zitten maar gooi de ramen en deuren van je hart open en getuig tenvolle van de hoop die in je leeft. Geloof dat de Geest ook vandaag nog kan zorgen voor vernieuwing, verandering en dynamiek in kerk en samenleving. Twintig jaar geleden schreef Jos Lammers al dat het Pinksterfeest ons meer bewust kan maken van het feit dat Gods Geest ons dwingt om meer schip te zijn en minder anker, meer stroom en minder rots, meer leven en minder instituut, meer geweten en minder wet.

De Heilige Geest is helemaal geen exclusief cadeau voor katholieken. Zo is God niet. God geeft zijn geest aan iedereen. De Geest van God is werkzaam overal waar mensen zich met zorg inzetten voor sociale gerechtigheid en vrede, waar mensen bereid zijn broederlijk te delen met de kansarmen in de maatschappij.

Pinksteren kan ook vandaag nog werkelijkheid worden, in ons eigen leven: als we in ons gezin dezelfde taal van liefde spreken, als we blijven geloven in vrede en solididariteit, als wij toelaten dat de Geest onze deuren en vensters opent zodat wij een kijk krijgen op de problemen en het leed van anderen om hen te steunen door ons begrip en waardering.

Christenen moeten be"geest"erde mensen zijn: ze moeten vuur zijn zodat anderen niet in de kou komen te staan. Gods Geest wil en kan door ons het aanschijn van de aarde vernieuwen. Dat is de belofte van het Pinksterfeest. Onze God is immers geen wereldvreemde God maar een God die handelt in en door mensen. Hij heeft geen andere handen dan de onze om andere mensen te helpen, Hij heeft geen andere voeten dan de onze om naar anderen toe te gaan, Hij heeft geen andere mond dan de onze om woorden van troost en bemoediging te spreken. Moge het Pinksteren worden, ook in jouw hart."

(Theo Borgermans)

Korte stilte

Voorbeden

Tussen elke voorbede zingen we:

‘O Veni Creator Spiritus,
o veni lumen cordium,
veni lumen cordium’

God, schepper, Geest,
kom over hen die eenzaam zijn
opdat ze de kracht ertoe krijgen
om hun isolement te doorbreken.
Kom over hen
die angstig en krampachtig leven,
opdat zij het vertrouwen hervinden
in zichzelf en in U.

God, schepper, Geest,
kom over hen die bedroefd zijn
opdat ze getroost worden.
Kom over hen die gewond zijn
tot in het diepst van hun hart
opdat zachte krachten hen genezen.
Kom over hen die lijden en onrustig zijn
opdat ze herademen.

God, schepper, Geest
kom ook over ons.
Genees de wonden
die we elkaar toebrachten.
Neem de muren weg
die we optrokken.
Maak zacht in ons
wat is verstard.

Slotgebed

God, waar Gij uw Geest zendt,
wordt deze wereld nieuw.
Wij bidden U:
Kom over ons
opdat wij uw schepping behoeden,
uw mensen liefhebben
en onszelf voortdurend vernieuwen
in de geest van Jezus, uw Zoon en onze Heer.

Gebedsmoment - maart 2006

Geroepen tot getuigen van hoop.

'Hoop doet leven', zegt men. En daarmee wordt bedoeld: geef vooral de moed niet op.
De hoop op betere tijden houdt een mens recht.
De zegenwens van Paulus in zijn brief aan de christenen van Rome drukt deze gedachte goed uit: Moge God, die ons hoop geeft, u in het geloof geheel en al vervullen met vreugde en vrede, zodat uw hoop overvloedig zal zijn door de kracht van de heilige Geest. (15,13)

Moment van inkeer

Om de inhoud van een vat te laten stromen, werd vaak de bodem ervan stukgeslagen. Zo kan in het leven alle hoop de bodem worden ingeslagen door plotselinge gebeurtenissen. Gelukkig kan een christen steunen op de kracht van zijn geloof. Laten we bidden:

Nu wij een hooggeplaatste hogepriester hebben die de hemel is doorgegaan, Jezus, de Zoon van God, moeten we vasthouden aan het geloof dat we belijden. Want de hogepriester die wij hebben is er een die met onze zwakheden kan meevoelen, juist omdat hij, net als wij, in elk opzicht op de proef is gesteld, met dit verschil dat hij niet vervallen is tot zonde. Laten we dus zonder schroom naderen tot de troon van de Genadige, waar we telkens als we hulp nodig hebben barmhartigheid en genade vinden. (Heb 4, 14-16)

Moge de God van onze Heer Jezus Christus, de vader van alle luister, ons een geest van inzicht schenken in wat geopenbaard is, opdat wij hem zouden kennen. Moge ons hart verlicht worden, zodat wij zullen zien waarop wij hopen mogen nu hij ons geroepen heeft, hoe rijk de luister is die de heiligen zullen ontvangen. (Ef 1, 17-18)

Bezinning

Mensen ondernemen allerlei goede dingen waarvan zij op voorhand niet weten hoe die zullen aflopen. Zij hopen op een goed resultaat en handelen op hoop van zegen.
Een oud spreekwoord zegt: 'Aan Gods zegen is het al gelegen'.

Je ontmoet soms mensen die diep in de miserie zitten. Anderen gaan zichtbaar gebukt onder uitzichtloze zorgen. Nog anderen zijn totaal ontgoocheld. Ze zitten er hopeloos bij.
Veel van die menselijke wederwaardigheden vinden we terug in het boek Job. Dit schijnbaar troosteloze verhaal eindigt echter op een verrassende wijze: 'De Heer zegende het latere leven van Job nog meer dan het vroegere' (Job 42,12). Nooit de hoop opgeven, is de boodschap!

Je ziet het niet meer zitten en plots gebeurt er iets of komt iemand opduiken waardoor alles ten goede keert. Je krijgt een hoopgevend teken, iets wat aanleiding geeft tot goede verwachtingen. Jezus zelf is hét teken bij uitstek dat ons is gegeven. Christenen kunnen, zowel in goede als in kwade dagen, hun hoop stellen op God, de Heer.
De apostel Jakobus schrijft in zijn brief (5,7-8): 'Heb geduld, broeders en zusters, tot de komst van de Heer. De boer die uitziet naar de kostelijke vrucht van zijn land, kan alleen maar geduldig wachten, totdat in de herfst en het voorjaar de regen valt. U moet ook geduldig zijn, en moedig, want de komst van de Heer is dichtbij'.

Ook Paulus laat zich niet terneerdrukken door zorgen en tegenslagen. Hij schrijft: 'Van alle kanten worden wij belaagd, maar we zitten niet in het nauw; we zijn radeloos, maar niet ten einde raad; we worden opgejaagd, maar niet in de steek gelaten; neergeveld, maar niet gedood' (2 Kor. 4,8-9).

Laten we bidden:

U, Heer, bent mijn hoop,
vanaf mijn jeugd mijn toevlucht.
Ik steun op U al van voor mijn geboorte,
U bent mijn beschermer vanaf de moederschoot:
voor U is mijn loflied voor altijd.
(Psalm 71,5-6)

Blijde Boodschap

(Johannes 14, 1.15-21)
In die tijd zei Jezus: 'Jullie moeten je niet zo laten verontrusten. Jullie geloven in God; geloof zo ook in Mij! Als jullie Mij liefhebben, zul je ter harte nemen wat Ik jullie opdraag. En Ik zal de Vader vragen jullie een andere helper te geven, die voor altijd met jullie zal zijn, de Geest van de waarheid. De wereld kan Hem niet ontvangen, omdat ze Hem niet ziet en ook niet kent; jullie kennen Hem wel, want Hij blijft bij jullie en zal in jullie zijn. Ik laat jullie dus niet verweesd achter: Ik kom bij jullie terug. Want nog maar een korte tijd en de wereld ziet Mij niet meer, terwijl jullie Mij wel zullen zien, want evenals Ikzelf zullen ook jullie leven. Op die dag zul je inzien dat Ik in mijn Vader ben, en dat jullie in Mij zijn zoals Ik in jullie ben. Wie zich aan mijn opdracht ge-bonden weet en haar ter harte neemt, die is het die Mij liefheeft, en wie Mij liefheeft zal ondervinden hoe de Vader hém liefheeft, en ook Ik zal hem liefhebben en Mij aan hem openbaren.'

Stiltemoment

Slotgebed

U willen wij loven, Heer,
U prijzen als God en Redder.
Uw naam willen wij loven,
Gij zijt onze Beschermer en Helper.
U willen wij loven om uw barmhartigheid en al uw weldaden.
Gij helpt hen die op U hopen.
Uw naam willen wij prijzen en hem bezingen in ons lied.
U willen wij loven. Gezegend zij uw naam.
Amen.
(naar Jezus Sirach 51, 1-2.8.10-12)

Advent - 19 december 2005

Advent

Advent is een tijd van hoop en verwachting, van uitzien naar wat nog komen moet.
De Kerk zegt dat het belangrijkste niet voorbij is.
Het ligt niet achter ons maar voor ons, hoe moet nog komen.
Zeker, Jezus heeft vóór ons geleefd. Hij heeft gepredikt, genezen en gebeden. Hij is gestorven en verrezen in een ver verleden. Dat is voorbij. Eens komt Hij terug in heerlijkheid, maar dat ogenblik moet nog aanbreken.
Vooruit kijken en dus wachten. Zo spreekt de Kerk in de Advent: wat komen zal, is nog veel groter dan wat het was.

Hopen en blijven hopen

Heer Jezus,
het is zo donker in december
en soms ook in ons hart.
Maar al zijn de bomen kaal en is er geen blad meer groen,
er blijven altijd "doorbloeiers" over in de tuin.
Zij getuigen van de hoop
dat alles straks weer groen wordt.
Zo is het ook met ons.
Laat ons niet denken:
"Het gaat niet goed met de Kerk
en ook niet met ons."

Nee, er is hoop
en in de winterslaap van onze ziel
blijft Gij aanwezig met uw Geest en zegt:
"Blijft hopen, want het belangrijkste moet nog komen.
Zie; Ik kom terug en gij zult u verheugen
als ge Mij ziet komen op de wolken des hemels.
Wees doorbloeiers die groen blijven
ook als het winter lijkt
in de Kerk en in de hele wereld."

(uit 'Een jaarkrans van gebeden' door Godfried Kardinaal Danneels)

Planningsnamiddag te St.-Kornelis-Horebeke - 11 augustus 2005

Gebedsmoment

Zijn wij niet te zeer bezig met het aardse en vergeten wij daarbij onze wijding aan de Heer niet? Wij hebben alles – te veel zelfs – en nog zijn we niet voldaan. Onze honger en dorst wordt niet gestild, niettegenstaande de overvloed.
Spiritueel zijn wij arm, hongerig en dorstig, hebben wij niets waar wij kunnen schuilen tenzij, … wij ons keren naar de Heer van de hemelse machten. Hij zal ons in bescherming nemen in zijn huis.

Lezing uit de profeet Haggai (1, 4-10)
Maar,’ zo sprak de Heer bij monde van de profeet Haggai, [4] ‘is de tijd dan wel gekomen om zelf in mooi afgewerkte huizen te wonen? En dat terwijl mijn huis nog een ruïne is! [5] Nu dan – dit zegt de Heer van de hemelse machten: Welke weg zijn jullie ingeslagen? Denk toch na! [6] Jullie hebben veel gezaaid maar weinig geoogst; jullie eten maar raken nooit verzadigd, jullie drinken maar nooit is het genoeg, jullie kleden je maar krijgen het nooit warm; de dagloner krijgt zijn geld maar het verdwijnt in een beurs vol gaten. [7] Dit zegt de Heer van de hemelse machten: Welke weg zijn jullie eigenlijk ingeslagen? [8] Ga naar de bergen, haal daar hout en bouw mijn huis weer op. Met vreugde zal ik het aanvaarden en er mij in al mijn luister tonen – zegt de Heer. [9] Jullie hebben veel verwacht, maar hoe weinig is het geworden, en wat jullie wél binnenhaalden, is door mijn adem vernietigd. En waarom? – spreekt de Heer van de hemelse machten. Omdat mijn huis nog altijd een ruïne is, terwijl ieder van jullie zich uitslooft voor zijn eigen huis. [10] Daarom onthoudt de hemel jullie zijn dauw en brengt de aarde niets meer op. [11] Ik heb het land en de bergen, het koren, de wijn en de olie, al wat de aarde opbrengt, ieder mens en elk dier, en alles wat jullie moeizaam tot stand hebben gebracht, met droogte getroffen.’

Bezinning
De teruggekeerde ballingen waren heel erg bezig met hun eigen menselijke noden, het bouwen van hun huizen, terwijl de tempel in puin lag. God nodigt hen uit eerst zijn huis te herbouwen, zodat ze rond Hem kunnen samenkomen en wonen. Hij zal zijn volk dan zegenen. Nu hebben ze de ervaring dat hun zwoegen voor wat welvaart hen toch niet het echte geluk brengt. Een ervaring die wij als mensen van deze tijd ook wel eens kunnen hebben. Wij worden uitgenodigd het ‘bergland’ in te trekken, hout te halen en er Gods woonplaats mee te bouwen, Gods verblijf in ons hart, in ons leven, in ons gezin … Het is een uitnodiging, elke dag opnieuw: laat je leven leiden door de Heer opdat alles zich goed zou schikken. ‘Haal daar hout’, geef tijd aan gebed en dien eerst God de Heer!

Geloof in Leven
Tot U bidden wij, Heer, voor ons die kerk zijn.
Help ons van uw kerk te houden,
zoals zij is, in heel haar diversiteit,
in haar grootheid en in haar zwakheid:
het is onze familie,
wij zijn ervan de leden.
Help ons om verdeeldheid te voorkomen,
en om vooroordelen
en bittere beschouwingen te vermijden.
Help ons de eenheid van uw kerk te versterken
in de duizend gezichten van uw volk.
Maak dat wij luisteren naar alle mensen
zodat we in onderlinge dienstbaarheid
meedelen in hun wanhoop en in hun hoop,
en met hen ons zullen bevinden
op dezelfde weg die Christus volgt.
Moge uw kerk binnen ons dekenaat
in haar bezinningsproces de frisse wind voelen
en de kracht die zij nodig heeft
om vandaag het evangelie te verkondigen.
Versterk, wij bidden U, de eenheid tussen:
de bisschop, priesters en diakens,
pastoraal werkenden, religieuzen en vrijwilligers,
volwassenen, jongeren en kinderen.

Moge die de kerk in de ogen van alle mensen
een open deur zijn, een bron ten leven,
een nieuwe lente en een nieuw Pinksteren.
Dat zij steeds meer de kerk wordt
van de armen en heiligen en dat zij,
groeiend in nederigheid en in gemeenschap,
niet aflaat u eer te brengen.

Amen.

Studiedag in de Abdij van Affligem - donderdag 19 augustus 2004

Parochies tot nieuw leven brengen

Welkom
V. Het is weer zover:
een nieuw werkjaar staat voor de deur.
Of we er zin in hebben of niet,
of het ons blij maakt of eerder angst inboezemt,
het ritme van de dagen stuwt ons naar voltooiing.
Laat ons vertrouwvol op weg gaan,
wetend dat wij, elkaar dragend,
ook mogen aanleunen bij Hem die wij noemen:
de Vader, de Zoon en de heilige Geest.

Openingslied

Openingsgebed
V. Vader, het is goed dat wij hier samen kunnen zijn in Uw naam.
Wij danken U voor elkaar en voor alle mensen die met ons parochie vormen.
Soms lijkt het alsof we altijd maar tegen de stroom moeten opvaren
en dan vergeten we naar de hoopvolle tekenen te kijken.
Vandaag zouden wij graag een bemoedigend woord van U vernemen.
Wij bidden voor elkaar dat we ons hart daarvoor mogen openstellen.

Lezing
V. (Handelingen 2, 44-47)
Christelijke parochies zullen groepen mensen zijn die in de reële wereld elkaar vinden, van elkaar houden, het mysterie van God in de wereld beleven, samen bidden, daarvoor de uitdrukking vinden in een warm-menselijke liturgie.

L. Allen die het geloof hadden aangenomen, waren eensgezind en bezaten alles gemeenschappelijk; ze waren gewoon hun bezittingen en goederen te verkopen en die onder allen te verdelen naar ieders behoefte. Dagelijks bezochten ze trouw en eensgezind de tempel, braken het brood in één of ander huis, genoten samen hun voedsel in blijdschap en eenvoud van hart, loofden God en stonden bij het hele volk in de gunst. En elke dag bracht de Heer er meer bijeen, die gered zouden worden.

Beurtpsalm (naar Ps. 104)
A. Zend uw Geest, en maak alles nieuw.

V. Wat zijt Gij groot, Heer mijn God!
Hoe veel is het wat Gij gedaan hebt, Heer, en alles in wijsheid gemaakt,
de aarde is vol van uw schepsels.

A. Zend uw Geest, en maak alles nieuw.

V. Gij doet voor dieren het gras opschieten
en graan dat de mensen ten dienste staat.
Gij maakte de maan om de tijd aan te geven,
de zon weet wanneer zij onder moet gaan.

A. Zend uw Geest, en maak alles nieuw.

V. Maar zendt Gij uw geest, dan komt er weer leven,
dan maakt Gij uw schepping weer nieuw.
De roem van de Heer blijve eeuwig bestaan,
Hij vinde zijn vreugde in al zijn schepsels.

A. Zend uw Geest, en maak alles nieuw.

Lezing: Loyola 91 - pelgrimboekje
V. Op vele plaatsen groeit er een kern die actief en verantwoordelijk betrokken is.
Tussen deze kleine kern en een grote groep randkerkelijken
groeit tegelijk een spanningsveld.(...)
Het is onze taak om minstens eerlijk te proberen
met deze mensen op weg te gaan.
Het is een uitgelezen kans om te verkondigen.
Uiteraard vraagt dit van pastoraal verantwoordelijken veel zorg.
Dit is niet altijd een even gemakkelijke opdracht.

L. Hoe doe je een ezel drinken die geen dorst heeft? ...
Er zijn heel wat ezels onder ons... Hoe leer je mensen dorsten en smaak krijgen naar God, als zij die dorst en smaak verloren hebben en zich vergenoegen met jenever of whisky, met de televisie of met de auto. Stokslagen?
Vergeet niet dat de ezel koppiger is dan onze stokken.
Bovendien hebben hedendaagse opvoeders verklaard dat dit aloude middel al te directief is. Moet je die ezel dan zout doen slikken? Neen, dat is nog slechter en doet bijna denken aan psychiatrische marteling. Hoe krijg je die ezel dan aan het drinken, zonder zijn vrijheid te miskennen?
Eén enkel antwoordt: zorg dat je een andere ezel vindt die ook dorst heeft ... en die, naast zijn rasgenoot staande, met vreugde en genoegen lang zal drinken. Niet om het goede voorbeeld te geven, maar gewoon omdat hij dorst heeft, echt waar, gewoonweg dorst, eeuwige dorst. Op een goede dag zal zijn broer dan misschien ook zin krijgen, en zal hij zich afvragen of ook hij er niet beter aan doet zijn snuit te dompelen in die kuip met koel water.
Mensen het geloof ter kennismaking aanbieden en dorst doen krijgen naar God: zoveel efficiënter dan al die ezelsmiddelen!

Lied: Zomaar een dank boven wat hoofden (ZJ 735 strofe 2 en 3)
Woorden van ver, vallende sterren,
vonken verleden, hier gezaaid.
Namen voor Hem, dromen, signalen,
diep uit de wereld aan gewaaid.
Monden van aarde horen en zien,
onthouden, spreken voort
Gods vrij en lichtend woord.

Tafel van Eén, brood om te weten
dat wij elkaar gegeven zijn.
Wonder van God, mensen in vrede,
oud en vergeten nieuw geheim.
Breken en delen, zijn wat niet kan,
doen wat ondenkbaar is,
dood en verrijzenis.

Voorbeden
V. Bidden wij voor ons dekenaat: dat de band tussen de parochies en hun gelovigen er een mag zijn van hartelijkheid en een liefdevol en attent met elkaar omgaan. Zo zal ons dekenaat een gemeenschap zijn waar mensen zich thuis voelen.

A. Heer, onze Heer, wij roepen U aan, verhoor ook onze bede.

V. Voor al degenen die zich in het dekenaat of in een parochie engageren. Dat zij zich niet laten terneerdrukken als zij op het eerste zicht maar weinig vruchten plukken van hun inzet . Dat zij bemoediging en steun mogen ondervinden van alle mede-gelovigen.

A. Heer, onze Heer, wij roepen U aan, verhoor ook onze bede.

V. Op deze Abdijdag bidden wij God, om uw Geest van vernieuwing, kracht en inzicht. Moge deze Geest, ons en uw Kerk leiden, bij het nemen van alle beslissingen die op de weg naar vernieuwing moeten getroffen worden.

A. Heer, onze Heer, wij roepen U aan, verhoor ook onze bede.

Even stille tijd.

Slotgebed
V. Heer, als we uw woord beter zouden begrijpen,
en we U zouden herkennen op de wegen die wij gaan,
dan zou ook ons hart branden.
Ons enthousiasme zou aanstekelijk gaan werken,
en alles nieuw maken.
Wij vragen U: sterk ons, en zegen ons daartoe,
Gij die zijt: Vader, Zoon en heilige Geest.
Amen.

Gebedsmoment stuurgroep 31 maart 2004

Zo spreekt de Heer ZJ 309
Zo spreekt de Heer die ons geschapen heeft:
"Wat durft dat volk mij nog te vragen.
Dat volk dat vast, maar nog in tweedracht leeft,
wat durft dat volk Mij nog te vragen.
Die in zak en as gezeten,
twistend mijn gebod vergeten?
Denkt gij dat ik om dat vasten geef,
mijn volk, wat durft gij mij te vragen!

Zo spreekt de Heer die alles weet en ziet:
"De durf uw vasten niet vertrouwen.
Als gij de zwervers niet uw woning biedt,
durf De uw vasten niet vertrouwen.
Schenk uw brood aan de geboeiden,
schenk uw troost aan de vermoeiden.
Anders hoor ik naar uw smeken niet
en durf uw vasten niet vertrouwen."

En Jezus sprak : "Bemint uw vijand ook"
Heer God, wij staan voor U verlegen.
Vergeeft het kwaad, zo doet mijn vader ook Heer God wij staan voor U verlegen.
"Want gij zijt ook zelf geschonden
door een menigte van zonden,
en mijn Vader, Hij vergeeft u ook."
Heer God, wij staan voor U verlegen.

Heer,
Elke dag hopen wij op uw vergeving.
Elke dag hoopt Gij dat ook wij vergeven.
Leer ons over de zwakheden
van anderen heenstappen;
De mensen graag blijven zien,
spijts hun tekorten en fouten;
altijd opnieuw blijven geloven
in hun goede bedoelingen;
niet naïef zijn
maar toch ook geen vertrouwen weigeren.
Waar nog krediet te geven is ...
Leer ons te zijn zoals Gij,
zoals Gij doet met ons:
gereed om te vergeven alle dagen van ons leven.
Laat uw vergevingsgezindheid
in de wereld rondom ons duidelijk worden.
Door ons vergeven aan elkaar.

Dekenale stuurgroep 22 januari 2003

De Geest van God rust op mij

Kruisteken

Openingsgebed
Goede God,
maak ons tot geboeide luisteraars
als ùw woorden hier klinken,
maar ook de woorden van hen met wie wij
samen proberen bouwen aan de kerk.
Dat we niet zomaar horen wat we willen horen,
maar openstaan voor uw en hun boodschap.
Dat we uit oude en bekende woorden
nieuwe schatten van leven ontdekken …
amen.

Evangelie (Lc. 4)
Jezus kwam in Nazareth, waar Hij was opgegroeid en volgens de gewoonte ging Hij op sabbat naar de synagoge. Hij stond op om voor te lezen, en kreeg een boekrol van de profeet Jesaja aangereikt. Hij opende de rol en vond de plaats waar geschreven staat:
“De Geest van God rust op mij.
Daartoe heeft Hij mij gezalfd om aan de armen de goede boodschap te brengen heeft Hij mij uitgezonden, om aan gevangenen hun vrijlating aan te kondigen en aan blinden het licht in hun ogen om verdrukten in vrijheid te laten gaan en een jaar af te kondigen dat de Heer welgevallig is.”
Daarna rolde Hij het boek dicht, gaf het terug aan de dienaar en ging zitten. De ogen van allen in de synagoge waren op Hem gericht. Toen begon Hij hen toe te spreken:
“Vandaag is het schriftwoord dat u gehoord hebt in vervulling gegaan.”

Lied
Mens voor de mensen zijn, herder als God,
trooster voor groot en klein, zo lief als God.

God roept zijn mensen, Hij roept ze bij naam
opdat zij toegewijd zijn wegen gaan.

Klein met de kleinen zijn, vriend onverwacht,
niet op zichzelf maar op and’ren bedacht.

Gods woorden spreken, aanstekelijk echt,
zijn liefde tonen en doen wat Hij zegt.

Van God gezonden zijn, deemoedig en vrij,
teken van vrede zijn, zo trouw als Hij.

Voorbeden
Goede God, wij bidden om bevrijding van wie gevangen zit in twijfel aan eigen kunne, in onmacht om gemeenschap te vormen met anderen.

Heer, verhoor ons bidden en smeken.
Blijf bij ons en laat ons in liefde leven.

Goede God, wij bidden om licht, dat blinden doet zien, dat uitzichtloze mensen perspectief biedt, dat wanhopigen troost.

Heer, verhoor ons bidden en smeken.
Blijf bij ons en laat ons in liefde leven.

Goede God, wij bidden om bevrijding voor wie gebukt gaat onder moeilijke situaties thuis, op school of in de werkkring, voor wie zich nog kwetst aan de scherven uit het verleden, voor wie niet voluit durft leven.

Heer, verhoor ons bidden en smeken.
Blijf bij ons en laat ons in liefde leven.

Bidden wij tenslotte in stilte voor wat leeft in ons eigen hart. (Stilte)

Heer, verhoor ons bidden en smeken.
Blijf bij ons en laat ons in liefde leven.

God, luister naar ons gebed, blijf ons nabij en maak ons tot uitvoerders van uw woord. Amen.

Slotgebed
God, Gij schenkt ons uw goede geest om uw droom met de wereld waar te maken.
Wij bidden U dat we – net als Jezus –
zorg dragen voor de kleinen, licht laten schijnen en bevrijding bevorderen …
wij bidden U om een open oog en een ruim hart voor de mensen rondom ons.
Amen.